Bijzondere bijstand als vangnet bij loonbeslag

Bron: André Moerman

02/02/2021 08:02 uur

Wanneer beslag op het inkomen is gelegd, is er doorgaans geen ruimte om de kosten van een bewindvoerder of de eigen bijdrage van een advocaat te betalen. Dit hoeft geen probleem te zijn, want voor deze noodzakelijke kosten moet de gemeente bijzondere bijstand verstrekken. Er zijn echter gemeenten die denken dat bij de vaststelling van de draagkracht uitgegaan moet worden van het inkomen zonder beslagafdracht, want anders zou er indirect betaald worden aan de schulden. Een onduidelijke uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) uit 2017 heeft deze gedachte verder aangewakkerd. De CRvB heeft echter op 19 januari 2021, op niet mis te verstane wijze, een eerdere uitspraak uit 2006 bevestigd. Bij de draagkrachtberekening mag de gemeente het deel van het inkomen waar beslag op ligt niet meenemen, omdat je over dat deel redelijkerwijze niet kunt beschikken.





Wat vooraf ging
X heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van verf, gordijnen, een laptop en een tweede bed. Het college van B&W heeft de aanvraag afgewezen en heeft daarvoor de volgende argumenten aangevoerd:
  • De kosten voor de goederen waarvoor bijzondere bijstand is aangevraagd kunnen worden aangemerkt als noodzakelijke kosten. Deze kosten zien echter op duurzame gebruiksgoederen en moeten worden aangemerkt als incidenteel voorkomende noodzakelijke kosten van het bestaan die in beginsel moeten worden bestreden uit het inkomen van de betrokkene hetzij door middel van reservering vooraf, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf.
  • Daarnaast heeft X voldoende draagkracht. Met beslag op het inkomen of aflossing van schulden kan geen rekening worden gehouden bij de berekening van de draagkracht of reserveringscapaciteit.
Zowel het bezwaarschrift als het beroep bij de rechtbank is ongegrond verklaard. X heeft hoger beroep ingesteld en aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte het standpunt van het college heeft onderschreven dat geen rekening moet worden gehouden met het executoriaal beslag dat op zijn inkomen lag. Hij heeft aangevoerd dat het college met het beslag rekening had moeten houden bij de vaststelling van de draagkracht. Daarnaast heeft hij aangevoerd dat hij vanwege dat beslag niet in staat was om voor de betreffende kosten te reserveren. Dit is volgens X een bijzondere omstandigheid die tot verlening van bijzondere bijstand voor de door het college als noodzakelijk aangemerkte kosten had moeten leiden.

De CRvB hanteert een andere volgorde dan gebruikelijk en beoordeelt allereerst of er sprake is van voldoende draagkracht. Samengevat oordeelt de CRvB als volgt.


Draagkracht
Het college heeft bij de vaststelling van de draagkracht onder andere het inkomen van X waarop beslag is gelegd in aanmerking genomen. Het geschil spitst zich toe op de vraag of het college daarmee binnen de grenzen van een redelijke wetstoepassing is gebleven. Daarover wordt het volgende overwogen.

Als uitgangspunt geldt dat de bijstandsnorm toereikend moet worden geacht om te voorzien in alle noodzakelijke kosten van het bestaan. Uit artikel 35, eerste lid, van de PW volgt dat de belanghebbende die als gevolg van bijzondere omstandigheden in een individueel geval wordt geconfronteerd met noodzakelijke kosten van het bestaan die niet kunnen worden voldaan uit het inkomen op het niveau van de bijstandsnorm, in beginsel recht heeft op bijzondere bijstand voor die kosten, als de eigen draagkracht onvoldoende is om die kosten te voldoen. Voldoende draagkracht is aanwezig als die kosten naar het oordeel van de bijstandverlenende instantie (het college) kunnen worden voldaan uit de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen boven de bijstandsnorm.

“Anders dan uit de uitspraak van 14 februari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:501 zou kunnen worden afgeleid, kan het college bij de draagkrachtvaststelling alleen inkomsten en vermogen in aanmerking nemen die feitelijk kunnen worden aangewend om te voorzien in de kosten waarvoor bijzondere bijstand is gevraagd. Uit artikel 35, eerste lid, van de PW volgt immers dat beoordeeld moet worden of de belanghebbende de betreffende kosten kan voldoen uit de beschikbare middelen. De vraag of de belanghebbende voor de betreffende noodzakelijke kosten heeft gereserveerd dan wel had kunnen reserveren uit het inkomen op het niveau van de bijstandsnorm, is bij de beoordeling van de draagkracht niet van betekenis. Deze vraag moet worden beantwoord in het kader van de vraag of de noodzakelijke kosten voortvloeien uit bijzondere individuele omstandigheden. Eerst wanneer die vraag positief wordt beantwoord is een beoordeling van de draagkracht aan de orde.

4.5.4.
Gelet op het voorgaande kan in het kader van de draagkrachtvaststelling niet worden gezegd dat de belanghebbende beschikt of redelijkerwijs kan beschikken over zijn inkomen voor zover daarop executoriaal beslag is gelegd. Zie de uitspraak van 28 maart 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AV8374. Hij kan dat inkomensdeel immers niet feitelijk besteden, is ter zake niet beschikkingsbevoegd, noch kan hij de beslagene aanspreken om, in weerwil van het gelegde beslag, bedoeld inkomensdeel aan hem uit te betalen.”


Het college had bij de vaststelling van de draagkracht van X in redelijkheid niet het inkomen waarop executoriaal beslag rustte in aanmerking kunnen nemen.


Bijzondere omstandigheden
De kosten, voor een laptop, muurbekleding in de tweede slaapkamer en gordijnen voor het keukenraam, zijn incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, die in beginsel uit het inkomen op het niveau van de bijstandsnorm moeten worden voldaan. Ook als voor het maken van deze kosten in het individuele geval een objectieve noodzaak bestaat kan daarvoor alleen bijzondere bijstand worden verleend als sprake is van bijzondere omstandigheden, die ertoe leiden dat de kosten niet uit het inkomen op het niveau van de bijstandsnorm en de draagkracht kunnen worden voldaan.

De beroepsgrond dat het loonbeslag een bijzondere omstandigheid is die moet leiden tot verlening van bijzondere bijstand, omdat X door dat beslag niet voor die kosten heeft kunnen reserveren, slaagt niet. De bijstandsnorm is in beginsel toereikend om te voorzien in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, met inbegrip van reservering voor incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten, zoals de kosten waarover het hier gaat. Het maken van schulden om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen voorzien is dan ook niet nodig. Het ontbreken van voldoende reserveringsruimte in verband met schulden en de daaruit voortvloeiende betalingsverplichtingen is daarom geen bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 35, eerste lid, van de PW. De kosten die X in verband daarmee niet kan voldoen, kunnen niet vanuit de bijzondere bijstand worden vergoed. Zie de uitspraak van 24 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV2318.

Vaststaat dat het loonbeslag het gevolg is van door X af te lossen schulden. Het college heeft gelet daarop, de omstandigheid dat X door het executoriaal beslag niet voor de kosten heeft kunnen reserveren terecht niet aangemerkt als een bijzondere omstandigheid die het verlenen van bijzondere bijstand rechtvaardigt.


Naschrift

Kosten beschermingsbewind, eigen bijdrage advocaat
Onderhavige procedure betrof een aanvraag bijzondere bijstand voor kosten die normaal gesproken uit de uitkering moeten kunnen worden voldaan. Wanneer het zou gaan om kosten voor beschermingsbewind, curatele, mentorschap of de eigen bijdrage voor een advocaat zou de uitkomst anders zijn geweest. Dan moet bijzondere bijstand worden verleend omdat de noodzaak van deze kosten vaststaat en deze kosten niet uit het inkomen op het niveau van de bijstandsnorm kan worden voldaan. Mocht er beslag op het inkomen zijn gelegd dan mag voor het bepalen van de draagkracht alleen het inkomen waar men feitelijk over kan beschikken (de beslagvrije voet) in aanmerking worden genomen.


Bij beslag geen draagkracht
Bij een hoger inkomen kan het in aanmerking nemen van het feitelijk beschikbare inkomen nog nadelig uitpakken. De beslagvrije voet is namelijk hoger naarmate het inkomen stijgt. In de beslagvrije voet wordt namelijk de verminderde aanspraak op toeslagen gecompenseerd, door de zogenaamde compensatiekop. Feitelijk heeft men bij beslag minder te besteden dan iemand met een inkomen op bijstandsniveau. Het is zeer wel verdedigbaar dat bij beslag op het inkomen er altijd vanuit moeten worden gegaan dat er geen draagkracht is.
Wanneer sprake is van een minnelijke schuldregeling of wsnp is eveneens sprake van een situatie waarbij men feitelijk over een lager inkomen kan beschikken, namelijk het vrij te laten bedrag (vtlb). De vtlb is gelijk aan de beslagvrije voet verhoogd met een nominaal bedrag. Aangezien ook hier de beslagvrije voet de verminderde aanspraak op toeslagen compenseert, is in dit geval verdedigbaar dat alleen het nominaal bedrag als draagkracht in aanmerking wordt genomen.

Voorbeeld bezwaarschrift
Mocht een verzoek om bijzondere bijstand afgewezen worden omdat het inkomen ten onrechte volledig in aanmerking wordt genomen, maak dan gebruik van het voorbeeld bezwaarschrift.

Verplichting
De CRvB heeft in een iets later gepubliceerde uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2021:242) overwogen dat het college aan het verstrekken van de bijzondere bijstand de verplichting kan verbinden om, indien daar gronden voor zijn, stappen te ondernemen om het beslag te laten opheffen. Als betrokkene deze verplichting niet nakomt dan wel een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan toont, kan de bijzondere bijstand verlaagd worden. In de praktijk is er overigens zelden een grond aanwezig om het beslag met succes op te heffen.


Meer informatie
- CRvB 19 januari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:110
- CRvB 19 januari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:242
- Voorbeeld bezwaarschrift afwijzing bijzondere bijstand draagkracht
- Achtergrondinfo bijzondere bijstand
Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht