Overzicht tuchtrechtspraak deurwaarders 2013-03

Bron: André Moerman

30/04/2013 18:45 uur

Deurwaarders zijn onderworpen aan tuchtrechtspraak, uitgevoerd door de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders en in hoger beroep door het Hof Amsterdam. Hierbij een selectie van uitspraken gepubliceerd in de maand april 2013.



Ten onrechte kosten slotenmaker in rekening gebracht

Volgens vaste rechtspraak mogen slechts kosten van een slotenmaker in rekening worden gebracht, als een eerdere beslagpoging door de onmogelijkheid tot binnentreden is mislukt en na aankondiging dat bij een volgende beslagactie een slotenmaker zal worden ingeschakeld. In het onderhavige geval heeft de deurwaarder kosten voor een slotenmaker in rekening gebracht, terwijl deze geen werkzaamheden heeft verricht. De kosten kunnen niet worden aangemerkt als noodzakelijke verschotten, nu geen sprake was van een eerdere beslagpoging waarbij binnentreden niet mogelijk was. Klacht gegrond verklaard, maatregel van berisping opgelegd. >>> Uitspraak

Ten onrechte kosten betekening vonnis in rekening gebracht
De Kamer acht het niet terecht dat de deurwaarder de kosten van de betekening voor rekening van klager heeft gebracht, nu de betekening plaatsvond nadat een betalingsregeling was getroffen en nu geen sprake was van een verzuim in de nakoming daarvan. De Kamer beschouwt die kosten als nodeloos gemaakt. Klacht gegrond berisping opgelegd. >>> Uitspraak

In rekening brengen te hoog bedrag aan informatiekosten Kamer van Koophandel
Het incasseren van te hoge bedragen bij de debiteur die niet geheel worden afgedragen aan de opdrachtgever, de structurele toepassing van deze handelwijzen de onjuiste communicatie daarover. De deurwaarders hebben niet aangegeven waarom het in dit geval gerechtvaardigd is dat aan de debiteur een hoger bedrag in rekening is gebracht. Dit valt dit niet te begrijpen en de klacht is op dit punt gegrond. Zoals door de Kamer al meermalen overwogen mag van zowel deurwaarders als van justitiabelen worden verwacht dat zij communiceren op een wijze die in het algemeen als passend en fatsoenlijk mag worden beschouwd. De door de gerechtsdeurwaarders in punt 4 van het verweerschrift weergegeven bewoordingen ‘onzinnig, absurd, belachelijk en ridicuul’ kunnen voormelde toets niet doorstaan. Een dergelijke reactie past professionals als de deurwaarders niet. De deurwaarders hadden dit kunnen en moeten beseffen, zodat ook dit klachtonderdeel terecht is voorgesteld. Omdat niet is gebleken dat sprake is van een vaste praktijk ten aanzien van de hoogte van de doorberekende kosten, ziet de Kamer af van het opleggen van een maatregel. >>> Uitspraak

Niet reageren op brief advocaat en voortzetten van executie
De deurwaarder is belast met de executie van een tegen een cliënt van klaagster gewezen vonnis. Naar aanleiding van een aankondiging van een beslag roerende zaken heeft klaagster op 5 april 2012 aan de deurwaarder verzocht om de aanzegging in te trekken en haar daarover uiterlijk op 20 april 2012 te berichten. Op deze brief is niet gereageerd.
Vervolgens is met betrekking tot dezelfde vordering later die maand opnieuw een aanzegging gedaan en op 25 april 2012 heeft een beslagpoging plaatsgevonden. De cliënt van klaagster was niet thuis.
Op 27 april 2012 heeft klaagster hierover gebeld met de medewerker die deze zaak in behandeling had. Deze heeft daarbij meegedeeld dat hij alleen met de cliënt van klaagster behoefde te communiceren en niet met klaagster als diens advocaat. Hij vond het vreemd dat de cliënt van klaagster wel geld had om een advocaat te betalen maar niet om de vordering te voldoen.
De Kamer acht het in het bijzonder verwijtbaar dat niet op de brief van klaagster is gereageerd en dat de executie niet is gestaakt. De weigering van de medewerker, die volgens de deurwaarder ook nog zeer ervaren was, om klaagster als professioneel gemachtigde, te woord te staan acht de Kamer eveneens in hoge mate laakbaar. Klacht gegrond berisping opgelegd. >>> Uitspraak

Handelen als bewindvoerder valt buiten bereik tuchtrecht deurwaarders
Klager maakt de deurwaarder in zijn hoedanigheid van bewindvoerder een aantal verwijten. De werkzaamheden van beklaagde als bewindvoerder hebben echter geen enkel verband met zijn functioneren als deurwaarder. De beslissing van de voorzitter dat dit handelen als bewindvoerder buiten het bereik valt van het tuchtrecht onder de Gerechtsdeurwaarderswet, acht de Kamer dan ook juist. Het verzet wordt ongegrond verklaard. >>> Uitspraak

Meer informatie
- overzichten tuchtrechtspraak deurwaarders
- website tuchtrechtspraak


Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht