Beschermingsbewind op verzoek van B&W

Bron: André Moerman

17/11/2019 15:33 uur

Beschermingsbewind wordt meestal ingesteld op verzoek van degene wiens financiën beheerd moet worden. Wanneer betrokkene geen beschermingsbewind wil, of niet in staat is om het aan te vragen, kan het college van B&W sinds 2014 onder bepaalde voorwaarden beschermingsbewind aanvragen. Een mooi instrument om bijvoorbeeld in te zetten bij zorgmijders bij wie vanwege een huurachterstand ontruiming dreigt. Illustratief voor deze mogelijkheid is een arrest van Hof Arnhem-Leeuwarden over een huurder die vanwege de aanwezigheid van asbest de huur niet wilde betalen. Beschermingsbewind kost geld maar je kunt er ook hoge maatschappelijke kosten mee voorkomen.




Wat er aan voorafging

De verhuurder heeft X gedagvaard vanwege een huurachterstand. Als verweer voerde X aan de huur niet te willen betalen, vanwege verstoring van het woongenot als gevolg van asbest in de woning. Dit verweer wordt door de rechter niet gehonoreerd. De vordering van de verhuurder wordt toegewezen. Als de achterstand niet binnen twee weken na betekening van het vonnis wordt voldaan, ontbindt de kantonrechter de huurovereenkomst en moet X de woning ontruimen.

Betrokkene aanvaardt geen hulp en de gemeente Coevorden vindt dit een zorgelijke situatie. Het college van B&W heeft een verzoek tot beschermingsbewind ingediend en dit is door de rechter gehonoreerd. X is het er niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld.


Het hof oordeelt als volgt
Uit de stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat rechthebbende X ten tijde van de indiening van het verzoek een forse huurschuld had aan zijn verhuurder Y. Het verweer van X dat Y tekort is geschoten in het verschaffen van het ongestoorde huurgenot vanwege asbest in de woning, is door de rechtbank niet gehonoreerd waarna X is veroordeeld tot betaling van de huurtermijnen. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep ingesteld, zodat deze onherroepelijk is geworden.

Uit de stukken blijkt dat tussen het college en de verhuurder ten tijde van het ontstaan van de huurachterstanden een convenant is opgesteld om X te helpen een eventuele woningontruiming te voorkomen. Schuldhulpverlening, die betrokken is geweest bij X, heeft niets voor hem kunnen doen omdat hij geen inzage gaf in zijn financiën en geen hulp wilde. Ook blijkt uit de stukken dat vervolgens naar aanleiding van het vonnis van 22 mei 2018 op 9 augustus 2018 een woningontruiming was gepland en dat X van mening was dat hij ondanks de aanzegging daartoe door een deurwaarder niet uit de woning zou worden gezet. Het college heeft daarop, om het belang van X te dienen, een verzoek tot onderbewindstelling ingediend en met Y afgesproken dat de ontruiming zal worden opgeschort in afwachting van de beslissing op dit verzoek.

De bewindvoerder heeft ter zitting toegelicht dat het bewind op zichzelf goed verloopt, en dat er goed contact is tussen de bewindvoerder en X. X ontvangt een uitkering op grond van de Participatiewet en kan daardoor slechts mondjesmaat aflossen op de schuld, namelijk met een bedrag van € 75,- per maand. Ter zitting is naar voren gekomen dat de totale huurschuld nu ongeveer € 8.100,- bedraagt. De bewindvoerder heeft de vrees geuit dat wanneer het bewind zou wegvallen rechthebbende de betalingsregeling niet zelf zal voortzetten en dat (weer) ontruiming zal dreigen. Gebleken is dat X nog steeds zeer boos is op Y en ervan overtuigd is dat hij ziek is geworden door de aanwezigheid van asbest in de woning. Ondanks het veroordelend vonnis acht hij zich niet gehouden de schuld te voldoen.

Naar het oordeel van het hof is dan ook de vrees gerechtvaardigd dat X zijn betalingen op de huurschulden zal stopzetten wanneer er geen sprake meer zou zijn van bewind. Nog steeds is de ontruiming niet van de baan. Mede gezien de hoogte van de schuld afgezet tegen het inkomen van X acht het hof de financiële situatie waarin X is beland zorgelijk en een beschermingsmaatregel gerechtvaardigd. Gelet op de medische situatie van X is het te meer van belang dat hij zijn woning niet zal worden uitgezet.

Nu sprake is van een forse schuld in verband met niet betaalde huurpenningen over een aanzienlijke periode en de gevolgen zeer ingrijpend zullen zijn voor X ingeval hierop niet meer zou worden afgelost, is het hof van oordeel dat de kantonrechter terecht vanwege problematische schulden een bewind heeft ingesteld over de goederen en gelden die (zullen) toebehoren aan X. Hetgeen X voor het overige heeft aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden.


Op verzoek van B&W
Uiteraard verdient het de voorkeur dat beschermingsbewind door betrokkene zelf wordt aangevraagd en als dat niet kan door de familie. Sinds 2014 is de wet uitgebreid en kan het college vanwege verkwisting of het hebben van problematische schulden een verzoek tot beschermingsbewind indienen. In de Memorie van Toelichting staat hierover:

"Teneinde mensen met problematische schulden beter te kunnen helpen en de schuldhulpverlening, schuldsanering en schuldenbewindvoering beter op elkaar te laten aansluiten wordt tevens voorgesteld dat het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente waar de persoon in kwestie woont een verzoek tot instelling van een beschermingsbewind wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden kan instellen. Dit betekent dat de gemeente ten behoeve van diegene die zich aanmeldt voor schuldhulpverlening, naast het bieden van deze hulp, ook bij de kantonrechter om instelling van een beschermingsbewind kan verzoeken. Een vergelijkbare bevoegdheid heeft het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 284, vierde lid, van de Faillissementswet, inzake de toepassing van de schuldsaneringsregeling. Juist vanwege de verantwoordelijkheid voor de minnelijke schuldhulpverlening en de afgifte van de Wsnp-verklaring acht ik het nuttig dat het college van burgemeester en wethouders in staat wordt gesteld om een verzoek tot onderbewindstelling in te dienen. Daarmee wordt ook een betere afstemming tussen schuldhulpverlening en beschermingsbewind mogelijk gemaakt."


Schuldenrechter
De mogelijkheid voor het college van B&W om een verzoek tot beschermingsbewind in te dienen is ook een mooi instrument te gebruiken door de schuldenrechter. Eigenlijk zou bij elk verzoek tot ontbinding van de huurovereenkomst vanwege schulden de gemeentelijke schuldhulpverlening ingeschakeld moeten worden, waar nodig met de inzet van beschermingsbewind.


Meer informatie
- Hof Arnhem-Leeuwarden 17 september 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:7687
- Achtergrondinfo beschermingsmaatregelen
Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht