Bescherming bestaansminimum vereist proactieve deurwaarder

Bron: André Moerman

08/03/2020 11:09 uur

Sinds 2016 maken deurwaarders gebruik van het beslagregister. Een mooi instrument om het onnodig maken van kosten te voorkomen en om de beslagvrije voet te bewaken. Dit vraagt echter wel een actieve rol van de deurwaarder, zo oordeelt de tuchtrechter. De raadplegende deurwaarder moet, met name wanneer de beslagvrije voet in het gedrang komt, zijn bevindingen melden bij de eerste beslaglegger, dan wel de schuldenaar.


Wat vooraf ging
X heeft aan de deurwaarder voor de aflossing van een huurschuld een betalingsregeling voorgesteld van 100 euro per maand. De opdrachtgever stemt hier niet mee in en de deurwaarder legt beslag op de huurtoeslag.
X heeft hierover een klacht ingediend bij de Kamer voor gerechtsdeurwaarders, onder meer omdat er al beslag op zijn AOW lag en dat de deurwaarder met de eerste beslaglegger had moeten overleggen over de inhoudingen en verdeling.


Beoordeling van de klacht

"4.5 Anders dan klager stelt volgt uit de bepalingen in het digitaal beslagregister (DBR) niet (expliciet) dat er enig overleg had moeten plaatsvinden tussen de beklaagde gerechtsdeurwaarder en de eerste beslaglegger. Maar afgaand op het doel waarvoor de Koninklijke Beroepsorganisatie voor Gerechtsdeurwaarder het DBR in het leven heeft geroepen, is het op zijn minst opmerkelijk om aan te nemen dat slechts raadplegen ervan afdoende is om het doel na te streven. Op haar website is het doel als volgt opgenomen:

Het DBR heeft ten doel:

  1. te voorkomen dat de schuldeiser, in onwetendheid omtrent de beslagpositie van de schuldenaar, proces- en/of executiekosten maakt, althans die kosten zoveel mogelijk te beperken;
  2. te bevorderen dat de beslagvrije voet van de schuldenaar op de juiste wijze wordt vastgesteld en toegepast.


4.6 De kamer maakt op dat er een zorgvuldigheidsgedachte uitgaat van dit doel die er in bestaat dat de raadplegende gerechtsdeurwaarder er zorg voor draagt dat zowel schuldeiser als schuldenaar niet nadelig worden getroffen bij de uitoefening van zijn beslagbevoegheid. Nastreven van dit doel vraagt feitelijk om een actieve rol van de raadplegende gerechtsdeurwaarder richting (alle) betrokkenen, en dat impliceert, naar objectieve maatstaven, een meldingsplicht.
De kamer laat in het midden aan wie de raadplegende gerechtsdeurwaarder enige melding had moeten doen, hoewel het voor de hand ligt dit aan de eerste beslaglegger te doen. Immers, mocht zijn handelen ertoe leiden dat de beslagvrije voet voor de debiteur aanpassing behoeft, dan gaat daarmee niet nodeloos tijd verloren. Terwijl in het verlengde van die zorgvuldigheidsgedachte het in ieder geval zo zou moeten zijn dat de debiteur een melding ontvangt."


Dit onderdeel van de klacht wordt gegrond verklaard. De deurwaarder krijgt als maatregel een waarschuwing opgelegd.




Naschrift
Voor een correcte berekening van de beslagvrije voet is het van groot belang dat deurwaarders zicht hebben op het totaalplaatje:

  • heeft de debiteur twee looninkomsten of uitkeringen waarop door verschillende deurwaarders beslag is gelegd, dan moet de beslagvrije voet naar rato van de hoogte van die inkomsten verdeeld worden;
  • heeft deurwaarder A beslag op loon of uitkering en deurwaarder B beslag op huur- of zorgtoeslag gelegd, dan moet deurwaarder A de beslagvrije voet verhogen omdat de toeslag niet ontvangen wordt.

Zodra de deurwaarder zicht heeft op het totaalplaatje (het beslagregister helpt daarbij) moet de deurwaarder hier ook naar handelen. In onderhavige uitspraak laat de kamer in het midden aan wie de raadplegende deurwaarder enig melding had moeten: de andere beslagleggende deurwaarder of de schuldenaar.
Dit is opmerkelijk nu het toch de taak van de deurwaarder is om de beslagvrije voet correct vast te stellen. In een eerdere uitspraak heeft het hof Amsterdam ook in deze zin geoordeeld:
“De gerechtsdeurwaarder had daarnaast niet mogen volstaan met de bij e-mailbericht van 13 juni 2016 aan klager gedane mededeling dat klager zijn verzoek om toepassing en aanpassing van de beslagvrije voet diende voor te leggen aan de gerechtsdeurwaarder die een eerder beslag had gelegd op zijn inkomen. Het behoort tot de taak van de gerechtsdeurwaarder om met een andere gerechtsdeurwaarder in overleg te treden als het gaat om de toepassing van de beslagvrije voet, indien er cumulatief of gelijktijdig derdenbeslag is gelegd op vorderingen, waaraan een beslagvrije voet is verbonden.”


Meer informatie
- Kamer voor gerechtsdeurwaarders 3 december 2019, ECLI:NL:TGDKG:2019:198
- Hof Amsterdam 24 april 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1425
- Hof Amsterdam 7 september 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BN7340
- Schuldenwijzer zet eerste stap naar totaaloverzicht schuldinformatie
- Beslagregister, een grote stap in invorderingsland!


Reageren?



« Nieuwsoverzicht