Rechter wijst 100 euro bankbeslagkosten ING af

Bron: André Moerman

01/03/2020 11:40 uur

Banken brengen hoge kosten in rekening wanneer een deurwaarder beslag onder de bank legt. De kosten variëren van 80 tot 130 euro per rekeninghouder. ING is door de rechtbank Amsterdam hiervoor op de vingers getikt. De rechter wees de kosten af omdat ze gebaseerd zijn op een oneerlijk beding in de algemene voorwaarden.



Wat vooraf ging
Een deurwaarder heeft op 27 september 2018 bankbeslag gelegd onder de ING ten laste van X. Op 25 oktober 2018 verklaart de bank aan de deurwaarder dat  het totaal aangetroffen tegoed op het tijdstip van het beslag: € 774,98 bedraagt. Op 13 november 2018 schrijft de bank € 874,98 af met de omschrijving “Afhandeling beslag, brief volgt”.

Door de afschrijving i.v.m. het beslag is een roodstand ontstaan. Nadat ING meerdere brieven heeft gestuurd dat de roodstand moet worden aangezuiverd wordt X door ING gedagvaard. ING vordert:
a. € 877,32 aan hoofdsom;
b. € 5,77 aan wettelijke rente, berekend tot 7 augustus 2019;
c. de proceskosten. 

ING stelt hiertoe dat zij X geen toestemming heeft verleend om op de rekening rood te staan. Door de afhandeling van het beslag is op de bankrekening van X een roodstand ontstaan. ING heeft de roodstand als wanprestatie aangemerkt, actie ondernomen om tot aanzuivering van het negatieve saldo te komen en de roodstand aangemeld bij de Stichting Bureau Krediet Registratie. ING matigt haar vordering om haar moverende redenen (AM: zal de hoogte van het griffierecht zijn) tot het bedrag van € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over de (openstaande) hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van voldoening.

X voert verweer tegen de vordering. X geeft aan dat de roodstand is ontstaan doordat zijn oude huisbaas beslag op zijn bankrekening heeft gelegd. Op het moment van de afdracht aan de deurwaarder stond er geen tegoed op de rekening. Een bank mag geen afdracht doen indien er geen tegoed op de rekening staat.


De rechter oordeelt als volgt
5. Tussen partijen staat vast dat X geen toestemming van ING had om rood te staan op zijn betaalrekening. Dat betekent dat op X de plicht rust om het bedrag van de roodstand meteen terug te betalen. Een door derden onder ING gelegd beslag kan niet aan ING worden toegerekend en valt in de risicosfeer van X. ING was gehouden tot uitkering aan de beslaglegger van een bedrag gelijk aan het positieve saldo dat er op het moment van beslaglegging was. Uit het door ING overgelegde overzicht van af- en bijschrijvingen blijkt dat op het tijdstip van het beslag op 27 september 2018 sprake was van een positief saldo van € 774,98. Uit de door ING overgelegde bankafschriften blijkt voorts dat in de periode tot 13 november 2018 diverse andere afschrijvingen van de rekening hebben plaatsgevonden. De roodstand die dat tot gevolg heeft gehad, komt voor rekening en risico van X.

6. Daarnaast heeft ING op grond van haar algemene bankvoorwaarden kosten voor het bankbeslag ter hoogte van € 100,00 in rekening gebracht.

7. Een dergelijk beding moet worden getoetst aan de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (de richtlijn). (…) Op grond van de bijlage bij deze richtlijn kan een beding dat tot doel of tot gevolg heeft de consument die zijn verbintenissen niet nakomt, een onevenredig hoge schadevergoeding op te leggen, als oneerlijk beding worden aangemerkt (…).

8. Blijkens de Buitengerechtelijke Verklaring van 25 oktober 2018 heeft ING € 774,98 uitgekeerd aan de deurwaarder. Voor de procedure van beslaglegging heeft ING een bedrag van € 100,00 in rekening gebracht. ING heeft de in rekening gebrachte kosten van € 100,00 niet nader gespecificeerd. Het is dan ook onduidelijk welke kosten voor ING voorvloeien uit het beslag. Het beding in de algemene voorwaarden van ING waarop de kostenvergoeding gebaseerd is moet daarom als een oneerlijk beding als bedoeld in artikel 3 van de richtlijn worden aangemerkt. De kantonrechter zal het beding dan ook vernietigen en de vordering van € 100,00 zal worden afgewezen.

9. De gevorderde hoofdsom is daarom toewijsbaar tot een bedrag € 774,98.

10. Uit het voorgaande volgt dat ook het gevorderde rentebedrag te hoog is. De wettelijke rente is daarom toewijsbaar vanaf de datum van de dagvaarding.

11. Nu ING haar vordering heeft beperkt tot € 500,00 is de vordering tot dat bedrag toewijsbaar.

12. X wordt als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten belast.



Kosten afhandeling bankbeslag.
De rechter wijst de 100 euro aan kosten af door het beding waar deze kosten op zijn gebaseerd als oneerlijk beding aan te merken. Onduidelijk is welke kosten voor de ING voortvloeien uit het beslag. Het beding waar de ING zich op baseert is artikel 28 van de Algemene Bankvoorwaarden:

28 Bijzondere kosten
28.1 Als de bank wordt betrokken bij een beslag, geschil of procedure tussen de cliënt en een derde, dan zal de cliënt de daaruit voor de bank voortvloeiende kosten (bijvoorbeeld rechtsbijstandskosten) volledig aan haar vergoeden.
28.2 Alle overige bijzondere kosten van de bank voortvloeiend uit de relatie met de cliënt komen voor rekening van de cliënt voor zover dit redelijk is.

Voor zover bekend brengen alle banken dit soort kosten in rekening variërend van 80 tot 130 euro.


Wetsvoorstel
Aan deze diversiteit aan kosten komt een einde. Het wetsvoorstel Herziening van het beslag- en executierecht regelt in art. 476a lid 3 Rv dat de kosten voor het invullen van de verklaring derdenbeslag bij Besluit gemaximeerd worden. Het conceptbesluit stelt het maximumbedrag op 80 euro. Dat is toch ook nog een hoog bedrag dat niet in verhouding lijkt te staan tot de werkzaamheden die de bank moet verrichten.

De bank mag niet slechter worden van het beslag (non peius beginsel), maar hoeft er ook niet aan te verdienen.


Trage afhandeling ING zorgt voor negatieve BKR-registratie
Opvallend in de hierboven vermelde uitspraak is dat de ING niet meteen op het moment van beslaglegging het saldo heeft geblokkeerd en op een aparte rekening heeft gezet. In feite had X ongedaanmaking van de BKR-registratie c.q. schadevergoeding kunnen vorderen, want de roodstand is in feite het gevolg van een trage afhandeling van de ING.


Meer informatie
- Rb Amsterdam 21 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2020:923 
- Achtergrondinfo bankbeslag


Reageren?



« Nieuwsoverzicht