Beslag op de zorgbonus

 

Geachte heer, mevrouw,

Vanwege mijn werkzaamheden bij <naam werkgever> ben ik in aanmerking gekomen voor een zorgbonus ad. € 1000 netto. De zorgbonus wordt verstrekt aan medewerkers die een uitzonderlijke prestatie hebben geleverd onder de omstandigheden van de uitbraak van het coronavirus.

Helaas ligt er beslag op mijn inkomen en is de zorgbonus door mijn werkgever aan u overgemaakt. Uiteraard moeten mijn schulden betaald worden en via het loonbeslag zal dit ook gebeuren. Ik ben echter van mening dat de zorgbonus niet onder het beslag valt en wel om de volgende reden.

U heeft beslag gelegd op de vordering die ik op mijn werkgever heb, namelijk het recht op loonbetaling en alles wat ik in de toekomst van mijn werkgever te vorderen heb wat rechtstreeks voortvloeit uit de rechtsverhouding zoals deze was toen er beslag werd gelegd.
Op het moment dat er beslag was gelegd was de zorgbonus nog niet toegekend.  De zorgbonus moet apart door de werkgever worden aangevraagd en door het ministerie worden toegekend. Dit is een nieuwe rechtsverhouding, waardoor de zorgbonus niet onder het beslag valt. Zie voor meer uitleg hierover het artikel “Zorgbonus valt niet onder beslag”, SchuldInfo 7 november 2020.

Los van dit juridisch argument is er nog een reden waarom ik u vraag de zorgbonus terug te betalen. De zorgbonus is immers bedoeld voor een compensatie vanwege de extreme omstandigheden waaronder medewerkers in de zorg hebben moeten werken. Wanneer de zorgbonus onder het beslag valt komt daar weinig van terecht.

Ik realiseer me dat uiteindelijk niet u maar <naam schuldeiser> moet beslissen of de zorgbonus terugbetaald moet worden. Ik wil u verzoeken deze brief aan hen voor te leggen. Wanneer zij niet tot terugbetaling bereid zijn ontvang ik graag een schriftelijke bevestiging van hen.

In afwachting van uw antwoord,

hoogachtend,

....

Naast loonbeslag aanvullende betalingsregeling afdwingen


Geachte heer, mevrouw,

Op d.d. <datum vermelden> heb ik van u een brief ontvangen inzake bovengenoemd dossier, waarin u aangeeft dat middels het beslag op het inkomen een te gering bedrag wordt afgelost. U verzoekt om een aanvullend betalingsvoorstel met als drukmiddel dat u anders verdere stappen gaat nemen. In feite probeert u op deze manier de beslagvrije voet te omzeilen. Een werkwijze die mijns inziens niet geoorloofd is.

Ik wil graag deze schuld aflossen, maar ik zie op dit moment geen verdere mogelijkheden. Een aanvullende betalingsregeling is voor mij geen optie, omdat ik door het gelegde beslag op mijn inkomen geen aflossingscapaciteit meer heb.

U geeft aan dat u bij het uitblijven van een betalingsregeling, voor verdere inning van de schuld andere executiemiddelen zal inzetten. Ik wil u er op wijzen dat het naast loonbeslag afdwingen van een betalingsregeling volgens de Kamer voor gerechtsdeurwaarders tuchtrechtelijk laakbaar is (ECLI:NL:TGDKG:2018:191).

Een van de mogelijkheden is dat u beslag op mijn inboedel gaat leggen. Dit zal echter niet bijdragen aan een verdere aflossing van de schuld. De kosten daarvan zullen boven de opbrengst uitkomen, omdat ik geen waardevolle spullen in mijn bezit heb.

Een andere mogelijkheid is dat u beslag legt op mijn bankrekening. Voor het geval u overweegt om dit laatste te doen, kan ik u melden dat mijn saldo hiertoe niet toereikend is. Dat blijkt uit bijgevoegde bankafschrift. U hoeft dus geen onnodige kosten te maken, hetgeen ook volgens het Hof Amsterdam tuchtrechtelijk laakbaar is (zie onder meer ECLI:NL:GHAMS:2018:3210)

Wanneer u ondanks bovenstaande gegevens toch besluit om de door u voorgestelde verdere executiemaatregelen uit te voeren, overweeg ik een klacht in te dienen bij de Kamer voor gerechtsdeurwaarders.

Hoogachtend,

....

Bezwaar tegen aanvraagtermijn kwijtschelding belasting


Geachte heer,mevrouw,

In uw schrijven d.d. <datum vermelden> geeft u aan mijn verzoek om kwijtschelding niet in behandeling te nemen, omdat het verzoek te laat is ingediend. Hiertegen maak ik bezwaar en wel om de volgende redenen.

In de Invorderingswet 1990 en de daarop berustende bepalingen is geen aanvraagtermijn  voor een verzoek om kwijtschelding opgenomen voor de situatie dat de aanslag nog niet is betaald. Alleen wanneer de aanslag al is betaald mag een aanvraagtermijn van 3 maanden worden gehanteerd.

Gemeenten en waterschappen hebben niet de bevoegdheid om zelf een aanvraagtermijn in te voeren. Dit heeft de Nationale ombudsman inmiddels in een drietal rapporten geoordeeld, namelijk:
- rapport van 1 juli 2008, rapportnummer 2008/113
- rapport van 31 mei 2011, rapportnummer 2011/166
- rapport van 18 april 2016, rapportnummer 2016/036
(zie www.nationaleombudsman.nl)

Ik wil u derhalve verzoeken mijn kwijtscheldingsaanvraag alsnog in behandeling te nemen.

In afwachting van uw antwoord,

hoogachtend,

....

Afmelding bij CAK ivm treffen betalingsregeling zorgverzekeraar


Geachte heer,mevrouw,

Optie 1: Inzake bovengenoemd dossier heb ik ingaande d.d. <datum vermelden> met u een betalingsregeling getroffen ad. <€ ??=""> per maand.

Optie 2: Inzake bovengenoemd dossier heb ik ingaande d.d. <datum vermelden> met deurwaarder <naam deurwaarder vermelden> die handelt namens u een betalingsregeling getroffen ad. <€ ??=""> per maand.

Art. 18d Zorgverzekeringswet bepaalt dat met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de betalingsregeling is getroffen er geen bestuursrechtelijke premie meer verschuldigd is.

Middels deze brief wil ik u verzoeken mij met terugwerkende kracht per d.d. <datum vermelden> af te melden bij het CAK, met het verzoek aan het CAK om de teveel afgedragen bestuursrechtelijke premie te restitueren.

Na afmelding bij het CAK zal ik maandelijks aan u de premie gaan betalen.

In afwachting van uw antwoord,

hoogachtend,

....