SchuldInfo

Juridische info voor hulpverleners

 
 

Overzicht tuchtrechtspraak deurwaarders juli t/m september 2018

Bron: André Moerman

05/11/2018 18:46 uur

Deurwaarders zijn onderworpen aan tuchtrechtspraak, uitgevoerd door de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders en in hoger beroep door het Hof Amsterdam. Hierbij een selectie van uitspraken gepubliceerd in de maanden juli t/m september 2018.




De Kamer voor gerechtsdeurwaarders heeft in het derde kwartaal geen uitspraken gepubliceerd. Dit keer alleen uitspraken van hof Amsterdam


Bankbeslag ondanks bekendheid met slechte financiële situatie
Vanwege de door klager aan de deurwaarder verstrekte informatie had de deurwaarder kunnen weten dat het inkomen van klager bestond uit de beslagvrije voet en er bij klager geen ruimte was voor een maandelijkse betaling. De deurwaarder heeft ook in hoger beroep niet aannemelijk gemaakt dat er destijds aanleiding was om te veronderstellen dat de bankrekening door andere inkomsten dan de uitkering en toeslagen van klager werd gevoed of dat er nog andere inkomsten zouden zijn.
Het hof is, evenals de kamer, van oordeel dat de deurwaarder dermate sterke aanwijzingen had dat het door hem gelegde bankbeslag geen soelaas zou bieden om tot verhaal van de vordering van zijn opdrachtgever te komen, dat hij vanwege de daaraan voor klager verbonden kosten en overlast van het leggen daarvan had behoren af te zien. Op het moment dat klager de deurwaarder na het bankbeslag zijn bankafschriften deed toekomen en de deurwaarder kennis had gekregen van het feit dat het bankbeslag slechts doel had getroffen voor een bedrag ongeveer gelijk aan de overgemaakte huurtoeslag, had de deurwaarder dus ook onmiddellijk tot opheffing van het bankbeslag moeten overgaan.
De kamer heeft de deurwaarder de maatregel van berisping opgelegd. Het hof bevestigt de bestreden beslissing mbt de maatregel en veroordeelt de deurwaarder tot betaling van het griffierecht (50,- euro) en de kosten van behandeling van de klacht in hoger beroep (3.000,- euro). >>> Uitspraak


Geen beslagvrije voet toegepast bij bankbeslag
Het hof stelt voorop dat thans enkel de vraag voorligt of de deurwaarders tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld door op het bankbeslag geen beslagvrije voet toe te passen. Hoewel bij een bankbeslag in beginsel geen rekening hoeft te worden gehouden met de beslagvrije voet, kan het onder omstandigheden tuchtrechtelijk laakbaar zijn dat niet te doen.

Gelet op de hoogte van het bij het bankbeslag getroffen bedrag (vrijwel gelijk aan de bijstandsuitkering van klaagster) alsmede gelet op de inhoud van de door klaagster aan de deurwaarders verstrekte stukken over haar financiële situatie, hadden de deurwaarders naar het oordeel van het hof onverwijld moeten overgaan tot toepassing van de beslagvrije voet. Er was onvoldoende aanleiding om te veronderstellen dat de beslagen bankrekening door andere inkomsten dan de bijstandsuitkering van klaagster werd gevoed of dat er nog andere inkomsten zouden zijn. Voor het bestaan van zwarte inkomsten uit de (reeds in 2014 uit het handelsregister uitgeschreven) eenmanszaak was destijds geen, althans onvoldoende bewijs. Door het niet toepassen van de beslagvrije voet op het bankbeslag, hebben de deurwaarders naar het oordeel van het hof tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
Gezien de ernst van het feit is het hof van oordeel dat de maatregel van berisping passend en geboden is, zoals ook door de kamer opgelegd. >>>Uitspraak


Onjuist dwangbevel en incassotraject inzetten ondanks vordering was voldaan
De deurwaarder is tot betekening van een dwangbevel overgegaan, nadat klager de onderliggende vordering reeds had voldaan. Bovendien is aan klager een dwangbevel op naam van iemand anders betekend. Tevens staat vast dat op telefoontjes en brieven van klager in het geheel niet of onvoldoende inhoudelijk is gereageerd. Naar het oordeel van het hof had de deurwaarder het incassotraject moeten beëindigen op het moment dat hij van het CJIB had vernomen dat de hoofdsom aan het CJIB was voldaan voordat hij met zijn werkzaamheden was aangevangen.
De deurwaarder heeft het incassotraject echter steeds voortgezet, ondanks de meldingen van klager, waarbij zelfs ten onrechte beslag is gelegd op de zorgtoeslag van klager gedurende een periode van vijf maanden. Dat niet alle brieven van klager door de deurwaarder zijn ontvangen, zoals de deurwaarder heeft aangevoerd, maakt de handelwijze van de deurwaarder niet minder verwijtbaar, aangezien klager in de brieven die blijkbaar wel door de deurwaarder zijn ontvangen steeds heeft verwezen naar zijn eerdere brieven. Ook het feit dat de kosten niet in rekening zijn gebracht bij klager of de opdrachtgever en klager dus geen onnodige kosten heeft hoeven vergoeden, zoals door de deurwaarder tevens is aangevoerd, maakt zijn handelen c.q. nalaten niet minder laakbaar. Het is bovendien aannemelijk dat klager door het ten onrechte gelegde beslag financieel nadeel heeft ondervonden dat niet is vergoed door het uiteindelijk terugstorten van de ingehouden bedragen, zoals klager heeft gesteld. De klacht is, zoals ook de kamer heeft beslist, gegrond en het handelen van de deurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar.
Het hof legt de maatregel van berisping met aanzegging op. De door de kamer opgelegde maatregel van geldboete acht het hof niet passend, nu niet is gebleken dat de deurwaarder in deze zaak financieel voordeel heeft behaald of beoogd. Voorts veroordeelt het hof de deurwaarder tot betaling van de kosten van klager in hoger beroep (50,- euro) en de kosten van behandeling van de klacht in hoger beroep (3.000,- euro). >>>Uitspraak


Meer informatie
- Overzichten tuchtrechtspraak deurwaarders
- Website tuchtrechtspraak
Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht