Onverwijld met terugwerkende kracht aanpassen

Bron: André Moerman

19/10/2014 10:08 uur

Wanneer de beslagvrije voet te laag is vastgesteld dient deze onverwijld en zo nodig met terugwerkende kracht te worden aangepast. De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders moest oordelen over een klacht tegen een deurwaarder dat de aanpassing van de beslagvrije voet en de terugbetaling van de teveel geïnde bedragen te lang op zich heeft laten wachten.




De feiten
De deurwaarder heeft op 11 juli 2013 loonbeslag gelegd. Nadat klager de deurwaarder telefonisch vragen had gesteld over de toepasselijke beslagvrije voet, heeft de deurwaarder hem bij brief van 16 augustus 2013 gevraagd informatie omtrent zijn inkomsten en uitgaven te verschaffen. Per e-mail van 7 september 2013 heeft de gemachtigde van klager een aantal gegevens ingezonden, waaronder een berekening van de beslagvrije voet. Omdat bleek dat een andere deurwaarder eerder loonbeslag had gelegd, heeft de deurwaarder de zaak bij deze deurwaarder aangemeld ter verdeling. Op 24 september 2013 is aan de deurwaarder gemeld dat het beslag van de eerste beslaglegger was opgeheven. Op 27 september 2013 werd de eerste betaling van de werkgever van klager ontvangen door de deurwaarder. Daarbij is de in het exploot van 11 juli 2013 genoemde beslagvrije voet van € 595,59 gehanteerd. Op 30 september 2013 heeft de gemachtigde van klager de deurwaarder opnieuw verzocht de beslagvrije voet aan te passen. Nadat de gemachtigde op 16 oktober 2013 de deurwaarder had medegedeeld dat hij een klacht bij de Kamer zou indienen is de beslagvrije voet per 17 oktober 2013 aangepast met terugwerkende kracht tot 7 september 2013.

De klacht
Klager verwijt de deurwaarder samengevat dat hij de beslagvrije voet niet onverwijld heeft aangepast, waardoor klager tweemaal te weinig loon heeft ontvangen. Hierdoor kon klager andere schuldeisers niet betalen en werd hij geconfronteerd met extra incassokosten. Klager verzoekt om de deurwaarder te veroordelen tot aanpassing met terugwerkende kracht en tot compensatie van eventuele aantoonbare extra incassokosten.

Beoordeling
De Kamer moet beoordelen of door de deurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar is gehandeld. Bij de beoordeling neemt de Kamer als uitgangspunt dat uit de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 1986-1987, 17897, nr. 5, p. 13 en Kamerstukken II 2007-2008, 24 515, nr. 138, p. 3-41 ) en civiele jurisprudentie ten aanzien van de beslagvrije voet samengevat volgt dat de beslagvrije voet onverwijld en met terugwerkende kracht dient te worden aangepast tenzij onbekendheid met de juiste beslagvrije voet te wijten is aan (toerekenbaar) onjuiste of onvolledige inlichtingen van de zijde van de beslagene. Op grond van tuchtrechtelijke jurisprudentie - waarvoor andere normen gelden dan in het civiele recht- geldt dat terugbetaling door de deurwaarder slechts mogelijk is voor gelden die hij nog onder zich heeft (ECLI:NL:RBAMS:2012:YB0854).

In deze zaak is het beslag gelegd op 11 juli 2013. Op 16 augustus 2013 is klager een formulier toegezonden met het verzoek (inkomens)gegevens te verstrekken voorzien van bewijsstukken. De voor de herberekening van de beslagvrije voet benodigde stukken zijn door de gemachtigde van klager per email van 7 september 2013 naar de deurwaarder verzonden. Op 14 november 2014 heeft de deurwaarder klager en het UWV de aangepaste beslagvrije voet medegedeeld. Op 30 december 2013 is het UWV medegedeeld dat het teveel ingehouden gelden zouden worden terugstort.

De Kamer is van oordeel dat tussen de datum waarop het verzoek is gedaan en de datum waarop de gelden zijn teruggestort teveel tijd heeft gezeten. De beslagene heeft groot belang bij een tijdige en correcte vaststelling van een beslagvrije voet. Deurwaarders dienen daarom bij de toepassing en aanpassing van de beslagvrije voet grote zorgvuldigheid te betrachten. Dat is hier niet gedaan omdat de terugbetaling te lang op zich heeft laten wachten. Dat de deurwaarder zijn zaak ter verdeling heeft aangemeld bij een eerdere beslaglegger doet hieraan niet af. Uit niets blijkt dat dit aan klager is medegedeeld en dit doet ook niets af aan zijn eigen verantwoordelijkheid ter zake (ECLI:NL:GHAMS:2013:2457). De Kamer acht de klacht dan ook terecht voorgesteld.

Het door klager gedane verzoek tot compensatie van eventuele aantoonbare extra incassokosten worden gepasseerd, omdat de Gerechtsdeurwaarderswet daarvoor geen grondslag biedt.

Beslissing

Op grond van het voorgaande beslist als volgt. De Kamer acht termen aanwezig de deurwaarder na te melden maatregel op te leggen.

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart de klacht gegrond,
- legt de deurwaarder de maatregel van berisping op.

Meer informatie
- Kamer voor Gerechtsdeurwaarders 9 september 2014, ECLI:NL:TGDKG:2014:159
- Zie ook: Kamer voor Gerechtsdeurwaarders 9 september 2014, ECLI:NL:TGDKG:2014:158
- Achtergrondinfo: onverwijld met terugwerkende kracht aanpassen
Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht