SchuldInfo

Juridische info voor hulpverleners

 
 

Haakse wetgeving fraudeschulden

Bron: André Moerman

17/03/2018 13:52 uur

Sinds aanscherping van de frauderegels in 2013 mogen gemeenten pas na 10 jaar instemmen met een schuldregeling tegen finale kwijting. Deze 10-jaarregel staat echter haaks op de mogelijkheid de gemeente te dwingen in te stemmen met een schuldregeling. Ook is er strijdigheid met de Wettelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen. Moet de afdeling schuldhulpverlening van de gemeente de afdeling invordering van de gemeente via de rechter dwingen in te stemmen met een schuldregeling? Zo is het nu wel in de wet geregeld en een goede schuldhulpverlener doet dit ook.




Verplichte terugvordering
Vanaf 2013 is de zogenaamde Fraudewet ingevoerd. Met deze wetswijzing zijn allerlei bepalingen in de sociale zekerheidswetten aangescherpt die betrekking hebben op een schending van de inlichtingenplicht. De term Fraudewet wekt de indruk dat het hier om opzettelijke benadeling gaat, maar er kan ook sprake zijn van een vergissing, vergeetachtigheid of onkunde.
Sinds invoering van de Fraudewet zijn gemeenten wettelijk verplicht om te veel ontvangen uitkering terug te vorderen. Bovendien is in de wet geregeld dat de gemeente gedurende de eerste 10 jaar niet mag instemmen met een schuldregeling tegen finale kwijting. Deze beperking geldt alleen voor schulden aan de gemeente waarvoor een boete is opgelegd. Een schuldregeling zonder finale kwijting mag wel. Maar dat is vaak heel nadelig voor de schuldenaar.

Bijvoorbeeld
Carolien heeft een schuld aan de gemeente van op dit moment € 5000 vanwege te veel ontvangen uitkering. Ze heeft al 6 jaar afgelost. Voor de schuldregeling kan 20% worden geboden, d.w.z. € 1000. Aangezien de gemeente niet mag instemmen met een schuldregeling tegen finale kwijting, zal Carolien na de schuldregeling die drie jaar duurt nog een schuld aan de gemeente moeten aflossen van € 4000.



Dwangakkoord en WSNP
Weliswaar is een schuldregeling tegen finale kwijting gedurende de eerste 10 jaar niet mogelijk, een dwangakkoord kan wel. Op verzoek van de schuldenaar, bijgestaan door de schuldhulpverlener, kan de rechter worden verzocht een weigerachtige schuldeiser te dwingen akkoord te gaan met de schuldregeling. De Hoge Raad heeft al in 2010 bepaald dat dit ook mogelijk is indien de schuldeiser - het betrof in casu het UWV - op grond van de wet niet mag instemmen met een schuldregeling tegen finale kwijting.  Voor het UWV en de SVB geldt de 10-jaarregel namelijk al langer.
Bij het verzoek om een dwangakkoord moet ook een verzoek om toegelaten te worden tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) worden gevoegd. Mocht het dwangakkoord worden afgewezen, dan wordt het verzoek om toelating WSNP in behandeling genomen.
Voor de WSNP geldt de voorwaarde dat de schuldenaar in de 5 jaar voorafgaand aan het verzoek ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden te goeder trouw is geweest. Dus na 5 jaar behoort toelating tot de WSNP al tot de mogelijkheden. Op grond van de hardheidsclausule kan in bijzondere situaties zelfs een kortere termijn gehanteerd worden. Dit is o.a. het geval wanneer de schulden zijn ontstaan in samenhang met psychische- en/of verslavingsproblemen en inmiddels deze problemen al meer dan een jaar met professionele hulp onder controle zijn.


Taak van de schuldhulpverlener

Schuldhulpverleners zijn aangesteld om hun klanten goed en optimaal te helpen. Dit betekent dat ze de wettelijke instrumenten die er juist zijn om het minnelijke traject te versterken, goed moeten benutten. Dit is geen vrijblijvende keus. Ontstaat er schade dan ben je aansprakelijk.

Een voorbeeld uit de praktijk is schade ontstaan vanwege een ontruiming, terwijl de schuldhulpverlener geen moratorium wilde aanvragen, waarmee de ontruiming 6 maanden kon worden uitgesteld. De rechtbank Overijssel veroordeelde de schuldhulporganisatie om ruim € 11.000 aan schade te betalen.

Bij een fraudeschuld waarbij de gemeente (of UWV of SVB) niet instemmen met een schuldregeling tegen finale kwijting, moet de schuldhulpverlener onderzoeken of een dwangakkoord, en als dat niet lukt WSNP, tot de mogelijkheden behoort. De schuld zonder finale kwijting meenemen in de schuldregeling kan zeer nadelig voor de schuldenaar zijn en schuldhulpverlening schadeplichtig maken.


Voorbeeld hoe het moet
De gemeente Arnhem heeft op een klant een vordering van € 3.473,08 vanwege teveel ontvangen uitkering. PLANgroep heeft een schuldregeling voorgesteld waarbij de concurrente schuldeisers 7,39% en de gemeente Arnhem als preferente schuldeiser 14,79% van de vordering tegen finale kwijting aangeboden krijgt. De gemeente Arnhem heeft aangegeven wel in te willen stemmen, maar dat ze dat op basis van art. artikel 60C van de Participatiewet niet mag doen.
Vervolgens heeft PLANgroep een dwangakkoord aangevraagd. De rechtbank Gelderland oordeelt als volgt:

“4.2.    Allereerst moet worden beoordeeld of het voorstel goed en betrouwbaar is gedocumenteerd en vervolgens of voldoende duidelijk is dat het aanbod het uiterste is waartoe verzoekster financieel in staat moet worden geacht. De schuldregeling is door PLANgroep voorbereid en getoetst. Dit betreft een onafhankelijke instantie. Het verzoek is voorts goed onderbouwd en gedocumenteerd.

4.3.    Ten aanzien van de vraag of voldoende duidelijk is dat het aanbod het uiterste is waartoe verzoekster financieel in staat is, overweegt de rechtbank dat thans sprake is van een uitkeringssituatie en dat bij een betaalde baan er mogelijk meer verdiencapaciteit zal zijn voor de schuldeisers. Echter, gelet op het opleidingsniveau, de beheersing van de Nederlandse taal en het feit dat verzoekster slechts een klein jaar productiewerk heeft verricht, zal die verdiencapaciteit naar alle waarschijnlijkheid niet substantieel hoger worden dan die nu is.
De rechtbank stelt voorop dat de weigering van verweerster niet is ingegeven doordat zij niet welwillend staat tegenover een schuldregeling, maar omdat zij op basis van een wettelijke bepaling niet mag instemmen met deze schuldregeling onder de gestelde voorwaarden. Gelet hierop, naast het feit dat verweerster de enige 'weigerende' schuldeiser is en een relatief klein aandeel in de schuldenlast vertegenwoordigt, zal het onderhavige verzoek worden toegewezen.”



Getouwtrek
Bij veel gemeenten verloopt een schuldregeling tegen finale kwijting moeizaam. De invorderingsafdeling vindt dat er in ieder geval 10 jaar terugbetaald moet worden. En wanneer schuldhulpverlening een dwangakkoord aanvraagt leidt dat tot veel onbegrip, met als gevolg dat dit maar weinig gebeurt.

In feite is de gemeente belast met de uitvoering van wetgeving die haaks op elkaar staan. Zolang hier geen oplossing voor komt, dient ieder vanuit z’n eigen wettelijk kader te handelen. Wellicht kan er achter de schermen stiekem ingestemd worden met een schuldregeling tegen finale kwijting, maar zolang dat niet gebeurt, dient waar mogelijk een dwangakkoord te worden aangevraagd.


Wetswijzing nodig
Het is absurd dat wetgeving een minnelijke schuldregeling bemoeilijkt en dat telkens de weg via de rechter moet worden bewandeld. De ene afdeling van de gemeente moet de andere afdeling van de gemeente via de rechter dwingen in te stemmen met een schuldregeling.
De wet moet nodig worden aangepast. In alle sociale zekerheidswetten zou, in lijn met de WSNP, de termijn om in te mogen stemmen met een schuldregeling gesteld moeten worden op 5 jaar in plaats van 10 jaar. In de praktijk zal dit betekenen dat men in totaal 5+3=8 jaar aflost.


Meer informatie
- Rb Gelderland 22 februari 2018, C/05/330925 FT RK l 7/2278 Rk
- Hoge Raad 9 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM3975
- Rb Overijssel 15 februari 2017, C/08/189584 / HA ZA 16-337
- Achtergrond info terugvordering uitkering
Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht