Let op! Hoog griffierecht, dagvaard niet te snel!

Bron: André Moerman

05/03/2012 18:53 uur

De kosten voor een gerechtelijke procedure zijn behoorlijk gestegen. Er zijn plannen het griffierecht nog verder te verhogen om te komen tot een kostendekkend rechtstelsel. Hierover zijn al veel zorgen geuit, met name als het gaat om de beperking van de toegang tot het recht. De keerzijde van dezelfde medaille is dat de debiteur doorgaans, als in ongelijk gestelde partij, de kosten moet betalen. Volgens de hierna te bespreken uitspraak moet de schuldeiser rekening houden met deze hoge kosten en mag hij niet te snel tot dagvaarding overgaan.

Huurachterstand
Gedaagden hebben sinds februari 2011 een huurachterstand. Op 2 mei 2011 is een betalingsregeling overeengekomen. Op dat moment was sprake van een achterstand van € 836,45 met de huur over de maand mei inbegrepen. Afgesproken werd dat de huur voor de maand mei op 9 mei zou zijn voldaan, dat een bedrag van € 400 onmiddellijk zou worden voldaan en dat het restant voor 1 juni 2011 zou moeten worden betaald. In de brief is vermeld dat de regeling bij niet nakoming en bij het niet betalen van de lopende huur komt te vervallen.
Op 31 mei 2011 was sprake van een ‘voorstand’ van € 89,60.
Op 1 juni 2011 werd de nieuwe huurtermijn verschuldigd, waardoor op 1 juni 2011 weer een huurachterstand was ontstaan van € 436,45. Etc.
Er wordt een betalingsregeling overeengekomen van € 50 per week, die niet volledig wordt voldaan. De huurachterstand werd wel langzamerhand kleiner. Op 1 november 2011 was de huurachterstand op de eerste dag van de maand teruggebracht tot € 392,91.

Incassowerkzaamheden
Naast de hoofdsom vordert de gemachtigde van de verhuurder ook € 178,50 aan incassokosten vanwege de werkzaamheden om de vordering buitengerechtelijk te innen. Gedaagden zijn het niet eens met deze kosten.
Voorop staat dat gedaagden de huurovereenkomst niet nakomen, nu zij niet uiterlijk op de eerste dag van de maand, vooraf, de maandhuur voldoen. De verhuurder is om die reden gerechtigd haar gemachtigde in te schakelen en uiteindelijk te dagvaarden.
Van een gemachtigde mag echter worden verwacht dat hij buiten rechte poogt de achterstand in betaling te incasseren, opdat een rechtsgeding kan worden voorkomen.
In deze zaak heeft de gemachtigde daartoe een betalingsregeling getroffen. De eerste regeling komt er op neer dat is overeengekomen dat binnen een maand alsnog weer vooraf zou worden betaald. De tweede regeling hield in dat gedaagden per week € 50 extra zouden betalen, naast de lopende huur. In feite dienden gedaagden op deze wijze binnen een tijdsbestek van ongeveer twee maanden weer terug te keren tot betaling vooraf.
De verhuurder was niet bereid een meer soepele regeling te treffen.

Echte poging tot oplossing probleem?
Deze gang van zaken roept de vraag op of door het treffen van de beide regelingen door de verhuurder daadwerkelijk is gepoogd tot een oplossing van het probleem te komen. De kantonrechter komt tot het oordeel dat dit niet het geval is. Hij komt op de volgende gronden tot dit oordeel:
Allereerst is het betalingsprobleem beperkt gebleven tot een bedrag van minder dan een maandhuur, terwijl in de loop van de tijd de achterstand niet is toegenomen. In de tweede plaats hebben gedaagden kenbaar gemaakt dat zij door een onverwacht onheil in betalingsproblemen zijn gekomen en dat zij bereid zijn de achterstand die is ontstaan in te lopen, zij het niet in het door de verhuurder gewenste tempo. Ten derde blijkt dat gedaagden daadwerkelijk gezorgd hebben voor het verminderen van de huurachterstand. Door in deze omstandigheden toch te verlangen dat gedaagden aanvankelijk binnen één maand, later binnen twee maanden, de volledige achterstand moeten wegwerken stelt de verhuurder een eis die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet aanvaardbaar is. In feite is vooraf duidelijk dat gedaagden niet in staat zullen zijn een dergelijke afspraak na te komen.

Goed verhuurder
Van een goed verhuurder mag worden verwacht dat zij, binnen de grenzen van het redelijke, rekening houdt met de feitelijke mogelijkheden van de huurder om de betalingsachterstand in te lopen. Door dat niet te doen heeft de verhuurder, naar het oordeel van de kantonrechter, onvoldoende getracht een geding te voorkomen. Wanneer wordt gekozen voor een buitengerechtelijke incasso, een noodzaak daartoe bestaat niet, dient dit incassotraject serieus en derhalve wellicht ook gedurende langere tijd te worden gevolgd. In de gegeven omstandigheden oordeelt de kantonrechter dat de verhuurder niet een serieus te nemen incassotraject heeft gevolgd en te snel heeft gedagvaard. Er was in deze zaak immers een perspectief op het inlopen van de volledige achterstand, zij het niet in het door de verhuurder gewenste tempo. Voor toewijzing van buitengerechtelijke kosten is in deze omstandigheid onvoldoende reden.

Te snel procederen
Gedaagden hebben voorts bezwaar gemaakt tegen toewijzing van de proceskosten. Voorop staat dat de verhuurder bevoegd is tot dagvaarden over te gaan, wanneer geen betaling wordt verkregen. In deze zaak heeft de verhuurder gekozen voor een buitengerechtelijke incasso, maar heeft zij dit traject, zoals reeds overwogen, voortijdig afgebroken. In die omstandigheid ziet de kantonrechter reden om de proceskosten voor rekening van de verhuurder te laten. Zij heeft het recht te dagvaarden, maar in de gegeven omstandigheden is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om gedaagden met de kosten van het geding te belasten. Daarbij speelt een rol dat de kosten van procederen door de wetgever in de laatste maanden fors zijn verhoogd. In deze zaak bedraagt de hoofdsom op datum dagvaarden € 422,91. Het griffierecht beloopt € 426,-- en de kosten van dagvaarden belopen € 97,81. Gelet op deze verhouding tussen vordering en te maken kosten mag van de verhuurder een meer serieuze afweging worden verwacht, voordat zij overgaat tot dagvaarden.

Beslissing
De kantonrechter
- veroordeelt gedaagden hoofdelijk om aan de verhuurder te betalen € 407,46 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand november 2011 incl. wettelijke rente;
- compenseert de proceskosten in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Meer informatie
- Rb Rotterdam 20 december 2011, LJN:BV7067 


Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht