SchuldInfo

Juridische info voor hulpverleners

 
 

Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

De kwaliteit en effectiviteit van de minnelijke schuldhulpverlening blijkt per gemeente nogal te verschillen. De wet gemeentelijke schuldhulpverlening moet er voor zorgen dat er een ondergrens komt waaraan iedere gemeente zich moet houden. Zo zal op een verzoek om schuldhulpverlening binnen 4 weken actie ondernomen moet worden en bij bedreigende schulden binnen 3 dagen.
De gemeente stelt voor een periode van maximaal 4 jaar plannen vast over de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening vorm gegeven gaat worden. Het college van B&W zal zich jaarlijks moeten verantwoorden aan de gemeenteraad.

Een belangrijk uitgangspunt in de wet is dat de hulpverlening bij schulden een integraal karakter moet hebben. Er moet niet alleen aandacht zijn voor het oplossen van de schulden, maar ook voor de omstandigheden waarin de schulden zijn ontstaan.

Tegen een afwijzing en een voortijdige beŽindiging van de schuldhulpverlening  staat bezwaar en beroep open.

Uitspraken Meer informatie

Ten onrechte afwijzing aanvraag schuldhulpverlening:

Terechte afwijzing aanvraag schuldhulpverlening:

Ten onrechte beŽindiging schuldhulpverlening:

Terechte beŽindiging schuldhulpverlening:

Overige rechtspraak:

Tuchtrecht:

Nationale ombudsman:

Voorlopige voorziening dreigende situatie (moratorium)

Bij een dreigende situatie tijdens het minnelijk traject kan de debiteur een verzoek tot toepassing van de wsnp indienen en tegelijk om een voorlopige voorziening (moratorium) vragen. Van een bedreigende situatie is sprake bij:

  • een gedwongen ontruiming;
  • beŽindiging van de levering van gas, elektra of water;
  • opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering.

Indien de rechtbank de voorlopige voorziening verleent mag gedurende maximaal 6 maanden niet worden ontruimd, afgesloten en de zorgverzekering mag niet worden opgezegd of ontbonden.

Uitspraken Meer informatie

Rechtspraak:

Nationale ombudsman:

Voorlopige voorziening WSNP (algemeen)

Naast het moratorium dat alleen bedoeld is voor dreigende ontruiming en afsluiting, is het ook mogelijk om bij andere spoedeisende situaties bij de rechtbank om een voorlopige voorziening WSNP te vragen. Denk hierbij aan situaties waarbij de totstandkoming van een schuldregeling gefrustreerd wordt vanwege:
- beslag en openbare verkoop inboedel;
- beslag en openbare verkoop auto die nodig is voor het werk;
- inname rijbewijs door officier van justitie;
- loonbeslag bij hoge woonkosten.
 
Het verzoek kan worden ingediend:

  • tegelijk met een aanvraag wsnp, of;
  • wanneer tegen een afwijzing wsnp hoger beroep is ingesteld.


De rechter zal bij de beslissing afwegen:

  • de spoedeisendheid;
  • het belang van de schuldenaar t.o.v. het belang van de schuldeiser, en;
  • de kans dat de aanvraag wsnp wordt gehonoreerd.
Uitspraken Meer informatie

Stabilisatiemethodiek

Rijnstad heeft in opdracht van de provincie Gelderland en de gemeente Arnhem een methodiek ontwikkeld voor het stabiliseren van problematische schuldsituaties.

De methodiek is bedoeld voor twee cliŽntengroepen:

  1. CliŽnten bij wie een regeling van alle schulden om technische redenen voorlopig niet mogelijk is. Dat kan bijvoorbeeld zijn vanwege de aard van de schulden, zoals een recente fraudevordering. Een andere mogelijkheid is dat de cliŽnt al een regulier schuldhulpverleningstraject achter de rug heeft en hier voorlopig niet meer voor in aanmerking komt.
  2. CliŽnten bij wie de kans groot is dat de reguliere schuldhulpverlening zal mislukken, omdat ze nog niet schuldsaneringrijp zijn. Er zal dan eerst iets aan het gedrag moeten veranderen wil een regeling van alle schulden kans van slagen hebben.


De stabilisatiemethodiek is er op gericht dat de cliŽnt gebruik kan blijven maken van de elementaire voorzieningen:

  • woonruimte;
  • energie;
  • water, en;
  • ziektekostenverzekering.


Om er voor te zorgen dat de cliŽnt gebruik kan blijven maken van deze elementaire voorzieningen, is het van belang om:

  • de maandelijkse betaling van de primaire lasten te borgen, en;
  • indien er primaire schulden zijn, hiervoor een regeling te treffen.


Met de overige schulden wordt voorlopig niets gedaan. Schuldeisers kunnen beslag op het inkomen leggen. De beslagvrije voet - het deel van het inkomen waarop de schuldeiser geen beslag mag leggen - vormt de ondergrens waar de cliŽnt van moet leven. Uiteraard moet de beslagvrije voet wel correct zijn vastgesteld.

Verbod commerciŽle schuldhulp

Veel organisaties bieden hulp bij schulden. Bij de meeste organisaties hoeven cliŽnten niet te betalen en is de hulp gratis. Er zijn echter ook organisaties die geld vragen voor hun werkzaamheden, waarbij de kwaliteit van de hulp ook nog te wensen overlaat.

Om te voorkomen dat organisaties misbruik maken van mensen met schulden heeft de wetgever in de Wet op het consumentenkrediet geregeld dat schuldbemiddeling verboden is, tenzij sprake is van:

  • gratis schuldbemiddeling;
  • schuldbemiddeling door gemeenten, gemeentelijke kredietbanken of andere door gemeenten gehouden instellingen, die zich krachtens hun doelstelling met schuldbemiddeling bezighouden;
  • schuldbemiddeling door o.a. advocaten, curatoren en bewindvoerders op basis van de Faillissementswet/wsnp, of curatoren en bewindvoerders op basis van het Burgerlijk Wetboek, en deurwaarders.


Het verbod op schuldbemiddeling tegen betaling geldt alleen voor schulden die geheel of gedeeltelijk voortvloeien uit krediettransacties. Het gaat hierbij niet alleen om leningen en roodstanden, maar ook om schulden vanwege telefoonabonnementen met inbegrepen telefoontoestel. De Hoge Raad heeft namelijk bepaald dat een telefoonabonnement met inbegrepen toestel in beginsel aangemerkt moet worden als kredietovereenkomst, tenzij de aanbieder aannemelijk kan maken dat de abonnementskosten niet (mede) strekken tot afbetaling van de telefoon.

Van augustus 1998 tot  juli 2000 gold het Tijdelijk vrijstellingsbesluit schuldbemiddelaars waarbij onder bepaalde voorwaarden wel schuldbemiddeling tegen betaling toegestaan was. Dit besluit is echter niet verlengd. Er is een nieuw vrijstellingsbesluit in voorbereiding (2013) die via internet ter consultatie is voorgelegd.

Schuldbemiddeling tegen betaling door gewone organisaties is dus verboden en strafbaar. Organisaties die het verbod overtreden kunnen strafrechtelijk vervolgd worden. Medewerkers werkzaam bij Belastingdienst / Bureau economische handhaving zijn aangewezen voor het toezicht op de naleving De buitengewoon opsporingsambtenaren zijn bevoegd tot het opspoten van overtredingen op grond van art. 47 en 48 van de Wet op het consumentenkrediet, die op grond van de Wet op de economische delicten strafbaar zijn gesteld. 

Een overeenkomst om schulden tegen betaling te regelen is nietig. Dit heeft tot gevolg dat alles wat betaald is op grond van onverschuldigde betaling van de organisatie teruggevorderd kan worden. Het terug eisen van het geld moet vanwege verjaring binnen 5 jaar gebeuren.

Er zijn organisaties die proberen via slimme constructies de wet te omzeilen. Het regelen van de schulden is dan gratis, maar tegelijkertijd moet voor het inkomensbeheer wel worden betaald. Wanneer sprake is van een verwevenheid tussen de gratis schuldbemiddeling en het betaalde inkomensbeheer is dit volgens de Hoge Raad eveneens strafbaar. De overeenkomst is ook dan nietig. Alles wat betaald is kan ook dan op grond van onverschuldigde betaling worden teruggevorderd.

Uitspraken Meer informatie

Verwijzen naar deze pagina: www.schuldinfo.nl/schuldhulp