Gemeentelijke schuldhulpverlening

De gemeente is verantwoordelijk voor schuldhulpverlening. Wanneer mondeling of schriftelijk om hulp wordt gevraagd, dient binnen 4 weken het eerste gesprek plaats te vinden. Indien sprake is van een bedreigende situatie (woningontruiming, afsluiting energie of water) geldt een maximale termijn van 3 werkdagen.
Binnen 8 weken moet een beschikking afgegeven worden inhoudende:

  • toekenning schuldhulpverlening met een plan van aanpak, of;
  • weigering schuldhulpverlening.


Bij een wijziging van het plan van aanpak en bij een voortijdige beëindiging dient opnieuw een beschikking afgegeven worden. Tegen een afwijzing en een voortijdige beëindiging van de schuldhulpverlening staat bezwaar en beroep open.
De meeste gemeenten hebben beleidsregels vastgesteld waarin is geregeld wanneer toegang tot de schuldhulpverlening wordt geweigerd, bijvoorbeeld in het geval van een herhaalde aanvraag binnen een bepaalde periode.

De gedragscode schuldhulpverlening NVVK geeft een verdere uitwerking van de wijze waarop het minnelijk traject verloopt. In de schuldhulpverlening worden twee fases onderscheiden:

1. stabilisatiefase: gericht op het in evenwicht brengen en houden van inkomsten en uitgaven. Hierbij worden inkomsten gemaximaliseerd en uitgaven tot een minimum beperkt, er is geen crisis, en de beslagvrije voet wordt gegarandeerd. Er ontstaat rust bij de klant zodat gewerkt kan worden aan gedragsverandering.

2. schuldregelingsfase: waarin geprobeerd wordt een regeling te treffen voor de schulden. Alle schulden zijn geïnventariseerd en de aflossingscapaciteit wordt berekend. Het verschil tussen het inkomen en het ‘vrij te laten bedrag’ wordt voor de schuldeisers gereserveerd. Aan de hand van de afloscapaciteit wordt een voorstel voor afkoop aan de schuldeisers gedaan. Preferente schuldeisers krijgen een dubbel percentage aangeboden.
Wanneer alle schuldeisers akkoord gaan, is de schuldregeling rond.

Er zijn hierbij twee soorten regelingen te onderscheiden:

Schuldbemiddeling
Dit is een overeenkomst tussen de schuldenaar en de schuldeisers waarbij gedurende 36 maanden naar draagkracht wordt afgelost tegen finale kwijting. Jaarlijks vindt een hercontrole plaats, het vrij te laten bedrag wordt opnieuw berekend en het gereserveerde geld wordt afgedragen aan de schuldeisers. Het aan de schuldeisers aangeboden percentage is een prognose. Het bedrag dat de schuldeisers uiteindelijk ontvangen, kan hiervan afwijken vanwege bijvoorbeeld het verkrijgen of verlies van een baan. Wanneer de klant tussentijds niet aan de verplichting voldoet – er ontstaat bijvoorbeeld een nieuwe schuld – dan komt de regeling te vervallen.

Schuldsanering
De gemeentelijke kredietbank verstrekt een saneringskrediet waarmee de schulden tegen finale kwijting worden afgekocht. De schuldeisers krijgen het bedrag in één keer uitbetaald. De klant moet gedurende 36 maanden het krediet aflossen.

UitsprakenMeer informatie

Ten onrechte afwijzing aanvraag schuldhulpverlening:

Terechte afwijzing aanvraag schuldhulpverlening:

Ten onrechte beëindiging schuldhulpverlening:

Terechte beëindiging schuldhulpverlening:

Overige rechtspraak:

Tuchtrecht:

Nationale ombudsman:

Nieuws schuldinfo

Kamervragen

Wet en regelgeving

Overige info

Vrij te laten bedrag

Om een voorstel aan de schuldeisers te kunnen aanbieden, berekent de schuldhulpverlener de afloscapaciteit. Deze is gelijk aan het netto-inkomen verminderd met het ‘vrij te laten bedrag’. De berekening gebeurt volgens de Recofa-methode. Deze rekenmethode geldt ook voor toepassing van de Wsnp en is gebaseerd op artikel 295 Fw. Daarin staat dat de beslagvrije voet ,verhoogd met een door de rechter-commissaris vast te stellen nominaal bedrag, buiten de boedel wordt gelaten.
Voor de gemeentelijke schuldhulpverlening wordt hierbij aangesloten, op één uitzondering na: de aflossingscapaciteit wordt gesteld op minimaal 5% van het netto inkomen, zodat altijd een voorstel aan schuldeisers gedaan kan worden. Onder de Wsnp kan het ook voorkomen dat het 'vrij te laten bedrag' hoger is dan het inkomen en dat er niets voor de schuldeisers gereserveerd wordt.

UitsprakenMeer informatie

Vroegsignalering schulden

Verhuurders (ook particuliere verhuurders), zorgverzekeraars, energie- en waterbedrijven zijn verplicht om betalingsachterstanden bij de gemeente te melden. De verplichting ontstaat nadat ze eerst de achterstand via een maatschappelijk verantwoorde incasso hebben proberen te innen. Dat wil zeggen dat zij:

  • minstens eenmaal een schriftelijke betalingsherinnering sturen;
  • zich inspannen om in persoonlijk contact te treden om te wijzen op mogelijkheden om betalingsachterstanden te voorkomen en te beëindigen;
  • wijzen op de mogelijkheden voor schuldhulpverlening; en
  • aanbieden om gegevens door te geven aan gemeenten.

Wanneer betrokkene niet reageert of geen bezwaar maakt moeten de gegevens aan de gemeente worden verstrekt.

Gemeenten zijn verplicht om deze signalen op te pakken en hulp aan te bieden. Dit kan variëren van het sturen van een brief tot het aanbellen aan de deur. Gemeenten zullen hierin afhankelijk van het type signaal en de inschatting van de urgentie keuzes maken.
Wanneer de verhuurder een beginnende huurschuld niet bij de gemeente heeft gemeld, is het risico aanwezig dat de rechter een verzoek om ontbinding van de huurovereenkomst zal afwijzen.

Breed wettelijk moratorium

Wanneer het de schuldhulpverlener niet lukt om de situatie te stabiliseren, dan kan het college van B&W bij de rechtbank een breed moratorium (afkoelingsperiode) aanvragen. De voorwaarden waaraan moet worden voldaan zijn opgenomen in het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening. Zo moet de afkoelingsperiode noodzakelijk zijn in het kader van de schuldhulpverlening en in het belang zijn van de gezamenlijke schuldeisers. Wanneer de rechtbank het verzoek honoreert zal een afkoelingsperiode gelden van maximaal 6 maanden. In deze periode kan de debiteur niet tot betaling van zijn schulden, ontstaan voor afkondiging van de afkoelingsperiode, worden genoodzaakt en worden eventuele beslagen en verrekeningen opgeschort.

Via verplicht budgetbeheer wordt het meerdere boven de beslagvrije voet gereserveerd. Het gespaarde bedrag wordt aan het einde van het moratorium ingezet voor een schuldregeling. Als er geen schuldregeling in het vooruitzicht is wordt het bedrag verdeeld onder de schuldeisers.

In tegenstelling tot oorspronkelijk de bedoeling was, is het niet mogelijk om met het breed moratorium een ontruiming of een afsluiting van energie of water te voorkomen. Hiervoor kan een smal moratorium worden aangevraagd. Zie hierna.

Voorlopige voorziening dreigende situatie (smal moratorium)

Bij een dreigende situatie tijdens het minnelijk traject kan de debiteur een verzoek tot toepassing van de wsnp indienen en tegelijk om een voorlopige voorziening (smal moratorium) vragen. Van een bedreigende situatie is sprake bij:

  • een gedwongen ontruiming;
  • beëindiging van de levering van gas, elektra of water;
  • opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering.

Indien de rechtbank de voorlopige voorziening verleent mag gedurende maximaal 6 maanden niet worden ontruimd, afgesloten en de zorgverzekering mag niet worden opgezegd of ontbonden.

UitsprakenMeer informatie

Rechtspraak:

Nationale ombudsman:

Voorlopige voorziening WSNP (algemeen)

Naast het moratorium dat alleen bedoeld is voor dreigende ontruiming en afsluiting, is het ook mogelijk om bij andere spoedeisende situaties bij de rechtbank om een voorlopige voorziening WSNP te vragen. Denk hierbij aan situaties waarbij de totstandkoming van een schuldregeling gefrustreerd wordt vanwege:
- beslag en openbare verkoop inboedel;
- beslag en openbare verkoop auto die nodig is voor het werk;
- inname rijbewijs door officier van justitie;
- loonbeslag bij hoge woonkosten.
 
Het verzoek kan worden ingediend:

  • tegelijk met een aanvraag wsnp, of;
  • wanneer tegen een afwijzing wsnp hoger beroep is ingesteld.


De rechter zal bij de beslissing afwegen:

  • de spoedeisendheid;
  • het belang van de schuldenaar t.o.v. het belang van de schuldeiser, en;
  • de kans dat de aanvraag wsnp wordt gehonoreerd.

UitsprakenMeer informatie

Rechtspraak:

Verbod schuldhulp tegen betaling

Veel organisaties bieden hulp bij schulden. Bij de meeste organisaties hoeven cliënten niet te betalen en is de hulp gratis. Er zijn echter ook organisaties die geld vragen voor hun werkzaamheden, waarbij de kwaliteit van de hulp ook nog te wensen overlaat.

Om te voorkomen dat organisaties misbruik maken van mensen met schulden heeft de wetgever in de Wet op het consumentenkrediet geregeld dat schuldbemiddeling verboden is, tenzij sprake is van:

  • gratis schuldbemiddeling;
  • schuldbemiddeling door gemeenten, gemeentelijke kredietbanken of instellingen, die zich in opdracht en voor rekening van gemeenten met schuldbemiddeling bezighouden;
  • schuldbemiddeling door o.a. advocaten, curatoren en bewindvoerders op basis van de Faillissementswet/wsnp, of curatoren en bewindvoerders op basis van het Burgerlijk Wetboek, en deurwaarders.


Het verbod op schuldbemiddeling tegen betaling geldt alleen voor schulden die geheel of gedeeltelijk voortvloeien uit krediettransacties. Het gaat hierbij niet alleen om leningen en roodstanden, maar ook om schulden vanwege telefoonabonnementen met inbegrepen telefoontoestel. De Hoge Raad heeft namelijk bepaald dat een telefoonabonnement met inbegrepen toestel in beginsel aangemerkt moet worden als kredietovereenkomst, tenzij de aanbieder aannemelijk kan maken dat de abonnementskosten niet (mede) strekken tot afbetaling van de telefoon.

Van augustus 1998 tot  juli 2000 gold het Tijdelijk vrijstellingsbesluit schuldbemiddelaars waarbij onder bepaalde voorwaarden wel schuldbemiddeling tegen betaling toegestaan was. Dit besluit is echter niet verlengd. Er is een nieuw vrijstellingsbesluit in voorbereiding (2013) die via internet ter consultatie is voorgelegd.

Schuldbemiddeling tegen betaling door gewone organisaties is dus verboden en strafbaar. Organisaties die het verbod overtreden kunnen strafrechtelijk vervolgd worden. Medewerkers werkzaam bij Belastingdienst / Bureau economische handhaving zijn aangewezen voor het toezicht op de naleving De buitengewoon opsporingsambtenaren zijn bevoegd tot het opspoten van overtredingen op grond van art. 47 en 48 van de Wet op het consumentenkrediet, die op grond van de Wet op de economische delicten strafbaar zijn gesteld. 

Een overeenkomst om schulden tegen betaling te regelen is nietig. Dit heeft tot gevolg dat alles wat betaald is op grond van onverschuldigde betaling van de organisatie teruggevorderd kan worden. Het terug eisen van het geld moet vanwege verjaring binnen 5 jaar gebeuren.

Er zijn organisaties die proberen via slimme constructies de wet te omzeilen. Het regelen van de schulden is dan gratis, maar tegelijkertijd moet voor het inkomensbeheer wel worden betaald. Wanneer sprake is van een verwevenheid tussen de gratis schuldbemiddeling en het betaalde inkomensbeheer is dit volgens de Hoge Raad eveneens strafbaar. De overeenkomst is ook dan nietig. Alles wat betaald is kan ook dan op grond van onverschuldigde betaling worden teruggevorderd.

UitsprakenMeer informatie