Teveel beslag op bijstand voor samenwonenden

Bron: André Moerman

14/07/2020 20:03 uur

Wanneer beslag op een bijstandsuitkering voor samenwonenden wordt gelegd, terwijl slechts één van de partners een schuld heeft, wordt er vaak teveel aan de deurwaarder afgedragen. Hetzelfde is aan de orde wanneer de gemeente een vordering op de uitkering verrekent. In feite betaalt de partner die niets met de schuld te maken heeft er wel aan mee en dat is niet correct. Slechts de helft moet worden afgedragen.





Beslag op de uitkering
Wanneer een deurwaarder beslag op de uitkering legt wordt in juridische termen beslag gelegd op de vordering die de schuldenaar op de derde heeft. In het beslagexploot staat het ingewikkeld geformuleerd. Er staat dan bijvoorbeeld:

“EXECUTORIAAL BESLAG GELEGD:
Op alle vorderingen en roerende zaken, niet zijnde registergoederen, die de derde-beslagene verschuldigd mocht zijn en/of uit een bestaande rechtsverhouding verschuldigd mocht worden aan of onder berusting mocht hebben, meer in het bijzonder maar niet uitsluitend op het loon emolumenten / de uitkering van: X, geboren te…”

Op welke vordering van de schuldenaar op de sociale dienst wordt nu precies beslag gelegd wanneer het een bijstandsuitkering voor samenwonenden betreft?


Ondeelbaar, maar gesplitst uitbetaald
De bijstandsuitkering verstrekt aan samenwonenden is afhankelijk van het inkomen en vermogen van beiden en wordt aan beiden gezamenlijk toegekend. Het betreft een gezamenlijk recht op uitkering en dat recht is niet deelbaar. Je kunt niet zeggen “Doe mij maar een halve uitkering want mijn partner wil geen uitkering”.
Nadat het recht is vastgesteld wordt de uitkering gesplitst uitbetaald. Art. 45 lid 4 Pw bepaalt:

“De algemene bijstand wordt uitbetaald aan ieder van de rechthebbende echtgenoten voor de helft dan wel op hun gezamenlijk verzoek aan een van hen voor het geheel.”

Deze bepaling spreekt van ‘echtgenoten’. Voor de Participatiewet worden samenwonenden aangemerkt als echtgenoten.

De vordering die de schuldenaar op de uitkeringsinstantie heeft betreft dus de helft van de uitkering en in de maand mei de helft van het opgebouwde vakantiegeld. Wanneer de schuldenaar de andere helft bij de uitkeringsinstantie zou opeisen, zou de gemeente dit weigeren. Dit kan immers alleen op gezamenlijk verzoek.


Nemo plus-regel
Voor het beslagrecht geldt de zogenaamde ‘nemo plus-regel’ hetgeen betekent dat de beslaglegger niet méér rechten en bevoegdheden kan uitoefenen dan de beslagdebiteur, zijn schuldenaar, zelf jegens de derde toekomt.
Dit betekent dat als de schuldenaar bij de gemeente niet méér kan vorderen dan de helft van de maandelijkse uitkering en de helft van het vakantiegeld, de beslaglegger dit ook niet kan doen.

Een uitzondering op de nemo plus-regel is dat de beslaglegger een beroep kan doen op de zogenaamde actio pauliana, omdat er sprake is van benadeling van de schuldeiser (art. 3:45 BW). Dit zou bijvoorbeeld aan de orde kunnen zijn wanneer de uitkering op gezamenlijk verzoek wordt uitbetaald aan degene die geen schulden heeft, met als bedoeling dat er niets onder het beslag zal vallen. Dit gezamenlijk verzoek kan dan door de beslaglegger worden vernietigd.

Omgekeerd kan echter niet. Degene zonder schulden kan niet gedwongen worden in te stemmen met een gezamenlijk verzoek tot uitbetaling van de uitkering aan degene met schulden.


Verrekenen
Wanneer een vordering op de uitkering wordt verrekend gelden in feite dezelfde regels als bij beslag. In art. 4:93 lid 4 Awb staat:

“De schuldenaar is niet bevoegd tot verrekening voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn.”

Ingevuld voor onderhavige situatie staat er;
De uitkeringsinstantie is niet bevoegd tot verrekening voor zover beslag op de uitkering van de uitkeringsgerechtigde nietig zou zijn.

Dit betekent derhalve dat ook hier geldt dat als de gemeente een vordering heeft op slechts één van de partners er alleen op dat deel van de uitkering verrekend kan worden.

Het kan hier gaan om invordering van teveel ontvangen uitkering, opgelegde boetes vanwege schending van de inlichtingenplicht, maar ook om de invordering van leenbijstand.


Gehuwden
De hier beschreven situatie betreft samenwonenden, maar het kan ook gaan om gehuwden getrouwd onder huwelijkse voorwaarden, of getrouwd in beperkte gemeenschap van goederen. Deze laatste huwelijksvorm is ingevoerd per 1 januari 2018. Een voorhuwelijkse schuld kan dan voor de helft verhaald worden op de gemeenschap van goederen, in dit geval de helft van het verschil tussen de uitkering en de beslagvrije voet.
Veel mensen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen (getrouwd vóór 1 januari 2018). Dan kan wel op de volledige uitkering beslag worden gelegd, ook al heeft de echtgenoot niets met de schuld te maken.


Proefprocedure
Of de volledige uitkering onder het beslag valt of slechts de helft, maakt veel uit. Bij een ‘kale beslagvrije voet’, dus zonder verhoging vanwege woonkosten en premie ziektekosten, gaat het op jaarbasis om € 908,-.
Er is geen jurisprudentie bekend over dit onderwerp. Om uitsluitsel te krijgen over deze interpretatie van de wetgeving willen we een aantal proefprocedures opstarten.


Reageren?



« Nieuwsoverzicht