Loonbeslag aan de slag!

Bron: Sociaal Totaal /André Moerman

14/10/2010 19:27 uur

Bij loonbeslag (beslag op loon of uitkering) is de beslagvrije voet van groot belang. Het is het gedeelte dat vrijgesteld is van beslag, zodat de noodzakelijke boodschappen en de huur betaald kunnen worden. Vaak blijkt de beslagvrije voet te laag vastgesteld. Wat kan de debiteur doen? En moet de werkgever of uitkeringsinstantie bij wie beslag is gelegd in actie komen?

Te lage beslagvrije voet
Als de deurwaarder beslag op inkomen legt geeft hij aan de werkgever of uitkeringsinstantie de hoogte van de beslagvrije voet door. Deze is globaal 90% van de bijstandsnorm, verhoogd met een deel van de huur en de premie ziektekostenverzekering.
In de praktijk blijkt de beslagvrije voet vaak te laag vastgesteld. De oorzaak hiervoor is tweeledig:

  • de debiteur verstrekt, meestal uit onwetendheid, niet de benodigde informatie;
  • de deurwaarder vraagt vaak op ondoorzichtige wijze naar de benodigde gegevens (bijvoorbeeld door het formulier waar de gegevens op vermeld moeten worden aan een exploot te nieten).

Een te lage beslagvrije voet heeft grote gevolgen. Maandelijks wordt teveel aan de deurwaarder afgedragen en de debiteur houdt te weinig over om van te leven. Er dreigen nieuwe schulden met een neerwaartse spiraal tot gevolg.

Terugwerkende kracht
Bij een onjuiste beslagvrije voet kan de debiteur bij de deurwaarder om aanpassing verzoeken. Vanuit de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden (LOSR) is er op aangedrongen dat de deurwaarder een te lage beslagvrije voet met terugwerkende kracht moet corrigeren. Sinds een pleidooi hiervoor in het LOSR-rapport ‘Mensen met schulden in de knel!’ gebeurt dit in toenemende mate. De deurwaarder zorgt voor terugbetaling van het teveel afgedragen bedrag. Soms overigens pas na extra aandringen.

Deze werkwijze is vooral van belang wanneer door de te lage beslagvrije voet nieuwe schulden, zoals huur- of energieschulden, zijn ontstaan. Het terugbetaalde geld kan dan worden gebruikt om deze nieuwe schulden af te lossen en verder afglijden te voorkomen.

Rol werkgevers en uitkeringsinstanties
Wat kan de werkgever of uitkeringsinstantie doen wanneer de beslagvrije voet te laag is vastgesteld? Zij kunnen natuurlijk contact opnemen met de debiteur of deurwaarder. Een vorm van goed werkgeverschap, of zorgvuldig bestuur. Maar geldt hiervoor ook een verplichting? Met andere woorden, moet de werkgever of uitkeringsinstantie de beslagvrije voet controleren?
Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat hij mag vertrouwen op de opgave van de deurwaarder en dat hij geen eigen onderzoek hoeft in te stellen. Op zich is dit te begrijpen. De werkgever of uitkeringsinstantie staan buiten het conflict en worden er ongewild bij betrokken.

Bijzondere positie sociale diensten?
Een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) lijkt een ander licht op deze kwestie te werpen. Terwijl de CRvB bij een beslag op een AOW-uitkering eerder oordeelde dat het niet aan de Sociale Verzekeringsbank is te beoordelen of de beslagvrije voet correct is berekend, oordeelt ze anders voor sociale diensten:

“Het College heeft erop gewezen dat deurwaarderskantoor Heijkoop & Partners hem bij brief van 4 september 2007 heeft meegedeeld dat de beslagvrije voet van appellant per 1 juli 2007 € 785,10 bedraagt. Voor zover het College daarmee heeft willen betogen dat de deurwaarder de voor appellant geldende beslagvrije voet vaststelt en dat het College gehouden is die vaststelling te volgen, onderschrijft de Raad dit betoog niet. Het is de verantwoordelijkheid van het College de hoogte van de voor appellant geldende beslagvrije voet vast te stellen en mede aan de hand daarvan te bepalen in hoeverre de bijstandsuitkering van appellant ruimte laat voor inhoudingen ter uitvoering van het daarop gelegde beslag.”

Deze uitspraak is bijzonder, geeft de debiteur meer bescherming, maar is mogelijk juridisch discutabel en kan tot complicaties leiden.

Aan de slag!
Wel of niet verplicht? De problematiek is ernstig genoeg om ook onverplicht in actie te komen. Dat kan met de volgende drie punten:

1) Deurwaarders moeten op doorzichtige wijze bij de debiteur om informatie vragen die nodig is om de beslagvrije voet vast te stellen. De beroepsorganisatie van deurwaarders (KBvG) heeft in overleg met de LOSR bijsluiters ontwikkeld die uitleg geven over de handelingen die de deurwaarder verricht en wat de debiteur kan of moet doen. Een belangrijke stap in de goede richting.

2) Werkgevers en uitkeringsinstanties kunnen bij beslag op inkomen de debiteur wijzen op wat er moet gebeuren om er voor te zorgen dat de beslagvrije voet correct is berekend. Mogelijk kunnen ze hierbij een helpende hand bieden, dan wel verwijzen naar instanties die dat kunnen doen.

3) En als dat nog niet is gebeurd: Werkgevers en uitkeringsinstanties kunnen beslag op inkomen als signaal gebruiken om de debiteur naar schuldhulpverlening te verwijzen.

Kortom: aan de slag!

André Moerman
Voorzitter signaleringscommissie Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden
Manager sociaal raadslieden Rijnstad Arnhem

Meer informatie
- Uitspraak CRvB 17 augustus 2010 over rol sociale dienst
- Uitspraak CRvB 10 juli 2008, over rol Sociale Verzekeringsbank
- Schuldinfo: hoogte beslagvrije voet
- Rekenprogramma beslagvrije voet


Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht