Verslag parlementaire behandeling Paritas Passé

Bron: Kamerstukken

03/08/2013 15:41 uur

In maart 2012 verscheen het rapport Paritas Passé. Het is het resultaat van een onderzoek naar ongelijke incassobevoegdheden, uitgevoerd door de Hogeschool Utrecht en de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden, in opdracht van de Koninklijk Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG). Op 8 april 2013 kwam het kabinet met een reactie op het rapport en op 19 juni 2013 behandelde de vaste commissie van SoZaWe het rapport en het kabinetsstandpunt. Hierbij een samenvatting van de parlementaire behandeling.


De heer Kuzu (PvdA): Ten vierde heeft het rapport Paritas Passé veel stof doen opwaaien. Een van de aanbevelingen uit Paritas Passé was het invoeren van een landelijk beslagregister. Dat gaat er nu komen. Wij vinden dat mensen hun schulden op tijd en netjes moeten afbetalen. Het gaat ons erom dat mensen die in een probleemsituatie zitten, mensen met problematische schulden, niet verder in de negatieve spiraal van schuld moeten worden gezogen. Het Centraal Digitaal Beslagregister zorgt ervoor dat mensen door de naleving van de beslagvrije voet genoeg budget overhouden voor het minimale levensonderhoud. Die grens staat op 90%, maar wordt nog vaak geschonden, ook door overheidsinstanties. De Partij van de Arbeid is voorstander van een landelijk beslagregister, zodat schuldeisers van elkaar weten wat zij doen bij beslagleggingen en kunnen voorkomen dat mensen te weinig geld overhouden. Wat ons betreft zouden de overheidsinstanties zich ook heel nadrukkelijk moeten houden aan de beslagvrije voet. Kan de Staatssecretaris hierop reageren?
(…)
De heer Heerma (CDA): In een eerder stadium heeft de PvdA-fractie volgens mij net zoals veel fracties in de Kamer gepleit voor een integrale uitvoering van de aanbevelingen van Paritas Passé. Het viel mij bij de kabinetsreactie op dat er juist weinig gebeurt met de aanbevelingen, met name als het gaat om de aanbevelingen die betrekking hebben op de overheid zelf als schuldeiser. Ik doel bijvoorbeeld op de preferente regelingen voor overheden. Daarover hebben de afgelopen weken de Ombudsman, de NVVK, Aedes, de Landelijke Cliëntenraad en de gerechtsdeurwaarders allemaal noodsignalen afgegeven. Ik neem aan dat de heer Kuzu nog steeds vindt dat deze aanbevelingen ook uitgevoerd moeten worden.

De heer Kuzu (PvdA): Ik ben het totaal eens met de heer Heerma. Er was alleen ook één aanbeveling over de uitbreiding van de incassobevoegdheden. De SP heeft daarover een motie ingediend. De reactie van het kabinet op die aanbeveling is: wachten totdat het komt met een rijksincassovisie en daarna die aanbeveling uitvoeren. Ik ben het echter totaal met de heer Heerma eens. Dat viel mij ook op bij het lezen van de reactie van het kabinet. Daarom pleit ik ervoor dat de overheid zich gaat houden aan een beslagvrije voet. Ik heb daarop een reactie gevraagd.

De heer Heerma (CDA): Mijn vraag ging ook over de in het rapport Paritas Passé aangehaalde problemen als gevolg van alle preferente regelingen die de overheid als schuldeiser heeft. Die aanbeveling is niet overgenomen. Het kabinet wil die nog bekijken en zal daar later misschien op terugkomen. Vindt de heer Kuzu ook dat die aanbeveling overgenomen moet worden? Dat zou namelijk in lijn zijn met waar hij eerder voor gepleit heeft.

De heer Kuzu (PvdA): Om het heel duidelijk te stellen: wij vinden dat de overheid bij de kosten of schulden die iemand maakt ten aanzien van de samenleving, ten opzichte van de belastingbetaler, nog steeds preferent moet blijven. Laat daar geen misverstand over bestaan. De rijksoverheid, zoals de Belastingdienst en de Dienst Uitvoering Onderwijs et cetera, moet zich echter wel houden aan bijvoorbeeld de beslagvrije voet. (…)

De heer Van Weyenberg (D66): Ik kom nog even terug op Paritas Passé. Collega Heerma had het daar al over. Het kabinet stelt eigenlijk dat de overheidsinvordering niet leidt tot zo veel problemen. Is de heer Kuzu het eens of niet eens met die constatering van het kabinet?

De heer Kuzu (PvdA): Ik constateer dat daar inderdaad een probleem zit. Volgens mij is dat een heel duidelijk antwoord. Daar zit inderdaad een probleem. Ik zag dat bijvoorbeeld heel nadrukkelijk terugkomen bij de waterschappen, volgens mij in het programma ZEMBLA. Een waterschap gaf daarin heel droog aan: wij incasseren gewoon. Dat vind ik niet kunnen. Dat betekent dat zij ook rekenschap moeten afleggen aan de burger zelf, die niet verder in problematische schulden moet komen.

De heer Van Weyenberg (D66): Ik ben heel blij met dat antwoord. Ik dank de heer Kuzu daarvoor. Ik hoop ook op zijn volle steun als een aantal partijen zo meteen probeert om het kabinet, dat had opgeschreven dat er naar zijn mening eigenlijk niet echt een probleem is, tot meer actie aan te sporen. Ik zie daar vol vertrouwen naar uit.
(…)
Ik had het tijdens mijn korte vraag aan de heer Kuzu al over de overheids-invordering. Het kabinet neemt veel over van het rapport Paritas Passé, maar juist de reactie op de incassobevoegdheden van de overheid zelf, op de overheidsinvordering, en op het respecteren van de beslagvrije voet had wat mij betreft wel één tandje of twee tandjes meer gemogen. Hoe wil de Staatssecretaris in actie komen om te voorkomen dat mensen juist ook door de overheidsinvorderingen in samenloop met andere incasso’s onder het bestaansminimum zakken en er nieuwe betalingsachterstanden kunnen ontstaan? (…)

De heer Slob (ChristenUnie): (…) Op de agenda staat het rapport Paritas Passé. Over de beslagvrije voet hebben anderen ook al gesproken. Het is belangrijk dat wij goed zicht hebben op alle beslagen. Het is goed dat er nu een beslagregister komt, maar dat moet er niet alleen zijn voor de beslagen van de gerechtsdeurwaarders, maar ook voor de beslagen van de overheid. Die moeten wat ons betreft volledig in beeld zijn. Het is ons bekend dat de regering niet ingaat op het advies over de overheidsvorderingen in het rapport. Die blijven dan in de huidige vorm bestaan. Belasting innende instanties, zoals waterschappen, kunnen dus direct beslag leggen op bankrekeningen. In de praktijk wordt er dus geen rekening gehouden met de beslagvrije voet, die belangrijk is om een beetje in het levensonderhoud te voorzien. Soms gaat dit ook dwars door schuldhulptrajecten heen. Dat zouden wij gewoon niet moeten willen. In navolging van de vorige twee sprekers, vraag ik de Staatssecretaris indringend om op dit punt haar beleid te herzien. (…)

De heer Potters (VVD): Voorzitter. Namens de VVD wil ik vooral stilstaan bij het rapport Paritas Passé. (…) Uit het rapport Paritas Passé blijkt dat het lekken van preferente beslagen door verschillende overheden ervoor zorgt dat een diffuus beeld ontstaat over de feitelijke positie van de schuldenaren. Daarom wordt in sommige gevallen de beslagvrije voet niet in voldoende mate gerespecteerd. De VVD is van mening dat zelfregulering en marktwerking binnen het huidige systeem van beslaglegging goed werken en ervoor zorgen dat iedereen maximaal zijn eigen verantwoordelijkheid kan nemen. Wel is de VVD van mening dat er aan de voorkant, zoals ook blijkt uit het rapport Paritas Passé, een betere afstemming moet zijn tussen de verschillende overheden bij de feitelijke beslaglegging en de handhaving van de beslagvrije voet. De overheid moet ook zelf de beslagvrije voet respecteren, mits er geen sprake is van fraude. In dat laatste geval hoeft de beslagvrije voet wat de VVD betreft niet te worden gehandhaafd. De VVD hoort dan ook graag het standpunt van de beide bewindspersonen in deze kwestie.
(…)
De VVD is positief over een register voor deurwaarders waarin alle ten laste gelegde beslagen van schuldenaars geregistreerd staan. Dit is uiteraard wel een instrument van zelfregulering. De VVD vraagt zich af hoe de Staatssecretaris met deze zelfregulering omgaat. Hoe gaan wij om met de privacy in verband met dit register? Kan de Staatssecretaris daar wat meer duidelijkheid over geven? (…)

De heer Heerma (CDA): De drie voorgaande sprekers hebben allen gepleit voor het uitvoeren van de aanbevelingen van Paritas Passé, ook voor de preferente regelingen van overheden. Het kabinet geeft aan dat die problemen er niet zozeer zijn, misschien slechts in individuele gevallen. Alleen als daar niet goed mee wordt omgegaan, zal het kabinet alsnog maatregelen nemen. De NVVK, de Ombudsman, de Landelijke Cliëntenraad, Aedes en de gerechtsdeurwaarders hebben allemaal aangegeven dat die problemen er wel zijn en dat het kabinet de aanbevelingen van het rapport moet overnemen. Is de heer Potters het met de drie voorgaande sprekers eens dat het kabinet met die aanbevelingen aan de slag moet?

De heer Potters (VVD): Ik vind het altijd goed als het kabinet zo veel mogelijk aan de slag gaat met aanbevelingen. Ik wil niet suggereren dat wij het systeem van de preferente concurrerende beslagen per definitie willen veranderen. Het systeem kan op zichzelf goed werken. Wij zien wel dat het tussen overheden soms onduidelijk is waar de preferente beslagen liggen. Overheden zelf – de heer Slob sprak bijvoorbeeld over het waterschap – hebben soms geen zicht op de beslagvrije voet en op de wijze waarop dit in de praktijk werkt. De VVD wil graag dat het voor gemeenten veel inzichtelijker wordt en dat overheden veel beter met elkaar communiceren aan de voorkant. De gemeenten hebben daarin ook een voortrekkersrol. Op die manier wordt voorkomen dat de preferente beslagen ertoe leiden dat de beslagvrije voet niet wordt gerespecteerd en ook dat concurrerende beslagen van particuliere bedrijven daarmee te veel weggedrukt worden. Wij pleiten dus niet voor een systeemwijziging, maar voor meer afstemming aan de voorkant. Ik denk dat daarmee een aantal van de gesignaleerde problemen opgelost kan worden.

De heer Heerma (CDA): Los van de vraag of je nu de helft van de aanbevelingen pakt of alle, is de kern van het rapport dat juist door de samenstelling van allerlei preferente regelingen een haasje-over, een soort ratrace, ontstaat over de vraag wie het eerste bij de schulden komt. Dat is een gevolg van het feit dat preferente regelingen naast elkaar bestaan, soms concurrerend. Het rapport beveelt aan om daar ook wat aan te doen. Door al deze partijen wordt gevraagd om hiermee aan de slag te gaan. Moet het kabinet volgens de heer Potters daar echt naar kijken of gaat het alleen over goed communiceren?

De heer Potters (VVD): Het signaal is helder. Dat ziet de VVD ook. Ik wil nog niet te veel in oplossingen treden en het hele systeem veranderen. Ik vind wel dat overheden zich heel goed rekenschap moeten geven van hun verantwoordelijkheid om zorgvuldig om te gaan met beslaglegging. Zij moeten ook kijken naar de beperking van de maatschappelijke schadelast. Het is mogelijk dat de overheid aan de ene kant haar beslag haalt, maar dat de gemeente dit aan de andere kant via bijstand of bijzondere bijstand weer moet oplossen. Dan lossen wij eigenlijk niets op. Ik denk dat de afstemming aan de voorkant tussen de overheden veel soepeler moet verlopen en dat overheden zich moeten realiseren dat het niet alleen een kwestie van incasso is, maar ook een bredere verantwoordelijkheid. Laten wij dit eerst even afwachten voordat wij het hele systeem van beslaglegging op de schop nemen. Laat het ook helder zijn: in de meeste gevallen in Nederland werken de preferente en concurrerende beslagen wel goed. Wij hebben het hier over probleemsituaties die ernstig zijn en waar de overheid zeker iets mee moet, maar het lijkt mij nu niet het moment om het hele systeem meteen ter discussie te stellen. (…)

Mevrouw Karabulut (SP): (…) Ik kom nu op de aanbevelingen in het rapport Paritas Passé. Ik ben heel blij dat de Staatssecretaris uitvoering geeft aan onze motie, gesteund door een Kamermeerderheid, om te komen tot een integrale rijksincassovisie. Een beslagregister vind ik ook een heel goed initiatief, maar er ontbreekt nog zo veel aan. Het gaat dan inderdaad over vorderingen van de overheid, over de overheid en allerlei overheidsinstanties die zich niet houden aan de beslagvrije voet. Daarin zie ik samen met de rest van mijn collega’s terughoudendheid. Dan gaat het hele systeem niet werken. Of komen al dit soort punten terug in die rijksbrede incassovisie, waar het kabinet later dit jaar mee gaat komen? Ik doel dan niet alleen op terugkomen, maar ook op oplossen. De schuldhulpverleners, degenen die dit rapport hebben opgesteld en de Nationale ombudsman, kortom iedereen is van mening dat het heel raar is. Aan de ene kant wil de overheid schulden voorkomen en mensen helpen en aan de andere kant zorgt diezelfde overheid ervoor dat mensen in de schulden komen. Graag krijg ik hierop een reactie van de Staatssecretaris. Hoe kijkt de Staatssecretaris aan tegen het verbod op beslaglegging van toeslagen? Dat zijn juist primaire levensbehoeften, of het nu gaat om de huurtoeslag of de kinderopvangtoeslag. Laat dit soort zaken dan direct verrekenen door de instanties, zodat het niet ten koste gaat van de primaire levensbehoefte en niet leidt tot nog hogere schulden. (…)

Mevrouw Voortman (GroenLinks): (…) Een deskundigencommissie adviseert om een beslagverbod op toeslagen zoals de kinderopvang-toeslag in te voeren, om het bestaansminimum nog enigszins te garanderen. De Staatssecretaris zegt dat mensen gewoon hun schulden moeten betalen. Een algemeen beslagverbod zou niet passen bij de aard en de systematiek van toeslagen. Zij voelt er echter ook niets voor om dan voortaan de Belastingdienst tussen het betalen van de kinderopvangvoorzieningen en het toekennen van de kinderopvangtoeslag te zetten. Het betalingsrisico is een bedrijfsrisico dat bij kinderopvanginstellingen ligt en niet bij de overheid, aldus de Staatssecretaris. Gezinnen in schulden lopen dus nog steeds het gerede risico dat beslag gelegd wordt op kindertoeslagen. Kinderen mogen echter niet de dupe worden van de schulden van hun ouders. Wij stellen daarom voor dat er dan in ieder geval een beslagverbod komt op toeslagen die te maken hebben met kinderen. (…)

De heer Heerma (CDA): (…) In navolging van vrijwel de hele Kamer wil ook ik de aanbevelingen van Paritas Passé hier ter sprake brengen. Het is goed dat de Staatssecretaris en het kabinet veel aanbevelingen hebben overgenomen. Toch valt mij op dat de aanbevelingen die betrekking hebben op de overheid in de rol van schuldeiser, meestal een tandje minder of helemaal niet worden opgevolgd. Er wordt aangegeven dat die problemen er nauwelijks zijn. Als dit later niet goed blijkt uit te pakken, gaat er misschien alsnog iets gebeuren. Ik spoor het kabinet aan om wat meer te doen. Dat heeft men volgens mij Kamerbreed gedaan. Het rapport beschrijft heel expliciet hoe je daarin meer kunt differentiëren tussen degenen die niet kunnen en degenen die niet willen betalen. Algemeen wordt aangegeven dat juist in deze tijden van crisis het aantal «niet-kunners» toeneemt. Zij worden de dupe van een stapeling van regelingen en preferente schuldeisers. (…)

Staatssecretaris Klijnsma: (…) Mevrouw Voortman had het over een algemeen beslagverbod op toeslagen, vooral op toeslagen die met kinderen te maken hebben. Voor zover ik weet is dat beslagverbod nu al aan de orde, want er is geen beslag op toeslagen en bijslagen voor kinderen. Die zijn nu niet vatbaar voor beslag. Ik ben dus even niet aangesloten wat betreft die vraag van mevrouw Voortman. De enige uitzondering is dat de kinderopvangtoeslag vatbaar is voor beslag door een kinderopvanginstelling. Als ze dat bedoelt, dan snap ik de vraag wel weer. Het gaat dan om een beslag door een kinderopvanginstelling die de middelen niet krijgt. Voor de rest kan ik de vraag echter niet duiden. Misschien kan mevrouw Voortman daarop in tweede termijn nog even terugkomen.
(…)
Mevrouw Voortman (GroenLinks): Voorzitter. Ik had het over het beslagverbod op toeslagen met betrekking tot kinderen. Dat ging inderdaad over de kinderopvangtoeslag. Waarom zou je niet ook daarvoor een verbod invoeren? Dat is immers ook een toeslag die te maken heeft met kinderen.
(…)
Staatssecretaris Klijnsma: (…) Mevrouw Voortman heeft nog een aanvullende vraag over de kinderopvangtoeslag gesteld. Het gaat inderdaad over de kinderopvangtoeslag. Deze wordt aan ouders verstrekt om de kosten van de kinderopvang te dekken. De kinderopvanginstelling mag daarop beslag leggen als ouders niet betalen. Dat kunnen we niet zomaar veranderen. (…)

Staatssecretaris Teeven: (…) Onder anderen de heer Kuzu heeft gesproken over het beslagregister. Het kabinet deelt met de commissie de mening dat met het landelijk register een belangrijke stap wordt gezet. Het mes snijdt aan drie kanten. Het gaat om een betere handhaving van de beslagnorm, om een betere rechtsbescherming van de debiteur en om een betere informatiepositie van de schuldeiser c.q. de opdrachtgever. We gaan nu beginnen met het toepassen van het beslagregister voor de gerechtsdeurwaarders. Je zou je kunnen afvragen of nu ook de registratiegegevens van andere overheidsinstanties in het beslagregister moeten worden opgenomen. Die vraag wordt binnen de commissie aan de orde gesteld. We moeten nu met dat register beginnen. Dan bekijken we hoe het werkt. In eerste instantie beginnen we met de registratie van de gerechtsdeurwaarders. Ik sluit niet uit dat het in de toekomst moet worden uitgebreid met andere registraties. Als eerste kun je dan uiteraard aan de Belastingdienst denken, maar je zou ook kunnen denken aan het toekomstige rijksincassobureau en de wijze waarop dat ermee omgaat. Als je zo’n uitbreiding van plan bent, dan moet je echter wel kritisch bekijken of die uitbreiding op zich niet weer afbreuk zal doen aan de functionaliteit van het beslagregister. Ook moet je dan kijken naar de daaraan verbonden privacyaspecten. De heer Potters vroeg daarvoor aandacht. Het kan namelijk weleens zo zijn dat er voor verschillende doelen registraties plaatsvinden en dat bij het samenbrengen daarvan in het beslagregister de verschillende doelbindingscomponenten door elkaar gaan lopen. Daar zullen we nog wel nadrukkelijk naar moeten kijken.
(…)
De heer Kuzu en anderen hebben opmerkingen gemaakt over de beslagvrije voet. De vraag was: waarom geldt die niet voor invorderende overheidsorganen? De beslagvrije voet geldt voor alle schuldeisers en garandeert een zeker bestaansminimum voor de schuldenaar. Het centraal beslagregister geeft hiervoor voor een deel waarborgen. Dat is de situatie die zich op dit moment voordoet. Daar hoort vervolgens de vraag bij of de beslagvrije voet dan niet te ingewikkeld is geworden. Een aantal leden hebben dit aan de orde gesteld. Die vraag is eerder aan de orde geweest. De KBvG zal volgend jaar een preadvies uitbrengen over dit onderwerp, met name over de beslagvrije voet. Het kabinet wil dat preadvies afwachten, en wel onder het motto: gooi de oude schoenen niet weg voordat je nieuwe schoenen hebt. Ten aanzien van de uitvoering door gerechtsdeurwaarders bereiken ons signalen dat de juiste toepassing in de praktijk ingewikkeld zou zijn. Daarom is dat preadvies gevraagd. Ik denk dat dit een goede oplossing kan zijn, omdat dit preadvies uit de sector zelf komt; het is een preadvies van mensen die ermee werken. «Volgend jaar» is een wat makkelijke, ruime interpretatie. Ik kijk even naar rechts, naar mijn medewerkers. Ik zeg de commissie en de Kamer toe dat ik heel graag met de deurwaarders in gesprek ga om te bekijken of we dat preadvies enige snelheid kunnen geven. Ik zie dat er aan mijn rechterzijde wordt geknikt, dus ik denk dat die snelheid ook kan worden gemaakt.
De heer Van Weyenberg en de heer Slob hebben opmerkingen gemaakt over het volgende. Je zou kunnen zeggen: laten we met dat register beginnen, laten we ervoor zorgen dat dat nu gaat draaien en laten we daarna bezien of en, zo ja, hoe we dat gaan doen. Dat kan parallel lopen aan het preadvies. Een wettelijke basis wordt voorbereid en een wetsvoorstel zal eind 2013 in de ministerraad worden besproken. Dat is ongeveer het tijdpad dat het kabinet op dit moment voor ogen heeft. (…)

De heer Potters heeft gevraagd wie in het beslagregister kunnen kijken. Dat is een heel aangelegen punt. Het heeft ook een beetje te maken met de vraag wie informatie moet aanleveren. Daarover heb ik net al wat gezegd. Wordt er wel naar privacy gekeken? In eerste instantie kunnen alleen gerechtsdeurwaarders daarin kijken. Gerechtsdeurwaarders zijn openbare ambtenaren en tegelijkertijd professionele bewindvoerders. Zo kun je het zien. Gelet op het feit dat het register in de toekomst wordt uitgebreid, is een wettelijke grondslag noodzakelijk, zoals ik al zei. Ik heb daarbij ook nog rekening te houden met de privacyverordening die op dit moment in Europa tot stand komt, en waarin ten aanzien van de doel-binding extra eisen worden gesteld, die wij in onze nationale wetgeving niet kennen. We zullen uiteraard het College bescherming persoonsgegevens om advies vragen, maar dat is in dit verband niet voldoende, omdat als gevolg van de onderhandelingen die op dit moment plaats-vinden over de verordening inzake gegevensbescherming, een wat strakkere wettelijke grondslag noodzakelijk zal zijn. Daarom – ja, voorzitter, het zijn heel veel woorden – kan het ook mooi samenvallen met het preadvies van de gerechtsdeurwaarders. Dan hebben we hele pakket bij elkaar: de onderhandelingen over de verordening zijn afgerond, we hebben het preadvies en het register werkt al. Als we er dan een wettelijke grondslag onder leggen, dan kunnen we die punten allemaal meenemen. Dat zal niet alleen de heer Potters, maar ook de heer Slob en zeker ook de heer Van Weyenberg als muziek in de oren klinken. Immers, ook in Europees verband wordt daarvoor door de D66-fractie vaak en soms – inderdaad «soms», precies zoals ik het zeg – ook heel terecht, aandacht gevraagd.
De heer Potters vroeg of de beslagvrije voet ook geldt voor de frauderende schuldenaar. Het antwoord daarop is: ja. De beslagvrije voet kan echter wel worden verlaagd, bijvoorbeeld als de schuldenaar niet meewerkt. De wet biedt daarvoor al een voorziening. Ik wijs op artikel 475g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Mevrouw Karabulut heeft mij een vraag gesteld over het rijksincassobureau, althans ik heb het zo opgevat dat ik daarop een antwoord moest geven. Dat project heeft op dit moment tot doel om de zaken te clusteren. Het wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de Minister van Veiligheid en Justitie. In de verkenningsfase is gebleken dat de oorspronkelijke opzet van clustering van het hele proces van facturering, inning en incasso te grote risico’s met zich brengt. Daarom heeft de ministerraad in juli, nog tijdens het kabinet-Rutte I, besloten tot een stapsgewijze aanpak, waarbij wordt gestart met de voorbereiding van de clustering van de laatste processtap, het deurwaarderstraject. Momenteel gaan we na op welke wijze die «afgedwongen incasso» van zes rijksorganisaties kan worden geclusterd. Het gaat om het Centraal Administratiekantoor, het CJIB, het College voor zorgverzekeringen, de Dienst Regelingen, de Dienst Uitvoering Onderwijs en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen. We verwachten dat we in het najaar van 2013 een uitwerking gereed hebben van de praktische stappen die moeten worden gezet om die clustering mogelijk te maken. Ik wil mevrouw Karabulut vragen om dat moment af te wachten, want dan hebben we meer duidelijkheid en kunnen we meer duidelijk aangeven.

De voorzitter: Mevrouw Karabulut heeft hier een vraag dan wel een opmerking over.

Mevrouw Karabulut (SP): Dat is prima, zo zeg ik tegen de Staatssecretaris, maar mijn vraag ging wel iets verder. Als ik denk aan een rijksincassovisie, dan bedoel ik dat het daarin ook gaat over de onderwerpen die hier de revue zijn gepasseerd en die ikzelf ook noemde, zoals de combinatie van een aantal bijzondere incassobevoegdheden van rijksinstellingen of gemeentelijke instellingen. Ik noem het probleem dat gemeenten en waterschappen volgens de wet mensen behandelen als notoire wanbetalers, terwijl die dat niet zijn, omdat het niet gaat om «niet-willers» maar om «niet-kunners». Al dat soort zaken. Ik noem bijvoorbeeld ook de wanbetalersregeling bij de zorgverzekering, die ook tot grote problemen leidt. In het rapport Paritas Passé worden daarvoor allerlei oplossing beschreven. Dat is tot nu toe heel erg afgehouden in de brief van de Staatssecretaris. Betekent dit: nee, we gaan dat niet doen? Of betekent het: we gaan er nader naar kijken en ik kom erop terug wanneer ik de Kamer de rijksincassovisie presenteer? Of gaat die visie een puur instrumenteel ding worden?

Staatssecretaris Teeven: Dat laatste betekent niet: nee, dat gaan we niet doen. Het betekent: ja, we gaan bekijken of we het kunnen meenemen. Ik heb er echter wel een maar bij. Het probleem bestaat bijvoorbeeld ook bij mensen die hun verkeersboetes niet kunnen betalen. Je moet er wel voor oppassen dat je te soepel omgaat met een bepaalde regeling, bijvoorbeeld dat je tegen mensen zegt: het maakt niet uit dat je 50, 40 of 30 km/u te hard rijdt, want je valt toch binnen de beslagvrije voet, dus maak maar gewoon aan de lopende band verkeersovertredingen. Dat zou een uitwerking zijn waar het kabinet niet zo voor is. De SP is daar ook niet voor. Dat delen het kabinet en de SP gelukkig. Dat is mooi. Maar goed, daarom was de passage daarover in mijn brief wat «in de remmen», maar we gaan er wel naar kijken, zoals mijn collega van SZW ook al heeft gezegd. Het tweede deel van de gevolgtrekking van mevrouw Karabulut klopt dus. We zullen het wel meenemen, maar we hebben er wel even tijd voor nodig. We zullen dat in het najaar van 2013 doen. (…)

De heer Kuzu (PvdA): (…) Het derde punt – ik zie de voorzitter al naar mij kijken – betreft het beslagregister. De Staatssecretaris geeft aan dat hij dat stapsgewijs wil introduceren. Hij wil beginnen met de gerechtsdeurwaarders en later kan de Belastingdienst daaraan worden toegevoegd. Wij krijgen terug uit het veld dat het probleem ten aanzien van het naleven van de beslagvrije voet groter is bij de Belastingdienst of andere overheidsorganen. Waarom is het, nu we toch met het Centraal Digitaal Beslagregister komen, niet mogelijk om het in één keer te regelen in plaats van het uit te smeren over de tijd? Daarmee zouden we toch veel meer mensen helpen? (…)

De heer Van Weyenberg (D66): (…) Ik heb de Staatssecretaris wat betreft incasso door de overheid nu echter wel een stap zien zetten die ik in de officiële kabinetsreactie op het rapport Paritas Passé nog miste. Ik ben voor «hoe sneller, hoe beter», maar voor mij is met dit antwoord het glas halfvol, omdat ik eruit opmaak dat het kabinet er nu echt voor gaat zorgen – volgens mij is dat een doorbraak – dat bij incasso door de overheid wordt aangehaakt bij het beslagregister, zodat het, vaak onbewust, niet respecteren van de beslagvrije voet door de overheid straks eindelijk tot het verleden behoort. Ik ben in ieder geval blij dat er op dit punt een kleine trendbreuk is waar te nemen.

De heer Slob (ChristenUnie): Voorzitter. Ik sluit me aan bij de laatste opmerkingen van mijn collega. Ook ik heb de indruk dat we hiermee wat verder zijn gekomen. Het lijkt me volslagen legitiem dat het even wat tijd nodig heeft. Het is immers vrij ingewikkeld en je moet goed opletten wat je gaat doen. Ik heb de Staatssecretaris echter goed begrepen dat hij wil proberen om aan het einde van dit jaar daarover wat meer duidelijkheid te geven. Daar kunnen wij voor dit moment wel mee leven. (…)

De heer Heerma (CDA): Voorzitter. Ik dank de Staatssecretaris voor de beantwoording. Ik sluit me op twee punten aan bij de opmerkingen van de heer Van Weyenberg, ondersteund door de heer Slob in het ene geval en de heer Potters in het andere geval, over de toezeggingen die zijn gedaan met betrekking tot de positie van de overheid als schuldeiser en tot de uitgebreide reactie die er voor het einde van het jaar zal komen. Ook ik vind het een prima stap, voor nu. (…)

Staatssecretaris Teeven: (…) De heer Kuzu sprak ook over de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten. Hij vroeg of we het niet in één keer moeten doen. Ik heb mijn argumenten genoemd. Ik heb daarbij ook gezegd wat er op dit moment in Europa plaatsvindt. Tevens heb ik gewezen op het preadvies. Het is verstandig om dat af te wachten, nu te beginnen met het register en vervolgens de zaak stapsgewijs uit te breiden. Ik wijs nog wel op het probleem met de privacy en de doelbinding. De heer Potters en anderen wezen daar ook op. Als je de informatie in één beslagregister bij elkaar brengt, dan moet je heel goed bekijken wie gerechtigd is en ervoor zorgen dat er geen informatie met een andere doelbinding in komt. Er zijn dus nog wel wat dingen te tackelen, ook in Europees verband, waar op dit moment strengere eisen worden gesteld. Het is geen kwestie van onwil. Het is meer dat we de nodige zorgvuldigheid in acht moeten nemen als we op dit punt overgaan tot wetgeving. (…)

De voorzitter: Dat denk ik ook. Alvorens we dan toch echt om 21.45 uur gaan opbreken, herhaal ik de toezeggingen die wij meenden te hebben gehoord uit de mond van de Staatssecretaris. Hij gaat een aantal gesprekken aan. In ieder geval doet hij dat met de gerechtsdeurwaarders, en wel om te bezien of het preadvies betreffende onder meer de beslagvrije voet, dat voor ergens in de loop van volgend jaar was gepland, wat eerder kan worden gegeven. Daarbij zal tevens worden bezien of ook aandacht kan worden besteed aan de diverse keren over tafel gegaan zijnde mogelijke uitbreiding van het beslagregister – dan is er wat meer ervaring mee opgedaan en is duidelijker hoe het loopt – met daarbij specifieke aandacht voor de positie van de overheid, waarop sommige leden hebben gewezen. (…)

De heer Van Weyenberg (D66): Ik hoorde u het woordje «mogelijk» toevoegen toen het ging over het beslagregister en de overheid. Of ik moet het verkeerd hebben gehoord. Ik heb de Staatssecretaris horen zeggen, in mijn woorden, dat dat het streven is en dat het om fasering gaat. Het door u toegevoegde woordje «mogelijk» is volgens mij dus niet noodzakelijk.

De voorzitter: Ik zie de Staatssecretaris knikken, dus dan schrappen we dat. Het heeft inderdaad te maken met de fasering.

Meer informatie
- Volledig verslag AO vaste commissie SoZaWe 19 juni 2013
- Paritas Passé
- Kamerbrief kabinetsstandpunt Paritas Passé
- Reactie auteurs Paritas Passé op kabinetsstandpunt
- Een halve maatregel: de kabinetsreactie op Paritas Passé
Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht