Wetsvoorstel zorgt voor debiteurgerichte invordering belastingdienst

Bron: André Moerman

25/09/2016 09:29 uur

Het kabinet heeft een wetsvoorstel ingediend om de invordering van belastingen en toeslagen te verbeteren. De twee invorderingssystemen worden vervangen door één systeem. Er is goed gekeken naar de aanbevelingen in de rapporten “Belastingdienst, een bron van armoede” (LOSR, Sociaal Werk Nederland” en “In het krijt bij de overheid” (Nationale ombudsman). Grote winst is het omarmen van het uitgangsput dat de burger slechts één betalingscapaciteit heeft en het streven om proactief rekening te houden met de beslagvrije voet . Zorgelijk is het plan om toeslagschulden preferent te maken. Dit heeft met name grote gevolgen voor schuldhulpverlening. Toeslagschulden maken vaak deel uit van het totale schuldenpakket. Preferentie heeft tot gevolg dat het aanbod aan concurrente schuldeisers een stuk lager zal zijn met als gevolg dat het slagingspercentage zal verslechteren.





De belangrijkste elementen uit het wetsvoorstel tot stroomlijning van de invorderingsregelgeving zijn:

  1. aanwijzing van de ontvanger als bevoegd bestuursorgaan voor de invordering van niet enkel belastingen, maar ook van toeslagschulden;
  2. introductie van een debiteurgerichte (in plaats van vorderinggerichte) betalingsregeling;
  3. kwijtschelding van restschuld na afloop van de betalingsregeling;
  4. wijziging van het verrekeningsregime;
  5. preferentie voor toeslagschulden;
  6. rechtsbescherming via de fiscale rechter.



1. De ontvanger wordt ook voor toeslagen het bevoegde bestuursorgaan
De huidige regelgeving kent twee bestuursorganen, namelijk:

  • de Belastingdienst/Toeslagen, bevoegd tot het invorderen van toeslagschulden en;
  • de ontvanger, bevoegd tot het invorderen van belastingschulden.

In het voorgestelde regime wordt de ontvanger het bevoegde bestuursorgaan voor de invordering, hieronder mede begrepen de uitbetaling, van zowel belastingen als toeslagen.


2. Naar een debiteurgerichte betalingsregeling

In een debiteurgerichte benadering is er niet langer sprake van een stapeling van betalingsregelingen gekoppeld aan individuele terugvorderingen of belastingaanslagen, maar worden alle schulden die een burger heeft bij de Belastingdienst samengenomen en als één schuld behandeld. Voor de totale schuld treft de ontvanger vervolgens een uniforme betalingsregeling voor deze burger, zonder daarbij onderscheid te maken tussen belasting- en toeslagschulden. Dit is overzichtelijker voor de burger en eenvoudiger in de uitvoering.

In grote lijnen zal de nieuwe debiteurgerichte betalingsregeling er als volgt uit gaan zien:

  • een standaardregeling van maximaal 12 maanden, ongeacht betalingscapaciteit en vermogenspositie, waarbij de totale openstaande belasting- en toeslagschulden in (ten hoogste) 12 maandelijkse termijnen van minimaal € 50 wordt betaald, of;
  • een maatwerkregeling van maximaal 24 maanden voor de totale openstaande belasting- en toeslagschulden, op basis van betalingscapaciteit en rekening houdend met de vermogenspositie, voor burgers met een relatief laag inkomen of hoge kosten voor levensonderhoud, waarna een eventuele restschuld wordt kwijtgescholden.


Beide regelingen gaan gelden voor toeslagschulden en belastingschulden van particulieren en voor toeslagschulden van ondernemers. Indien er tijdens een lopende betalingsregeling een nieuwe schuld bijkomt, wordt er een nieuwe betalingsregeling aangeboden voor de oude en nieuwe schuld gezamenlijk, met een aangepast termijnbedrag en een looptijd van opnieuw maximaal 12 (standaardregeling) of 24 maanden (maatwerkregeling). Voor zowel de standaard- als de maatwerkregeling gaat de verplichting tot voldoening van de termijnbedragen via automatische incasso gelden. Deze termijnbedragen worden als eerste afgeboekt op de oudste nog openstaande schuld, conform het huidige beleid voor belastingen. Indien het ontstaan van de schuld aan opzet of grove schuld van de burger is te wijten, komt deze burger niet in aanmerking voor een maatwerkregeling en de eventueel daaropvolgende kwijtschelding. Het initiatief voor het treffen van een betalingsregeling en – in geval van een standaardregeling – de duur ervan, wordt bij de burger gelaten. De Belastingdienst zal deze mogelijkheid actief onder de aandacht brengen. De burger kan in de toekomst niet alleen schriftelijk en telefonisch, maar ook digitaal om een betalingsregeling verzoeken. Bovendien heeft hij op MijnBelastingdienst en MijnToeslagen straks permanent een actueel overzicht van de nog openstaande schuld. Burgers die gebruikmaken van een standaardbetalingsregeling betalen het volledige bedrag van hun schuld aan de Belastingdienst terug. Indien de termijnbedragen van de regeling niet worden betaald, trekt de ontvanger het uitstel in en kan hij overgaan tot verrekening en zo nodig dwanginvordering.


3. Kwijtschelding als sluitstuk van de invordering
Bij een maatwerkbetalingsregeling wordt rekening gehouden met de betalingscapaciteit en de vermogenspositie van de burger. Het kan voorkomen dat de schuld niet volledig binnen 24 maanden wordt voldaan, omdat de betalingscapaciteit van een burger onvoldoende is. Deze groep burgers komt – indien aan alle voorwaarden wordt voldaan – in aanmerking voor kwijtschelding van de restschuld. Na afloop van een maatwerkbetalingsregeling gebeurt dit in beginsel geautomatiseerd. Voor belastingen is dit conform het geldende beleid. Voor toeslagen is kwijtschelding nieuw: onder de huidige regeling wordt toegezegd dat een restschuld niet actief wordt ingevorderd, maar deze wordt wel verrekend met eventuele uit te betalen bedragen (voorschotten uitgezonderd) gedurende drie jaar. De ontvanger blijft de schuld dus gedurende drie jaar monitoren. Na inwerkingtreding van de voorgenomen wijzigingen vindt deze verrekening met uit te betalen bedragen na kwijtschelding in beginsel niet langer plaats. Voor de burger die zich aan de afspraken van de betalingsregeling houdt, biedt de kwijtscheldingsfaciliteit derhalve perspectief op een toekomst waarin hij vrij is van belasting- en toeslagschuld. Een uitzondering hierop vormt de situatie waarin na het verlenen van kwijtschelding blijkt dat de voorschotten of voorlopige teruggaven die tijdens de maatwerkregeling zijn toegekend te laag waren. In dat geval is bij het berekenen van het recht op kwijtschelding rekening gehouden met een te lage toeslag of voorlopige teruggaaf, waardoor ook de betalingscapaciteit te laag is vastgesteld en er, achteraf bezien, te veel is kwijtgescholden. In dat geval wordt de nabetaling als gevolg van de definitieve toekenning of definitieve aanslag alsnog verrekend met de kwijtgescholden schuld.


4. Wijziging van het verrekeningsregime
Ook op het punt van verrekening is in het wetsvoorstel niet langer een onderscheid tussen belastingen en toeslagen. Er zijn in het voorstel twee wijzigingen ten opzichte van het bestaande systeem.

  • Openstaande schulden worden gedurende een betalingsregeling niet langer verrekend met lopende voorschotten en voorlopige teruggaven. De betalingstermijnen moeten met een automatische incasso worden overgemaakt.
  • Wanneer er geen betalingsregeling is getroffen worden niet alleen toeslagschulden, maar ook belastingschulden verrekend met lopende voorschotten op toeslagen. Bij deze verrekening zouden burgers onder de beslagvrije voet terecht kunnen komen. Deze uitbreiding van de verrekeningsbevoegdheid gaat daarom niet eerder gelden dan nadat het mogelijk is dat de ontvanger de beslagvrije voet vooraf toepast op de verrekening. Dit kan pas wanneer de voorgenomen vereenvoudiging van de berekening van de beslagvrije voet is ingevoerd.

Gegevensuitwisseling en afstemming schuldeisers
Om de beslagvrije voet te kunnen respecteren, is ook afstemming tussen schuldeisers noodzakelijk. Als partijen hun vorderingen op uiteenlopende inkomensbestanddelen van de schuldenaar incasseren, kunnen zij de beslagvrije voet alleen respecteren als zij weet hebben van elkaars incasso. Binnen het wetgevingtraject rond de vereenvoudiging van de beslagvrije voet hoort dan ook een verbetering van de gegevensverstrekking tussen partijen. Het beslagregister is een manier om deze gegevensverstrekking tussen schuldeisers te realiseren. Op 1 januari 2016 is het beslagregister in gebruik genomen door de gerechtsdeurwaarders. Gelegde beslagen worden geregistreerd om te bevorderen dat de beslagvrije voet van de schuldenaar juist wordt vastgesteld en dat beslagen op elkaar worden afgestemd. Het kabinet wil dat de overheid, waaronder de Belastingdienst, aansluit op het beslagregister zodat het beslagregister vollediger wordt. Afstemming tussen schuldeisers en bescherming van de beslagvrije voet kan dan beter worden gerealiseerd. Aansluiting op het beslagregister is niet zomaar geregeld. In het najaar van 2016 wordt het onderzoek afgerond naar de wijze waarop aansluiting van overheidspartijen kan plaatsvinden en welke obstakels daarbij spelen. Inzet van het kabinet is om aansluiting van de Belastingdienst, mits verantwoord, op 1 januari 2019 te realiseren.


5. Preferentie voor toeslagschulden
Een ander belangrijk gevolg van de voorgestelde stroomlijning is dat toeslagschulden preferent worden. Belastingschulden zijn al preferent: bij de verdeling van de opbrengst van het vermogen van de schuldenaar, bij beslag en faillissement, gaat de ontvanger voor andere schuldeisers.
Toeslagschulden kennen nu geen preferentie, maar zijn concurrente vorderingen. In Europees verband worden toeslagen (met uitzondering van de huurtoeslag) inmiddels uitdrukkelijk beschouwd als socialezekerheidsuitkeringen en processueel sluiten de toeslagen aan bij belastingen. Zowel voor terug te vorderen socialezekerheidsuitkeringen als voor belastingschulden gelden preferenties.


6. Rechtsbescherming via de fiscale rechter
De huidige invorderingsregimes kennen verschillende rechtsgangen voor toeslagen en belastingen: de rechtsbescherming voor toeslagen loopt in beginsel via de bestuursrechter (rechtbank en Raad van State) en de rechtsbescherming bij uitstel en kwijtschelding van belastingen via (administratief beroep bij) de directeur, welke taak belegd is bij de algemeen directeur Belastingen, als enige en laatste beroepsinstantie. In het wetsvoorstel wordt de rechtsbescherming gestroomlijnd door slechts de fiscale rechter, waarmee de bestuursrechter bij de rechtbank (in eerste aanleg), het gerechtshof (in hoger beroep) en de Hoge Raad (in cassatie) worden bedoeld, bevoegd te maken ten aanzien van geschillen over uitstel en kwijtschelding van zowel belasting- als toeslagschulden.


Reactie LOSR/ Sociaal Werk Nederland
De Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden (LOSR / Sociaal Werk Nederland) heeft in een ambtelijk vooroverleg op 10 juni 2016 al gereageerd op deze plannen. Positief is de mogelijkheid van een betalingsregeling voor alle belasting- en toeslagschulden en de kwijtschelding na 24 maanden. Positief is ook dat dit op elk moment kan worden aangevraagd, ook nadat een dwangbevel is uitgevaardigd. Nadeel van de betalingsregeling is echter dat betaling via een automatische incasso verloopt. Wat gebeurt er als de incasso vanwege onvoldoende saldo mis gaat? Is dan kwijtschelding na 24 maanden niet meer mogelijk “omdat men zich niet aan de regeling heeft gehouden”? Deels kan het probleem worden beperkt door de incasso te laten plaatsvinden vlak nadat de toeslag wordt uitbetaald. Maar mocht het toch mis gaan dan pleit de LOSR voor een soepele regeling, bijvoorbeeld een standaard herstelperiode van drie maanden te hervatten en in te lopen.
Ook positief is het voornemen om bij verrekening proactief rekening houden met de beslagvrije voet. Belangrijke aanbevelingen uit het rapport “Belastingdienst, een bron van armoede" zijn hiermee overgenomen.

De LOSR voorziet problemen bij het preferent worden van toeslagschulden. Mensen met problematische schulden hebben vaak ook toeslagschulden. Concurrente schuldeisers zullen bij een schuldregeling een lager percentage gaan krijgen, met als gevolg een lager slagingspercentage. Volgens de huidige systematiek krijgen preferente schuldeisers bij de uitdeling twee keer zoveel als concurrente schuldeisers. Een negatief effect op het slagingspercentage is de schuldhulpverlening kan worden voorkomen door in de schuldhulpverlening en de WSNP een  andere verdeelsleutel te hanteren, bijvoorbeeld dat de concurrente schuldeiser anderhalf keer zoveel krijgt in plaats van twee keer zoveel.  Art. 349 lid 2 Fw moet hiervoor worden aangepast.
De LOSR komt nog met een schriftelijke reactie.


Meer informatie
- Fiscale vereenvoudigingswet 2017 (wetsvoorstel)
- Fiscale vereenvoudigingswet 2017 (Memorie van Toelichting)
- LOSR-rapport: Belastingdienst, een bron van armoede
Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht