Overzicht tuchtrechtspraak deurwaarders 2012-03

Bron: André Moerman

21/10/2012 16:15 uur

Deurwaarders zijn onderworpen aan tuchtrechtspraak, uitgevoerd door de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders en in hoger beroep door het Hof Amsterdam. Hieronder een selectie van uitspraken gepubliceerd in de maand september 2012.



Rekening houden met beslagvrije voet bij vakantiegeld?

Indien de door een debiteur te ontvangen uitkering maandelijks lager is dan de voor betrokkene geldende beslagvrije voet - en daarvan is in deze zaak sprake -, dient in de maand waarin het vakantiegeld wordt uitbetaald rekening te worden gehouden met de in dit geval voor klager geldende beslagvrije voet. Klager heeft immers te allen tijde recht op de voor hem geldende beslagvrije voet. Dit betekent dat in de onderhavige zaak in de maand mei, wanneer het vakantiegeld beschikbaar komt, een correctie dient te worden toegepast, in die zin dat het (positieve) verschil tussen de toepasselijke beslagvrije voet minus de ontvangen bijstandsuitkering in mindering moet worden gebracht op het uit te keren vakantiegeld. Maatregel van berisping opgelegd. Hoger beroep ingesteld. >>> Uitspraak
Commentaar: Wanneer het inkomen bijvoorbeeld €50 lager is dan de beslagvrije voet, valt volgens deze uitspraak, in de maand waarin het vakantiegeld uitbetaald wordt €50 niet onder het beslag. Het is ook verdedigbaar dat 12 x €50 = €300 van het vakantiegeld niet onder beslag zou vallen. Wellicht dat in hoger beroep hierover een oordeel wordt gegeven. 

Betaald aan schuldeiser ipv deurwaarder, wie draagt de kosten?
In beide zaken waarbij klaagster door de kantonrechter tot betaling is veroordeeld was de deurwaarder de gemachtigde van de tegenpartij van klaagster. In dergelijke gevallen pleegt de veroordeelde te betalen via de gemachtigde, al staat dat dan niet met zoveel worden in een vonnis. De mogelijkheid van die betalingswijze blijkt ook uit de dagvaarding. Het is aan de deurwaarder en zijn opdrachtgever om afspraken te maken om zo snel mogelijk aan de deurwaarder te melden, mocht de debiteur abusievelijk aan de opdrachtgever betalen. De deurwaarder heeft ter zitting verklaard dat hij deze afspraken met zijn opdrachtgever heeft.
In een geval zoals het onderhavige waarbij een deurwaarder van zijn opdrachtgever niet verneemt dat is betaald, mag de deurwaarder ervan uitgaan dat nog niet is betaald. Hij hoeft niet bij iedere volgende stap in het incassotraject na te gaan of zijn opdrachtgever wellicht intussen een betaling heeft ontvangen en melding daarvan achterwege heeft gelaten. Indien in een dergelijk geval toch tot betekening wordt overgegaan, behoren de kosten daarvan voor rekening van een opdrachtgever te blijven. In dit geval heeft de deurwaarder die kosten toch doorberekend aan klaagster. Dat was niet terecht omdat nagenoeg de gehele vordering voor de betekening al was voldaan. Voor zover de klacht is gericht tegen de kosten van de betekening acht de Kamer de klacht alsnog gegrond.
De Kamer acht geen termen aanwezig om een maatregel op te leggen, ook al omdat de deurwaarder kennelijk maatregelen heeft getroffen om een dergelijke onterechte betekening in de toekomst te voorkomen. >>> Uitspraak

Ten onrechte gebruik GBA-gegevens in prejustitiële fase
Volgens het kantoor van de deurwaarder is het beleid in de prejustitiële fase standaard een adresverificatie te doen. Dat is volgens de Kamer niet toelaatbaar omdat het gebruik van GBA-gegevens in het algemeen pas toegelaten is indien de debiteur na het versturen van een eerste sommatie niet reageert en dan nog met het oog op het uitbrengen van de dagvaarding. Klacht gegrond verklaard en gezien het kantoorbeleid met betrekking tot het raadplegen van de GBA een berisping met aanzegging opgelegd. >>> Uitspraak  

Verzuim adresverificatie. Dreigen met voortzetting executie.
Het valt de deurwaarder te verwijten dat hij alvorens de dagvaarding te betekenen niet opnieuw het adres van de debiteur heeft geverifieerd, omdat op dat moment de GBA gegevens al ouder dan twee weken waren. In een dergelijk situatie hanteert de Kamer een termijn van twee weken, zoals ook is vermeld in de Normen voor Kwaliteit van de KBvG. Daaraan doet niet af dat bij hercontrole van de gegevens kort voor de dagvaarding in het onderhavige geval waarschijnlijk toch op het oude adres zou zijn betekend, omdat de gemeente de adreswijziging van klaagster te laat heeft verwerkt. Het valt de deurwaarder eveneens aan te rekenen dat is gedreigd met voortzetting van de executie zonder dat daaraan een rechtgeldig betekende titel ten grondslag lag. Klacht gegrond verklaard. Maatregel van berisping opgelegd. >>> Uitspraak  

Geen ministerieplicht voor incasseren vordering
De Kamer is met de voorzitter van oordeel dat het de deurwaarder tuchtrechtelijk bezien niet verweten kan worden dat hij weigert om een volgens hem oninbare vordering te innen. Geen (ministerie)plicht voor het incasseren van een vordering. Het verzet wordt ongegrond verklaard. >>> Uitspraak  

Kosten ambtshandelingen bij meerdere exploten op zelfde adres
Een deurwaarder brengt bij het betekenen van verschillende exploten aan het zelfde adres per exploot de kosten in rekening. Een andere deurwaarder heeft hierover een klacht ingediend met verwijzing naar een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 31 augustus 2010. Het Gerechtshof heeft overwogen dat als een ambtshandeling bij één exploot kan worden gedaan, dat in beginsel ook zo behoort te worden gedaan. Dat betekent dus dat in dat geval slechts eenmaal het Btag-tarief in rekening gebracht mag worden voor de betekening van één exploot. De deurwaarder berekent echter in dergelijke situaties de kosten van meerdere exploten geheel of gedeeltelijk aan de schuldenaar door.
Ter zitting heeft klaagster hieraan toegevoegd dat uit de wetsgeschiedenis van het Btag blijkt dat de wetgever heeft gekozen voor vaste schuldenaartarieven waarvan niet mag worden afgeweken. In het geval bepaalde ambtshandelingen extra veel werk met zich brengen, heeft een deurwaarder de mogelijkheid daarvoor een hogere prijs van zijn opdrachtgever te bedingen. Dat betekent echter niet dat als een schuldenaar niet meer wil betalen aan de deurwaarder dan op grond van het Btag verhaalbaar is, een deurwaarder dan de vrijheid heeft om zijn meerkosten te verhalen op de schuldenaar. Aan de beslissing van het Gerechtshof ligt hetzelfde uitgangspunt ten grondslag, namelijk dat de schuldenaar geen invloed heeft op deze kosten. Het is bijvoorbeeld de opdrachtgever die beslist om tien afzonderlijke beslagen te leggen of te combineren tot één beslag. De schuldenaar draagt de gevolgen van die beslissing en dat is onjuist en onwenselijk. Dit voorkomt ook dat een schuldeiser met een deurwaarder afspreekt dat de deurwaarder alle ambtshandelingen bij afzonderlijke exploten mag doen ter maximalisering van zijn op de schuldenaar verhaalbare omzet. In ruil daarvoor zou dan bijvoorbeeld matiging van de kosten kunnen plaatsvinden als er geen verhaal is. De schuldenaar betaalt dan de prijs. Goed beschouwd geldt dat de deurwaarder niet zozeer de tarieven ter discussie stelt, maar zijn concurrentiepositie verstevigt door meer kosten op schuldenaren te verhalen dan wettelijk mogelijk is waardoor hij goedkoper wordt voor opdrachtgevers dan andere deurwaarders die de tarieven wel conform de wet toepassen. Het verbod op het maken van onnodige kosten van artikel 10 van de Verordening is een fundamenteel uitgangspunt van het tariefstelsel.
De Kamer acht de klacht gegrond en verenigt zich met de daarvoor door klaagster aangevoerde argumenten. De deurwaarder handelt in strijd met de wettelijke bepalingen en de vigerende jurisprudentie. Geen maatregel opgelegd omdat de klacht in onderling overleg aan de Kamer is voorgelegd teneinde een uitspraak te verkrijgen. >>> Uitspraak  

In hoge mate onzorgvuldig handelen bij proces-verbaal van constatering
De deurwaarder heeft in opdracht van de echtgenoot van klaagster een proces-verbaal van constatering opgemaakt in de woning in Weert die hun gezamenlijke eigendom is, maar waar de opdrachtgever van de deurwaarder (hierna: de opdrachtgever) op dat moment al zeven maanden niet meer woonde in verband met de echtscheiding waarin klaagster en de opdrachtgever op dat moment verwikkeld waren.
De Kamer oordeelt dat de deurwaarder zich in hoge mate onzorgvuldig heeft gedragen. Hij had opdracht tot het opmaken van een proces-verbaal van constatering niet op deze wijze mogen aannemen. De deurwaarder had zijn opdrachtgever moeten adviseren om zich tot de rechter te wenden om een uitspraak te verkrijgen over de afgifte van de gewenste zaken dan wel om zekerheid te verkrijgen over de vragen die hij had. Voor het opmaken van een proces-verbaal van constatering geldt ministerieplicht niet. Toen ter plaatse bleek dat niet vrijwillig toegang werd verleend en ook toen later de situatie escaleerde, had de deurwaarder zich direct moeten terugtrekken. De Kamer oordeelt voorts dat de deurwaarder de aankondiging van de openbare verkoop niet had mogen aanplakken aan het huis van verzoekster en de verwijzing naar artikel 187 Sr achterwege moeten laten. Hij had de uitkomst van het kortgeding af moeten wachten. De deurwaarder heeft zich kennelijk te veel geschikt naar de wensen van zijn opdrachtgever. Klacht gegrond verklaard. De deurwaarder wordt geschorst voor de duur van 1 maand. >>> Uitspraak  

Meer informatie
- tuchtrechtspraak 


Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht