Overzicht tuchtrechtspraak deurwaarders 2013-01

Bron: André Moerman

12/02/2013 08:20 uur

Deurwaarders zijn onderworpen aan tuchtrechtspraak, uitgevoerd door de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders en in hoger beroep door het Hof Amsterdam. Hierbij een selectie van uitspraken gepubliceerd in de periode oktober 2012 t/m januari 2013.




Te lage beslagvrije voet, traag reageren en te laat terugbetalen

De klacht betreft het hanteren van de verkeerde beslagvrije voet, het niet of te traag reageren en de termijn van terugbetaling van het teveel geïncasseerde bedrag. De Kamer acht de klacht grotendeels gegrond en ziet aanleiding aan de deurwaarder een berisping op te leggen, gelet op het grote belang van een tijdige en correcte vaststelling van een beslagvrije voet en de grote financiële gevolgen die daarmee kunnen samenhangen, zoals in de onderhavige zaak. >>> Uitspraak

Executiemaatregelen voor gering bedrag niet zonder meer buitenproportioneel
Klaagster acht het buitenproportioneel om voor een achterstand ad. € 18,12 executiemaatregelen aan te kondigen. De deurwaarder dient, hoewel hij in beginsel zijn ministerie dient te verlenen, als zelfstandig openbaar ambtenaar de opdracht zorgvuldig te beoordelen, waarbij van hem een kritische houding mag worden verwacht. Op een bepaald moment houdt de ministerieplicht ten opzichte van de opdrachtgever op. Deze grens is uiteraard niet in algemene zin aan te geven, maar zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld. In dit geval is die grens naar het oordeel van de Kamer op grond van hetgeen in de beslissing wordt overwogen niet overschreden. Niet zonder meer kan worden gezegd dat het buitenproportioneel is om voor een klein bedrag executiemaatregelen te treffen. Als maatstaf kan daarbij niet dienen of de gemaakte kosten in verhouding staan tot de hoofdsom en dat de executie uit dien hoofde buitenproportioneel is. Klacht ongegrond verklaard. >>> Uitspraak

Correspondentie ten onrechte niet aan bewindvoerder gericht
De deurwaarder heeft ten onrechte de bewindvoerder genegeerd, door correspondentie alleen aan klager te richten. De klacht wordt op dit punt gegrond verklaard omdat dit handelen in strijd is met het bepaalde in de artikelen 1:438 en 441 BW. Als er al een rechtvaardiging zou zijn voor de handelwijze van de deurwaarder, had de deurwaarder ook nog een kopie aan de bewindvoerder moeten sturen. De Kamer ziet af van het opleggen van een maatregel omdat de bewindvoerder zelf niet reageerde op brieven van de deurwaarder en omdat de deurwaarder uit coulance een restantbedrag heeft kwijtgescholden. >>> Uitspraak

Beslag leggen in plaats van reageren op brieven
De klacht betreft het feit dat de deurwaarder niet heeft gereageerd op brieven van klagers en het feit dat derdenbeslag is gelegd zonder inhoudelijk op een brief van klagers te hebben gereageerd. De Kamer oordeelt op grond van vaste jurisprudentie dat van een deurwaarder mag worden verwacht dat hij brieven binnen een redelijke termijn beantwoordt. Het had op de weg van de deurwaarder gelegen klagers naar aanleiding van een brief te berichten dat een actuele specificatie werd opgevraagd bij de opdrachtgever. Ook had het in de rede gelegen te reageren op de brief van de gemachtigde van klagers. Dat is niet gebeurd. In plaats daarvan is er is beslag gelegd. De Kamer acht dit tuchtrechtelijk laakbaar. Weliswaar heeft de deurwaarder voor zijn handelen zijn excuses aangeboden, doch dit kan niet tot het oordeel leiden dat daardoor niet tuchtrechtelijk laakbaar is gehandeld. Klacht gegrond en maatregel van berisping opgelegd. >>> Uitspraak 1 Zie ook vergelijkbaar Uitspraak 2

Beslagvrije voet ten onrechte op nihil bij beslag onder belastingdienst
De klacht betreft het feit dat de deurwaarder bij beslag op een voorlopige belastingterugaaf de beslagvrije voet op nihil heeft gesteld en dat geïncasseerde bedragen, na een eerder opgeheven beslag, naar een verkeerd rekeningnummer zijn overgemaakt. De Kamer oordeelt dat het bepalen van een beslagvrije voet op nihil in beginsel slechts mogelijk bij een schuldenaar die niet in Nederland woont of vast verblijft, maar daarvan is hier geen sprake. De deurwaarder heeft ter zitting aangevoerd dat ervan wordt uitgegaan dat naast de periodieke betalingen aan klager van de Belastingdienst, er nog een ander inkomen is, waarop geen beslag ligt en dat hoger is dan de beslagvrije voet. Dat valt naar het oordeel van de Kamer echter niet te rijmen met de inhoud van een brief van de deurwaarder aan klaagster en ook niet met de inhoud van het verweer van de deurwaarder. Ten aanzien van het tweede klachtonderdeel geldt dat vaststaat dat het geld niet op een door klaagster opgegeven rekeningnummer is gestort. Klacht gegrond verklaart en de maatregel van berisping opgelegd. Hoger beroep ingesteld. >>> Uitspraak

Betalingsregeling eenzijdig opgezegd en beslag gelegd
Beslissing op verzet. Klager verwijt de deurwaarders dat zij een getroffen betalingsregeling eenzijdig hebben opgezegd en beslag hebben gelegd. De betalingsregeling bevatte geen clausule dat de regeling op termijn zou worden herzien en klager heeft zich altijd netjes aan de afspraak gehouden. De voorzitter wijst de klacht als zijnde kennelijk ongegrond af. De Kamer vernietigt de beslissing van de voorzitter. De Kamer acht klachtwaardig dat de deurwaarders er kritiekloos aan hebben meegewerkt dat de opdrachtgever eenzijdig terugkwam op een afbetalingsregeling die was afgesproken zonder enige clausule dat de regeling op termijn zou worden herzien. De deurwaarders hadden in de gegeven omstandigheden geen beslag mogen leggen. Maatregel van berisping opgelegd. Hoger beroep ingesteld. >>> Uitspraak

Beslag op de bankrekening bewindvoerder
Beslag op de bankrekening van een bewindvoerder van klager is niet in strijd met de tuchtrechtelijke norm. Het is niet aan de tuchtrechter om te beoordelen of een beslag onrechtmatig is gelegd of dat er misbruik van recht is gemaakt. Daarvoor moet klager zich tot de executierechter wenden. Wel kan het zijn dat een beslag zo evident onrechtmatig is, bijvoorbeeld als het bij herhaling wordt gelegd, dat de deurwaarder die desondanks het beslag heeft gelegd daarmee de normen van het tuchtrecht heeft overschreden. >>> Uitspraak

Beslag op zorgtoeslag zonder toepassing beslagvrije voet
Beslag op zorgtoeslag zonder toepassing van een beslagvrije voet is niet in strijd met de tuchtrechtelijke norm. De door klager vermelde jurisprudentie, gepubliceerd onder de LJN nummers BR5805 en BO2067 doet daar niet aan af. De tuchtrechter is niet degene die dient te beslissen omtrent een executiegeschil als het onderhavige en evenmin over de hoogte van de beslagvrije voet. Dit is slechts anders indien de deurwaarder evident en tegen beter weten in handelt in strijd met de wettelijke regels voor beslaglegging. Klacht wordt ongegrond verklaard. >>> Uitspraak

Proces-verbaal van beslag niet binnen acht dagen betekend

Beslissing op verzet. De voorzitter wijst de klacht als zijnde kennelijk ongegrond af. De Kamer vernietigt de beslissing van de voorzitter. Op grond van de wet dient een proces-verbaal van het leggen van beslag binnen acht dagen aan de geëxecuteerde betekend te worden betekend. Dat heeft de deurwaarder niet gedaan en daarmee is dit klachtonderdeel anders dan de voorzitter heeft beslist gegrond. De Kamer is daarnaast van oordeel dat een aantal zinsneden van een door de deurwaarder aan klaagster verzonden brief niet door de beugel kunnen. Maatregel van berisping opgelegd. >>> Uitspraak

Meer informatie
- overzichten tuchtrechtspraak deurwaarders
- website tuchtrechtspraak


Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht