SchuldInfo

Juridische info voor hulpverleners

 
 

Ondanks aanvragen bewind gedagvaard door verzekeraar

Bron: André Moerman

15/10/2018 18:45 uur

Verzekeraar Allianz vordert € 92 vanwege een premieachterstand. Een verzoek om uitstel, omdat voor betrokkene beschermingsbewind was aangevraagd, mocht niet baten. Een dagvaarding volgde. De kantonrechter maakt korte metten: incassokosten en proceskosten worden afgewezen. Er bestaat weliswaar geen wettelijk recht op uitstel, maar de rechter kan wel te snel dagvaarden afstraffen. Als het aan de regering ligt zal dit vaker gaan gebeuren.



   Foto: Ivana Divišová


Wat voorafging
Verzekeraar Allianz heeft de bewindvoerder q.q. gedagvaard vanwege een vordering ad. € 142,35 (€ 92,00 hoofdsom; € 1,95 rente daarover tot de dagvaarding en € 48,40 buitengerechtelijke incassokosten inclusief BTW). De bewindvoerder heeft - kort gezegd - aangevoerd dat er geen aanleiding was voor deze procedure en het maken van verdere kosten omdat duidelijk was dat de hoofdsom werd erkend en er bewind was aangevraagd en opgestart.


De kantonrechter oordeelt als volgt

"2.3. De kantonrechter stelt voorop dat de hoofdsom niet is betwist en evenmin dat daarover rente verschuldigd is. In zoverre is de vordering toewijsbaar. Het gaat nog om de daarbij gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten van Allianz.

2.4. Uit de door de bewindvoerder beschreven tijdlijn en de daarbij overgelegde stukken blijkt dat GGN namens Allianz op 22 februari 2018 een aanmaningsbrief aan X stuurde waarin aanspraak wordt gemaakt op de hoofdsom en € 1,50 aan rente. In die brief - de zogenoemde 14 dagenbrief - wordt een betalingstermijn van 14 dagen gegeven waarna incassokosten (€ 48,40) verschuldigd zullen zijn. De bewindvoerder heeft op 5 maart 2018 - en dus ruim binnen die termijn van 14 dagen - een e-mailbericht aan de betrokken deurwaarder gestuurd en bericht dat er overleg is geweest met X en met een medewerker van de gemeente en dat gezamenlijk een aanvraag voor beschermingsbewind is ingevuld en aan de rechtbank gezonden. Met het oog op de met de behandeling van die aanvraag gemoeide tijd, vraagt de bewindvoerder clementie. Zonder daar op in te gaan stuurde GGN op 20 maart 2018 opnieuw een aanmaning aan Z, ditmaal voor € 145,83. De bewindvoerder berichtte GGN op 21 maart 2018 dat de zitting over het beschermingsbewind had plaatsgevonden op 16 maart 2018 en dat X in afwachting was van de beschikking. Y meldt tot dan niets te kunnen doen en dat Y hoopt dat een en ander even kan worden aangehouden. Op 22 maart 2018 verzoekt GGN de bewindvoerder om het openstaande bedrag te betalen en de bewindvoerder reageert met verwijzing naar bericht van 21 maart 2018. Op 1 april 2018 heeft de rechtbank de beschikking uitgesproken waarbij het vermogen van X onder bewind is gesteld. De bewindvoerder heeft de beschikking op 5 april 2018 aan GGN doorgestuurd. GGN heeft vervolgens nogmaals een aanmaning gestuurd. De bewindvoerder heeft GGN bericht over de stand van zaken; de schulden van X werden in kaart gebracht en schuldhulpverlening werd gestart. GGN is daar niet op in gegaan en heeft op 30 mei 2018 de dagvaarding laten betekenen.

2.5. De kantonrechter is het met de bewindvoerder eens dat onder de hiervoor beschreven omstandigheden geen aanspraak kan maken op vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Het was door het bericht van de bewindvoerder van 5 maart 2018 duidelijk dat er sprake was van betalingsonmacht aan de kant van X en dat een schuldhulpverleningstraject werd gestart. Het lag in de rede om daar adequaat op te reageren en in ieder geval enige tijd af te wachten of dit tot een oplossing zou leiden. Daarmee had naar het zich laat aanzien een procedure - met alle kosten van dien - voorkomen kunnen worden. De kosten die in deze zaak gemoeid zijn geweest met de werkzaamheden van GGN om betaling te verkrijgen buiten rechte zijn naar het oordeel van de kantonrechter niet in redelijkheid gemaakt. Daarom zal de gevorderde vergoeding worden afgewezen. De gang van zaken is verder aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat elk van partijen de eigen kosten draagt."


Kabinetsplannen
Een schuldeiser hoeft niet in te stemmen met uitstel van betaling of een betalingsregeling, zo is in het Burgerlijk Wetboek geregeld. Toch oordeelt de rechter in onderhavige uitspraak dat de incassokosten en proceskosten van de schuldeiser voor eigen rekening blijven. Te snel dagvaarden wordt hiermee afgestraft.
Dit is overigens in lijn met plannen van het kabinet om te snel dagvaarden tegen te gaan. In het regeerakkoord staat hierover: 

“Schuldeisers dienen eerst de mogelijkheden van een betalingsregeling te onderzoeken voor een zaak voor de rechter wordt gebracht”

Hoe dit wettelijk vormgegeven gaat worden is nog niet bekend. Als het maar leidt tot een daadwerkelijk onderzoek en niet een dode letter die met een standaardpassage in de dagvaarding kan worden afgedaan.


Meer informatie
- Rb Midden-Nederland 12 september 2018, 6972221 UC EXPL 18-6711 PD/968


Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht