SchuldInfo

Juridische info voor hulpverleners

 
 

Gedragsregels en kwaliteitsnormen voor deurwaarders

De gerechtsdeurwaarder is onderworpen aan tuchtrechtspraak. Een belangrijke norm waaraan het handelen of nalaten van de gerechtsdeurwaarder wordt getoetst is de Verordening beroeps- en gedragsregels gerechtsdeurwaarders. Een aantal belangrijke regels zijn:

Art. 2:
De gerechtsdeurwaarder oefent zijn beroep zo uit dat zijn onafhankelijkheid en ambtelijke onpartijdigheid niet in gevaar komen.

Art. 8:
De gerechtsdeurwaarder oefent geen druk uit door het aankondigen van maatregelen, welke hij niet uit hoofde van zijn opdracht, de wet en de hem verstrekte titel daadwerkelijk kan nemen.

Art. 10:
De gerechtsdeurwaarder handelt nauwgezet en zorgvuldig in financiële aangelegenheden. Hij maakt geen onnodige kosten.


Er gelden nog een aantal verordeningen die belangrijke regels voor deurwaarders bevatten:

  1. De verordening KBvG normen voor kwaliteit
  2. De verordening onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder 
  3. De verordening gegevensverstrekking door de leden van de KBvG


Het bestuur van de KBvG kan ook zelf regels afkondigen. Bekijk hier de bestuursregels van de KBvG.

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders

Over het handelen en nalaten van gerechtsdeurwaarders kan worden geklaagd bij de tuchtrechter. De tuchtrechter beoordeelt niet alleen de ambtelijke, maar ook de niet-ambtelijk werkzaamheden van de deurwaarder. Denk hierbij met name aan incassoactiviteiten en het verlenen van rechtsbijstand.

De tuchtrechtspraak wordt in eerste aanleg uitgeoefend door de kamer voor gerechtsdeurwaarders. Een klacht kan worden ingediend per brief of m.b.v. een speciaal klachtenformulier.
Een klacht moet worden ingediend binnen drie jaar na na de dag waarop de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de deurwaarder waarop de klacht betrekking heeft.

De voorzitter kan klachten die kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond zijn en klachten die naar zijn oordeel van onvoldoende gewicht zijn, zonder nader onderzoek van de kamer zelf met een met redenen omklede beslissing afwijzen. Hiertegen kan binnen 14 dagen bij de kamer verzet worden aangetekend.

Na een schriftelijke behandeling en een hoorzitting neemt de kamer voor gerechtsdeurwaarders een beslissing. Indien de kamer de klacht geheel of gedeeltelijk gegrond verklaart kan zij de volgende maatregelen opleggen:

  • waarschuwing;
  • berisping;
  • geldboete;
  • ontzegging van de bevoegdheid om een toegevoegd of kandidaat-deurwaarder aan te wijzen;
  • schorsing voor een periode van ten hoogste één jaar;
  • ontzetting uit het ambt.


Hoger beroep

Tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders kan binnen dertig dagen hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam. Het hof kan de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders bevestigen, hetzij met overneming, hetzij met verbetering van de gronden, dan wel geheel of gedeeltelijk vernietigen. Wanneer dit laatste het geval is, doet het hof wat de kamer voor gerechtsdeurwaarders had behoren te doen.

Uitspraken Meer informatie

Procedure en werkwijze tuchtrecht:

Omvang bevoegdheid tuchtrechter:

Overzichten tuchtrechtspraak deurwaarders

Deurwaarders zijn onderworpen aan tuchtrechtspraak, uitgevoerd door de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders en in hoger beroep door het Hof Amsterdam. Hieronder een overzicht met samenvattingen, naar datum waarop de uitspraken gepubliceerd zijn:

Voorbeelden van uitspraken

Op deze website zijn diverse uitspraken van de kamer voor gerechtsdeurwaarders en het gerechtshof opgenomen. Kijk bijvoorbeeld onder:
- beslag inkomen
- beslag bankrekening
- beslag inboedel
- kosten deurwaarder
Hieronder staan tuchtuitspraken vermeld vanuit een andere onderwerpindeling.

 

Reageren op brieven en kosten specificeren

Wanneer de deurwaarder een brief ontvangt moet hij hier adequaat op reageren. Op verzoek dient hij de vordering te onderbouwen en de kosten te specificeren.

Adres verifiëren / verkeerd adres

De deurwaarder moet bij het betekenen van exploten aan de schuldenaar van te voren altijd in de Basisregistratie personen het adres controleren.Tussen de verificatie van het adres het de betekening van het exploot mag niet teveel tijd zitten. Een periode van twee maanden is volgens het Hof Amsterdam doorgaans te lang. Dit kan anders zijn wanneer er tussentijds contact met de schuldenaar is geweest.
De adresverificatie is van groot belang. Wanneer er niemand aanwezig is en de deurwaarder het exploot op het juiste adres in gesloten envelop achterlaat, wordt er vanuit gegaan dat het exploot de schuldenaar heeft bereikt, en als dit niet het geval is, dat dit voor rekening van de schuldenaar komt.

Schuldenaar staat onder bewind / curatele

Zodra de deurwaarder er van op de hoogte is dat de schuldenaar onder bewind of onder curatele staat, dient hij de correspondentie (mede) te richten tot te bewindvoerder. En wanneer de schuldenaar gedagvaard moet worden dient de deurwaarder de bewindvoerder/curator qualita qua te dagvaarden.
Sinds 1 april 2014 worden zogenaamde 'schuldenbewinden' (grondslag ‘verkwisting’ en/of het ‘hebben van problematische schulden') geregistreerd in het curatele- en bewindregister. De deurwaarder hoeft volgens de tuchtrechter niet bij het verrichten van elke ambtshandeling te controleren of betrokkene geregistreerd staat.

Het Hof Amsterdam heeft bepaald dat de regel, dat de deurwaarder zich tot de bewindvoerder moet richten, nog niet wil zeggen dat hij geen contact mag zoeken met de schuldenaar. De bewindvoerder wilde geen regeling treffen voor de aflossing van een boete, omdat betrokkene dan onder de beslagvrije voet zou komen. De deurwaarder zocht vervolgens contact met de schuldenaar om uit te leggen wat er kan gebeuren wanneer de boete niet op tijd wordt betaald, zoals het toepassen van dwangmiddelen w.o. gijzeling. Volgens het Hof is dit geoorloofd. De deurwaarder had de bewindvoerder echter wel over zijn bezoek moeten informeren
Een eventuele betalingsregeling zal de deurwaarder m.i. vervolgens wel met de bewindvoerder moeten treffen.

Privacy

De deurwaarder krijgt door zijn werkzaamheden de beschikking over veel vertrouwelijke informatie. Hij dient hier zorgvuldig mee om te gaan. De Verordening beroeps- en gedragsregels gerechtsdeurwaarders bepaalt in art. 5:
De gerechtsdeurwaarder verwerkt vertrouwelijke gegevens die in de uitoefening van zijn beroep te zijner kennis zijn gekomen, niet verder of anders, en aan die gegevens geeft hij niet verder of anders bekendheid, dan voor de zorgvuldige vervulling van zijn beroep wordt vereist en hem bij of krachtens de wet is toegestaan.
In de Gedragscode gerechtsdeurwaarders ter bescherming persoonsgegevens is het een en ander verder uitgewerkt.

De deurwaarder heeft voor het verrichten van ambtshandelingen toegang tot de Basisregistratie personen. Deze informatie mag de deurwaarder alleen gebruiken voor het verrichten van zijn wettelijke taken (betekenen van exploten) en niet voor het versturen van aanmaningen (incassofase). Uiteraard mag deze informatie niet aan derden worden verstrekt.
Bij het gebruik van een geheim adres dient de deurwaarder extra zorgvuldigheid in acht te nemen, door dit adres niet in de dagvaarding te vermelden.
Bij beslag onder de werkgever is het van belang dat het exploot niet aan een willekeurige medewerker wordt verstrekt, maar een medewerker van de afdeling personeelszaken of een leidinggevende.

Sommatie / betalingstermijn / betaling / afboeking

Wanneer de deurwaarder een aanmaning stuurt dan moet daarin een redelijke termijn tot nakoming in opgenomen zijn. Zo is een termijn van 24 uur vrijwel onmogelijk om na te komen en derhalve niet redelijk.
Het is geoorloofd dat de schuldeiser op briefpapier van de deurwaarder een laatste aanmaning verstuurt, de zogenaamde profitletter. De bestuursregel profitletters van de de KBvG stelt wel als voorwaarde dat de deurwaarder:

  • de volledige controle heeft over de inhoud van de brief;
  • een dossier ten aanzien van de betreffende debiteur heeft aangemaakt;
  • reacties op de brief zelf in ontvangst neem en afhandelt (dat wil zeggen dat de deurwaarder de communicatie daarover niet aan de opdrachtgever of derden overlaat); en
  • de schuldenaar in de brief op de mogelijkheid wordt gewezen dat hij binnen de betalingstermijn gemotiveerd verweer kan voeren als hij het niet met de vordering eens is.


De deurwaarder vertegenwoordigt de schuldeiser. Betaling van de schuld dient aan de deurwaarder te geschieden en niet aan de schuldeiser. Wanneer de debiteur toch aan de schuldeiser betaalt, kan het gebeuren dat de deurwaarder stappen onderneemt omdat hij niet van de betaling op de hoogte is. Hij hoeft niet bij elke stap bij de schuldeiser te informeren of er al geld binnen is. Van de schuldeiser mag wel worden verwacht de deurwaarder te informeren. Eventuele onnodig gemaakte kosten komen voor rekening van de schuldeiser/opdrachtgever.

Betalingsregeling

Er bestaat geen recht op een betalingsregeling. Een schuldeiser, en de deurwaarder als gemachtigde, hoeft niet in stemmen met een betalingsregeling. Dat is geregeld in artikel 6:29 van het Burgerlijk Wetboek. Komt een betalingsregeling tot stand, dan hoeft hierbij geen rekening te worden gehouden met de beslagvrije voet.
Wanneer een betalingsregeling behoorlijk wordt nagekomen, kan niet ‘zomaar’ gedagvaard worden, en als er al een vonnis is, beslag gelegd worden. Gebeurt dit wel dan handelt de deurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar.

Om te voorkomen dat er voor betalingsregelingen kosten in rekening worden gebracht heeft de KBvG de Bestuursregel Regelingskosten afgekondigd. Deze bestuursregel bepaalt o.a. het volgende:
"De gerechtsdeurwaarder treft geen betalingsregeling noch verleent bemiddeling bij het tot stand komen van een betalingsregeling tussen schuldeiser en schuldenaar, waarbij schuldenaar wordt toegestaan het verschuldigde in termijnen te voldoen onder de voorwaarde dat de schuldenaar een vergoeding dient te voldoen (bijvoorbeeld voor het administreren en controleren van de regeling en voor het innen van de termijnbedragen)."

Oneigenlijke druk uitoefenen

De Verordening beroeps- en gedragsregels gerechtsdeurwaarders bepaalt in art. 8:
"De gerechtsdeurwaarder oefent geen druk uit door het aankondigen van maatregelen, welke hij niet uit hoofde van zijn opdracht, de wet en de hem verstrekte titel daadwerkelijk kan nemen."
Dit betekent bijvoorbeeld dat de deurwaarder geen beslag mag aankondigen wanneer hij nog geen executoriale titel (vonnis, dwangbevel) heeft. Gebeurt dit wel dan is er sprake van het uitoefenen van oneigenlijke druk. Zodra de deurwaarder over een vonnis beschikt mag er wel ‘gedreigd’ worden met het leggen van beslag.
Een feitelijke beschrijving wat er kan gaan gebeuren is overigens wel geoorloofd.

Een bekend voorbeeld van het uitoefenen van oneigenlijke druk is de deurwaarder die tijdens Europees kampioenschap voetbal in 2012 aankondigde de televisies in beslag te nemen. Volgens de Kamer van gerechtsdeurwaarders was hier sprake van oneigenlijke druk, omdat bij de debiteur de indruk werd gewekt dat zij de EK-wedstrijden niet op hun televisie zouden kunnen volgen, als zij de vordering niet op korte termijn zouden voldoen. Dat is een onjuiste indruk, nu inboedelgoederen zoals een televisietoestel bij beslagneming niet aanstonds worden meegenomen. De beslagene kan zijn toestel dan immers voorlopig gewoon blijven gebruiken.

Een ander voorbeeld van het uitoefenen van oneigenlijke druk volgens de Kamer voor gerechtsdeurwaarders is dat de deurwaarder een tweede keer beslag op de inboedel legt terwijl hij weet dat de inboedel van onvoldoende waarde is om te verkopen.

Ministerieplicht

Overige uitspraken

Verwijzen naar deze pagina: www.schuldinfo.nl/tuchtrecht