Echtpaar krijgt onvoldoende hulp na aanmelding bij schuldhulpverlening

Bron: de Nationale ombudsman

19/10/2016 18:52 uur

Een echtpaar vraagt schuldhulpverlening aan bij de gemeente Tiel. De afhandeling duurt lang. Er ligt beslag op de uitkering van meneer. De gemeente vindt dat ze eerst moeten zorgen dat de Belastingdienst het beslag opheft om tot een stabiel inkomen te komen. Mevrouw vindt dat die taak bij de gemeente hoort en klaagt erover dat de gemeente geen hulp biedt. De bestaande schuldregelingsovereenkomst moet volgens de Nationale ombudsman voldoende zijn om het beslag op de uitkering tijdelijk op te heffen. De ombudsman vraagt zich wel af waarom het noodzakelijk is om het beslag van de uitkering op te heffen. De gemeente start uiteindelijk het schuldhulpverleningstraject, maar heeft het echtpaar onnodig lang in onzekerheid gelaten.




Mevrouw V. vraagt samen met haar partner, de heer K., schuldhulpverlening aan bij de gemeente Tiel. Het duurt lang voor het traject op gang komt. Er ligt beslag op de uitkering van de heer K. De gemeente is van mening dat mevrouw en meneer er zélf voor moeten zorgen dat de Belastingdienst het beslag op het inkomen van de heer K. opheft. Mevrouw V. is van mening dat die taak bij de gemeente hoort bij het uitvoeren van schuldhulpverlening. Mevrouw V. dient een jaar na de aanvraag schuldhulpverlening een klacht in bij de gemeente Tiel. De gemeente Tiel acht de klachten over de lange behandelingsduur en de communicatie vanuit de gemeente Tiel gegrond. Haar klacht over het gebrek aan kennis en kunde bij de medewerkers wordt ongegrond verklaard. In de klachtafhandeling komt aan de orde dat de gemeente van mening is dat mevrouw V. en meneer K. zelf verantwoordelijk waren voor het beslagvrij maken van het inkomen van meneer K. Mevrouw V. is het daarmee niet eens. Zij dient daarover een klacht in bij de Nationale ombudsman.


Beoordeling Nationale ombudsman
Nadat mevrouw V. en de heer K. schuldhulpverlening hebben aangevraagd, hebben er verschillende gesprekken plaatsgevonden. In die gesprekken heeft de gemeente Tiel hen verzocht om het beslag van de Belastingdienst van de uitkering van de heer K . te laten halen. Op die manier zou het inkomen stabiel zijn, een voorwaarde om schuldhulpverlening op te starten. Mevrouw V. heeft de gemeente verschillende malen laten weten dat het voor hen niet mogelijk was om het beslag van de uitkering te laten halen. De gemeente Tiel heeft daarop geen actie ondernomen. Mevrouw V. heeft haar aanvraag schuldhulpverlening ingetrokken. Voor de heer K. is, ondanks het beslag op zijn inkomen, later wel een schuldhulpverleningstraject op gang gekomen.

De gemeente Tiel legt de verantwoordelijkheid om het beslag op de uitkering van de heer K. op te heffen bij de heer K. en mevrouw V. In het beleidsplan schrijft de gemeente over de stabilisatieperiode: "Eerst wordt bekeken of de schuldenaar zelf in staat is om met de schuldeisers betalingsregelingen op te zetten. Pas als dit niet mogelijk blijkt, kunnen producten ingezet worden die de verantwoordelijkheid tijdelijk bij de schuldenaar weg te namen." De Nationale ombudsman heeft in het rapport 'Burgerperspectief op schuldhulpverlening' vastgesteld dat gemeenten vaak onterecht uitgaan van de zelfredzaamheid van haar burgers. Dat de gemeente Tiel van een burger verwacht dat hij ook probeert om zelf een beslag op te heffen, is niet realistisch. Het is niet waarschijnlijk dat een beslaglegger meewerkt aan het opheffen van dwanginvorderingsmaatregelen, zonder dat onomstotelijk vast staat dat de burger is gestart met een schuldhulpverleningstraject.

Daarnaast is gedurende het onderzoek gebleken dat de gemeente Tiel de mogelijkheid had om een afspraak te maken met de Belastingdienst om het beslag tijdelijk op te heffen als er een stabilisatieovereenkomst met de heer K. en mevrouw V. was gesloten. Dat die mogelijkheid er was, is vastgelegd in artikel 12.5 van de gedragscode NVVK én in artikel 7.6 van het beleidsplan Schuldhulpverlening van de gemeente Tiel zelf: "Het doel van stabilisatie is het in evenwicht brengen en houden van inkomsten en uitgaven van de schuldenaar. Hierbij is van belang dat de inkomsten worden gemaximaliseerd, de uitgaven tot het minimum worden beperkt, er geen crisis is en de beslag vrije voet wordt gegarandeerd. Als dit is bereikt kan een schuldregeling, betalingsregeling of een herfinanciering worden opgezet."

Daarnaast is in het beleidsplan van de gemeente vastgelegd dat stabilisatie, met de schuldenaar overeengekomen door ondertekening van een Stabilisatieovereenkomst, ook noodzakelijk is om de medewerking van schuldeisers en opschorting van dwanginvorderingsovereenkomsten te realiseren. Met de Belastingdienst en Zorgverzekeraars gelden daarvoor al landelijke afspraken, zo is te lezen in het beleidsplan.

Of er een stabilisatieovereenkomst tussen de gemeente Tiel en mevrouw V. en/of de heer K. bestaat, is de Nationale ombudsman onbekend. Wel is duidelijk dat er op 31 januari 2014 een schuldregelingsovereenkomst bestond tussen de heer K. en de gemeente Tiel. Die overeenkomst was voldoende geweest om tot afspraken met de Belastingdienst te komen over het tijdelijk opheffen van het beslag op de uitkering van de heer K.

Tot slot vraagt de Nationale ombudsman zich af waarom het noodzakelijk was dat het beslag op het inkomen van de heer K. moest worden opgeheven. In het beleidsplan staat immers dat het doel van de stabilisatieperiode is dat onder andere de beslagvrije voet wordt gegarandeerd. Dat impliceert dat het niet noodzakelijk is dat het inkomen 'beslagvrij' wordt gemaakt. Het feit dat de heer K. inmiddels is toegelaten tot het schuldhulpverleningstraject ondersteunt de gedachte dat het beslag op het inkomen van de heer K. geen belemmering had hoeven vormen voor de start van een schuldregeling.

Hiermee heeft de gemeente Tiel onnodig een drempel opgeworpen voor de start van het schuldhulpverleningstraject van mevrouw V. en de heer K.

De onderzochte gedraging is niet behoorlijk


Conclusie
De klacht over het onvoldoende hulp bieden bij het stabiliseren van het inkomen door de gemeente Tiel is gegrond wegens schending van het vereiste van fatsoenlijke bejegening.


Meer informatie
- Rapport Nationale ombudsman 29 september 2016, nr. 2016/089
Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht