SchuldInfo

Juridische info voor hulpverleners

 
 

Belastingdienst, een bron van armoede?

Op 7 december 2014 verscheen het rapport “Belastingdienst, een bron van armoede?” van de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden (LOSR/MOgroep). Het rapport beschrijft de gevolgen van de wijze van invordering van belasting- en toeslagschulden door de belastingdienst. Het is mogelijk om de belastingdienst te vragen om bij de invordering rekening te houden met de beslagvrije voet die het bestaansminimum garandeert. Dit is echter bijzonder ingewikkeld en tijdrovend. Zo ontstaan snel schulden en vervallen gezinnen, burgers in armoede. De LOSR doet 25 aanbevelingen. De eerste drie aanbevelingen zijn:

Aanbeveling 1
Harmoniseer de verschillende regels die gelden voor de invordering van belasting- en toeslagschulden.

Aanbeveling 2
Neem als uitgangspunt dat de burger één betalingscapaciteit heeft. Wanneer de betalingscapaciteit voor de terugbetaling van een belasting- of toeslagschuld is vastgesteld en er ontstaat een nieuwe belasting- of toeslagschuld, voeg deze dan samen. Schakel dan over naar een persoonsgerichte invordering.

Aanbeveling 3
Neem als uitgangspunt één formulier, één postbus. Ga er ambtshalve vanuit dat de burger de meest gunstige regeling wil. Wanneer de burger hiervoor niet in aanmerking komt beoordeel dan ambtshalve of betrokkene voor de minder gunstige regeling in aanmerking komt.


N.a.v. het rapport zijn Kamervragen gesteld.

 

Beter ten hele gekeerd

In mei 2014 verscheen het rapport Beter ten hele gekeerd van de LOSR MOgroep over de gevolgen van twee wetsvoorstellen voor de berekening van de beslagvrije voet:
- wetsvoorstel Maatregelen WWB;
- wetsvoorstel Hervorming kindregelingen.

Het wetsvoorstel Maatregelen WWB regelt de invoering van de kostendelersnorm. Wanneer er meer personen op hetzelfde adres wonen zal de bijstandsnorm en daarmee de beslagvrije voet worden verlaagd. Als kostendelers zullen niet meetellen:
- medebewoners jonger dan 21 jaar;
- studerenden;
- onder(ver)huurders.
Als er geen informatie wordt verstrekt zal de deurwaarder ervanuit gaan dat de medebewoners kostendelers zijn. Bovendien zal de beslagvrije 72% ipv 90% van de toepasselijke bijstandsnorm bedragen.
Met invoering van de nieuwe kostendelersnorm zal nog vaker informatie ontbreken om de beslagvrije voet correct te berekenen en zal de beslagvrije voet nog lager worden vastgesteld, dan nu het geval is.

Het wetsvoorstel Hervorming kindregelingen heeft o.a. tot gevolg dat de zogenaamde alleenstaande- ouderkop in de bijstandsnorm wordt afgeschaft en dat alleenstaande ouders in ruil daarvoor een hoger kindgebondenbudget zullen ontvangen. Aangezien het kindgebondenbudget inkomensafhankelijk is, vindt er een correctie plaats in de beslagvrije voet voor hogere inkomens. Het wetsvoorstel is echter zo geregeld, dat er dubbel geïnd wordt als naast het loonbeslag, de belastingdienst het kindgebonden budget verrekent.

In het rapport ‘Beter ten hele gekeerd’, staan een aantal voorstellen die er voor zorgen dat met de beslagvrije voet wordt aangesloten op beide wetsvoorstellen, waarbij bovengenoemde grote nadelige uitvoerings- en inkomenseffecten worden voorkomen. De staatssecretaris heeft deze aanbevelingen echter niet overgenomen. Lees hier haar reactie.

Op 9 juni 2015 is vlak voor invoering (1 juli 2015) alsnog besloten om de wetswijziging in te trekken. Uit een Uitvoeringstoets bleek de nieuwe wetgeving moeilijk uitvoerbaar.

Paritas Passé, ongelijke incassobevoegdheden

In maart 2012 verscheen het onderzoek Paritas Passé, debiteuren en crediteuren in de knel door ongelijke incassobevoegdheden. Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoekers van de Hogeschool Utrecht en de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden in opdracht van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG). Het onderzoek beschrijft hoe crediteuren dankzij allerlei bijzondere bevoegdheden elkaar opzij duwen, tot het uiterste gaan bij de toepassing van bevoegdheden en debiteuren steeds vaak door beslag onder het bestaansminimum terecht komen.

Het rapport bevat de volgende aanbevelingen:
1. richt een landelijk beslagregister in;
2. zorg voor uitbreiding van de lijst van goederen waarop geen beslag mag worden gelegd;
3. ontwikkel een integrale rijksincassovisie;
4. pas een aantal bijzondere incassobevoegdheden aan (beslag op toeslagen, wanbetalersregeling zorgverzekering en de overheidsvordering);
5. voer een incasso-effectrapportage in, als verplicht onderdeel,
bij de totstandkoming van nieuwe bevoegdheden.

Een jaar later (april 2013) kwam het kabinet met een reactie op het rapport. Het kabinet neemt de eerste drie aanbevelingen uit Paritas Passé over. De auteurs van Paritas Passé hebben vervolgens op de kabinetsreactie gereageerd.

LOSR-rapport: Toeslag of tegenslag?

Het rapport "Toeslag of tegenslag?" van de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden (LOSR) beschrijft allerlei problemen waar de burger tegenaan kan lopen op als hij een toeslag ontvangt van de Belastingdienst/Toeslagen. Het rapport gaat onder andere in op:

  • het hoge aantal terugvorderingen en nabetalingen;
  • de zin en onzin van de zorgtoeslag;
  • gevolgen wijziging huishoudsituatie voor de hoogte van de toeslag;
  • de beperkte werking van de hardheidsclausule;
  • disproportionele gevolgen wanneer de partner niet rechtmatig in Nederland verblijft;
  • de negatieve spiraal als gevolg van beslag op de toeslag;
  • problemen bij de invordering van toeslagen en wsnp.

De LOSR doet 23 aanbevelingen om wetgeving en uitvoering te verbeteren.

 

LOSR-rapport: Incassokosten een bron van ergernis!

 

 

Op 10 november 2008 is het rapport 'Incassokosten, een bron van ergernis!' van de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden (LOSR) in Tros Radar gepresenteerd. Het rapport beschrijft aan de hand van voorbeelden wat er misgaat bij het in rekening brengen van incassokosten.

 

 

 


De kosten worden vergeleken met de incassokosten die volgens het rapport Voorwerk II maximaal in rekening mogen worden gebracht. Uit de vergelijking komt het volgende naar voren:

  • Schuldeisers, w.o. water- en energiebedrijven brengen zelf veel te hoge kosten in rekening.
  • Incassobureaus hanteren hogere incassokosten dan de maximumtarieven volgens het rapport Voorwerk II. Zo rekenen de bij de Nederlandse Vereniging van Incasso-Ondernemingen aangesloten bureau's standaard € 25 per dossier teveel.
  • Indien de schuldeiser zelf al kosten heeft berekend, dan rekent het incassobureau en de deurwaarder daaroverheen extra incassokosten.
  • Daarnaast komt het voor dat de incassokosten te hoog zijn, omdat dossiers niet worden samengevoegd.


Op 11 november 2008 is de minister van justitie onder druk van de Tweede Kamer overstag gegaan. Een jaar later is een ontwerp wetsvoorstel via internetconsultatie aan belanghebbenden voorgelegd en daar is door allerlei organisaties op gereageerd.
Op dit moment is een wetsvoorstel in voorbereiding.

 

Wetswijziging maximering incassokosten 1 juli 2012

Voor vorderingen die op of na 1 juli 2012 opeisbaar zijn geworden, geldt dat de incassokosten bij wet zijn gemaximeerd. De regeling is als volgt:

  1. De schuldeiser moet eerst een aanmaning, met een betalingstermijn van minimaal 14 dagen, sturen voordat hij incassokosten mag berekenen.
  2. In deze aanmaning moet aangekondigd worden wat er gebeurt wanneer er niet op tijd betaald wordt, w.o. een aankondiging van de hoogte van de incassokosten.
  3. Er geldt een maximumpercentage voor incassokosten berekend over de hoofdsom, die afloopt naarmate de vordering stijgt met een minimum bedrag van € 40:
    - 15% over de eerste € 2500
    - 10% over de volgende € 2500
    - 5% over de volgende € 5000
    - 1% over de volgende € 190000
    - 0,5% over het meerdere (totaal maximaal € 6775)
    Dus bij een vordering van € 3000 mag maximaal berekend worden:
    15% * 2500 + 10% * 500 = €425
  4. De maximale vergoeding omvat alle incassohandelingen ongeacht de benaming. Het maakt niet uit of de vordering door de schuldeiser zelf of door meerdere partijen wordt geïncasseerd. 
  5. De maximumvergoeding wordt berekend over de hoofdsom en niet over de rente. In de hoofdsom mogen geen zelf gemaakte kosten van de schuldeiser opgenomen zijn.
  6. Wanneer een schuldeiser meerdere vorderingen (of termijnen) op de schuldenaar heeft, en er wordt vervolgens een eerste aanmaning gestuurd, dan moeten deze vorderingen (of termijnen) worden samengevoegd. Wanneer na iedere termijn afzonderlijk een aanmaning wordt gestuurd dan mag de schuldeiser de incassokosten over elke termijn afzonderlijk berekenen. Dit kan tot gevolg hebben dat telkens het minimumbedrag van € 40 berekend wordt wat zeer nadelig kan uitpakken.
  7. De incasokosten mogen alleen met BTW worden verhoogd wanneer de schuldeiser de invordering heeft uitbesteed aan bijvoorbeeld een incassobureau of deurwaarder en de schuldeiser zelf niet BTW-plichtig is (verhuurders, verzekeraars, zorgverleners e.d.).
  8. De regeling is t.a.v. vorderingen op consumenten (b-to-c) dwingend. Er mag niet ten nadele van de schuldenaar van worden afgeweken, maar natuurlijk wel ten voordele. Een afwijkend beding is vernietigbaar en kan ook door de rechter ambtshalve opzij worden gezet (art. 3:40 lid 2 BW).
  9. Ten aanzien van vorderingen van bedrijven op andere bedrijven (b-to-b) kan van de regeling bij algemene voorwaarden worden afgeweken.
  10. De regeling geldt alleen voor vorderingen tot betaling van een geldsom waarvan de omvang in een overeenkomst is vastgesteld. Het geldt bijvoorbeeld niet voor schadevergoeding.
  11. Wanneer het alsnog tot een procedure bij de rechter komt en de schuldeiser wordt in het gelijk gesteld, dan moet de rechter naast de proceskostenvergoeding in beginsel altijd de incassokosten toewijzen.  Volgens de huidige rechtspraak moeten de incassohandelingen, voor toewijzing van de incassokosten, voldoende omvangrijk zijn. Het versturen van een enkele aanmaning wordt namelijk gezien als voorbereiding op de procedure en dus deeluitmakend van de proceskostenveroordeling (de incassokosten verschieten dan van kleur). Dit verandert dus.

Commissie evaluatie KBvG

Deurwaarders dienen zich onafhankelijk en onpartijdig op te stellen. Ze dienen zowel rekening te houden met de belangen van de schuldeiser als die van de schuldenaar. Uit de ‘Trendrapportage Gerechtsdeurwaarders 2006’ blijkt dat de onafhankelijkheid van de deurwaarder als gevolg van de ingevoerde marktwerking onder druk is komen te staan.

De Staatssecretaris van Justitie heeft de Commissie Evaluatie Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) geïnstalleerd. De Commissie heeft tot taak de doeltreffendheid en doelmatigheid van de KBvG te beoordelen en te adviseren welke positie de KBvG kan innemen om de onafhankelijkheid van de deurwaarder te borgen.

De Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden heeft een brief met allerlei gesignaleerde knelpunten naar de commissie gestuurd en daarbij een aantal aanbevelingen gedaan. In een gesprek met de commissie zijn een deel van de knelpunten zoals opgenomen in het rapport "Mensen met schulden in de knel!" besproken. De Commissie heeft 16 maart 2009 haar rapport overhandigd aan staatssecretaris Albayrak. Het kabinet heeft op het rapport gereageerd en de meeste aanbevelingen overgenomen.

LOSR-rapport: Mensen met schulden in de knel!

Op 11 maart 2008 is het rapport "Mensen met schulden in de knel" van de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden verschenen. Dit rapport beschrijft een aantal situaties waarin mensen met schulden onevenredig zwaar worden getroffen door invorderingsmaatregelen, onder andere:

  • het in rekening brengen van te hoge incassokosten;
  • het hanteren van een te laag vastgestelde beslagvrije voet;
  • beslagleggen op de gehele inboedel of de bankrekening;
  • beslag op inboedel als oneigenlijk drukmiddel;
  • belastingdienst en sociale diensten die teveel verrekenen.


Sociaal raadslieden doen 34 aanbevelingen ter verbetering van de financiële en juridische positie van deze groep. Het rapport is overhandigd aan staatssecretaris Aboutaleb. Hij heeft per brief d.d. 11 juli 2008, mede namens staatssecretaris De Jager van Financiën en minister Hirsch Ballin en staatssecretaris Albayrak van Justitie, op alle aanbevelingen uit het rapport gereageerd. De LOSR heeft vervolgens op deze brief gereageerd. Bij een deel van de aanbevelingen wordt een reactie afgewacht van de Commissie evaluatie gerechtsdeurwaarderswet.
Het rapport en de schriftelijke reactie van de staatssecretaris zijn hieronder te downloaden.

 

Verwijzen naar deze pagina: www.schuldinfo.nl/signalering