Uitwinning bankbeslag misbruik van bevoegdheid

Bron: André Moerman

16/11/2014 18:55 uur

Een deurwaarder legt namens een schuldeiser beslag op een bankrekening. Het geld dat net op de spaarrekening was gezet - juist met de bedoeling om te voorkomen dat er beslag op zou worden gelegd - was de studiefinanciering van de partner. Voor studiefinanciering geldt een beslagverbod. Echter zodra het op de bankrekening is gestort geldt het beslagverbod niet meer. Door het bankbeslag werd € 1426 getroffen. Dit geld was echter grotendeels nodig voor de kosten van het huishouden van het gezin. De schuldeiser c.q. de deurwaarder was niet bereid om bij de uitwinning van het beslag hier rekening mee te houden. De rechtbank Rotterdam oordeelt dat hier sprake is van misbruik van bevoegdheid en heft het beslag grotendeels op (tot aan het bedrag van de beslagvrije voet) en veroordeelt de schuldeiser in de kosten van de procedure.





De rechtbank Rotterdam oordeelt samengevat als volgt.

De feiten

Op 25 september 2014 heeft X een brief ontvangen van de ABN-AMRO bank dat door Woonbron executoriaal derdenbeslag beslag was gelegd op het tegoed op zijn bankrekeningen.

X heeft de gemachtigde van Woonbron, deurwaarderskantoor Bazuin & Partners, verzocht de beslagvrije voet toe te passen op het gelegde beslag. De deurwaarder heeft medegedeeld dat de beslagvrije voet niet zal worden toegepast.
Woonbron heeft bij exploot van 8 oktober 2014 het proces-verbaal van het onder de ABN-AMRO bank gelegde executoriale derdenbeslag overbetekend aan X.


Het geschil
X vordert, uitvoerbaar bij voorraad, opheffing van het op 25 september 2014 door Woonbron gelegde beslag onder de ABN-AMRO bank, behoudens voor zover het door het beslag getroffen banksaldo de beslagvrije voet van € 1.223,54 te boven gaat, met veroordeling van Woonbron in de proceskosten. X stelt daartoe het volgende.

Het beslag heeft doel getroffen voor een bedrag van € 1.426,23 op de spaarrekening. Dit saldo is bedoeld als gezinsinkomen voor de maand oktober 2014. X is gehuwd met mevrouw Y en zij hebben twee jonge kinderen. Y volgt een opleiding en ontvangt daarvoor studiefinanciering. X is werkzoekend. Op de bankrekening is op 24 september 2014 door DUO een bedrag van € 1.361,70 aan studiefinanciering gestort. Daarvan heeft Y op dezelfde dag € 1.237,26 overgemaakt naar de privérekening van X. Op de privérekening van X is op 22 september 2014 een bedrag van € 291,- aan huurtoeslag gestort. X heeft dit bedrag dezelfde dag overgemaakt naar zijn spaarrekening. Het geld werd op de spaarrekening gestort om verhaal door schuldeisers te bemoeilijken. X en Y kunnen door het beslag hun vaste lasten niet meer betalen. Zij hebben betalingsregelingen getroffen met schuldeisers, maar die kunnen door het beslag niet worden nagekomen. Het meest dringend zijn de betalingen aan de Woonstad. De kantonrechter heeft weliswaar bij vonnis van 5 september 2014 de huurovereenkomst met Woonstad ontbonden maar X heeft aan Woonstad een betalingsregeling voorgesteld, die inhoudt betaling van lopende huur plus € 50,- extra per maand. X heeft goede hoop dat Woonstad niet tot ontruiming zal overgaan als X deze regeling stipt nakomt, maar daarvoor heeft hij het geld op zijn spaarrekening nodig. Woonbron maakt volgens X misbruik van recht. X beroept zich op vonnissen van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 16 november 2009, en van de voorzieningenrechter van de rechtbank Assen van 19 februari 2010.

Voorts stelt X dat Woonbron heeft gehandeld in strijd met artikel 475i Rv. Woonbron heeft niet voldaan aan de eis dat het beslagexploot binnen acht dagen na het leggen van beslag aan de geëxecuteerde moet worden overbetekend.


De beoordeling
Ingevolge artikel 475c Rv is een beslagvrije voet verbonden aan vorderingen tot periodieke betaling van onder meer loon, pensioen en uitkering tot levensonderhoud. De wet verzet zich echter niet tegen beslaglegging op het saldo op een bankrekening zonder dat daarbij toepassing wordt gegeven aan de beslagvrije voet, ook niet wanneer daardoor feitelijk inkomen wordt beslagen dat nog wel onder het bereik van de beslagvrije voet zou zijn gevallen als het beslag zou zijn gelegd onder de betaler van het loon, het pensioen of de uitkering tot levensonderhoud.

Degene aan wie een bevoegdheid toekomt, kan haar niet inroepen, voor zover hij haar misbruikt. Van misbruik van bevoegdheid is onder meer sprake indien men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen.

De executoriale beslaglegging heeft doel getroffen ten aanzien van het tegoed op de spaarrekening van X. Deze executoriale beslaglegging als zodanig levert nog geen onevenredigheid op in de voormelde zin. Woonbron wist, noch behoorde te weten, of het executoriale beslag op de spaarrekening doel zou treffen en zo ja, uit welke bron het geld op de spaarrekening afkomstig was.

Naar voorlopig oordeel levert het handhaven van dit executoriale beslag in dit geval echter wel een misbruik van bevoegdheid op, voor zover hierbij de beslagvrije voet niet wordt toegepast. Uit de overgelegde bescheiden blijkt genoegzaam dat DUO een bedrag van € 1.361,70 aan studiefinanciering op 24 september 2014 heeft betaald aan Y en dat Y daarvan -diezelfde dag nog- een bedrag van € 1.237,26 heeft overgemaakt naar de spaarrekening van X.

Studiefinanciering in het geheel niet vatbaar voor vervreemding, verpanding, belening of beslag. In dit geval is weliswaar geen sprake van een (rechtstreeks) executoriaal beslag op studiefinanciering, maar is wel voldoende aannemelijk dat het beslag op de spaarrekening (voornamelijk) doel heeft getroffen op geld dat net daarvoor door DUO als studiefinanciering was uitbetaald. De herkomst van dit geld is derhalve in voldoende mate bepaalbaar. De stelling van X ter zitting dat dit geld snel op zijn spaarrekening is gezet juist ter voorkoming van verhaal door schuldeisers van X en Y, komt ook in het licht van de in producties zichtbare saldi op de rekeningen van X en Y aannemelijk voor.

Uit de overgelegde bescheiden blijkt voorts dat de belastingdienst op 22 september 2014 een bedrag van € 291,- aan huurtoeslag heeft betaald aan X en dat X -wederom op dezelfde dag- een bedrag van € 176,09 heeft overgemaakt naar zijn spaarrekening. Ook de herkomst van dit geld is derhalve in voldoende mate bepaalbaar. Het is aannemelijk dat het geld op de spaarrekening van X de enige middelen van bestaan van X en zijn gezin vormt en dat dit geld de partner in staat stelt om een studie te volgen (hetgeen ook in het belang van X mag worden geacht) en de kosten van levensonderhoud tijdens die studie te voldoen. Gesteld noch gebleken is dat X over andere financiële middelen beschikt. X heeft onbetwist gesteld dat hij werkloos is. Voorts wordt geenszins uitgesloten dat X er in zal slagen om een betalingsregeling te treffen met Woonstad. Het is aannemelijk dat [eiser] voor het treffen van deze regeling het geld op zijn spaarrekening nodig heeft. Door het treffen van deze regeling kan mogelijk worden voorkomen dat X, zijn partner en hun twee kinderen op straat komen te staan, welk gevaar dreigt indien Woonstad (alsnog) gebruik zou gaan maken van haar bevoegdheid om het vonnis van 4 september 2014 te executeren. Verhuurders plegen wel vaker een ontruimingsvonnis niet te executeren maar als stok achter de deur te hanteren.

De voorzieningenrechter tekent duidelijkheidshalve aan dat het oordeel inhoudt dat het misbruik van bevoegdheid niet is gelegen in het leggen van het beslag, maar in de onverkorte handhaving daarvan zonder het -in de gegeven omstandigheden gerechtvaardigde- verzoek van X te honoreren om de beslagvrije voet toe te passen.

Op grond van artikel 475i Rv is een beslaglegger verplicht om binnen acht dagen na het leggen van beslag het beslagexploot aan de geëxecuteerden te betekenen, bij gebreke waarvan de voorzieningenrechter het beslag op vordering van de geëxecuteerde kan opheffen. Tussen partijen is niet in geschil dat de deurwaarder deze termijn heeft overschreden. In dit geval bestaat voor (volledige) opheffing van het beslag geen aanleiding reeds, reeds omdat X geen consequenties verbindt aan zijn opmerking dat het beslag te laat is overbetekend. X wil slechts de beslagvrije voet toegepast zien worden. Een en ander neemt echter niet weg dat de deurwaarder weinig zorgvuldig heeft gehandeld. X wist niet dat er beslag was gelegd totdat hij daarover een brief kreeg van de bank. Zelfs nadat zich namens X een advocaat bij de deurwaarder meldde duurde het nog een week voordat het beslag werd overbetekend.

Woonbron zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten


De beslissing
De voorzieningenrechter

heft op het op 25 september 2014 door Woonbron ten laste van X gelegde executoriale derdenbeslag onder ABN AMRO Bank N.V., behoudens voor zover het door het beslag getroffen banksaldo de beslagvrije voet van € 1.223,54 te boven gaat;

veroordeelt Woonbron om te betalen

aan X:
-€ 23,45 aan niet in debet gestelde kosten dagvaarding
-€ 77,- aan vastrecht
-€ 816,- aan salaris voor de advocaat;

aan de griffier van deze rechtbank:
-€ 70,35 aan in debet gestelde explootkosten;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2014.


Meer informatie
- Rb Rotterdam 17 oktober 2014 ECLI:NL:RBROT:2014:8478
- Achtergrondinfo bankbeslag
Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht