SchuldInfo

Juridische info voor hulpverleners

 
 

Wat zijn incassokosten?

Wanneer een schuldeiser kosten moet maken om een vordering te innen, dan mag hij deze onder bepaalde voorwaarden in rekening brengen. Het gaat dan om de kosten die voorafgaand aan een gerechtelijke procedure worden gemaakt. Dit soort kosten, die we hier incassokosten noemen, komen onder verschillende benamingen voor:

  • administratiekosten;
  • bureaukosten;
  • aanmaankosten (w.o. kosten aangetekend verzenden);
  • buitengerechtelijke kosten.

Zowel het incassobureau, de deurwaarder, maar ook de schuldeiser zelf brengen deze kosten in rekening. De hier vermelde regels voor incassokosten gelden voor al deze kosten.

Hoogte incassokosten per 1 juli 2012

Sinds 1 juli 2012 geldt voor consumenten een wetswijziging waarbij de hoogte van de incassokosten zijn gemaximeerd. Deze wetswijziging geldt alleen voor vorderingen die op of na 1 juli 2012 opeisbaar zijn geworden (voor schulden die eerder opeisbaar zijn geworden zie verderop).

De regeling is t.a.v. vorderingen op consumenten (b-to-c) dwingend. Er mag niet ten nadele van de schuldenaar van worden afgeweken, maar natuurlijk wel ten voordele. Een afwijkend beding in het nadeel van de schuldenaar is vernietigbaar en kan ook door de rechter ambtshalve opzij worden gezet (art. 3:40 lid 2 BW).

Er geldt een maximumpercentage voor incassokosten berekend over de hoofdsom (niet over de rente), die afloopt naarmate de vordering stijgt met een minimum bedrag van € 40. Zie volgende tabel. Dus bij een vordering van € 3000 mag maximaal berekend worden:  15% * 2500 + 10% * 500 = €425
Deze maximum percentages zijn opgenomen in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.

Hoofdsom Hoogte incassokosten*
over de eerste € 2500 15% (minimaal € 40)
over de volgende € 2500 10%
over de volgende € 5000 5%
over de volgende € 190000 1%
over het meerdere 0,5% (max. totaal € 6775)
*soms verhoogd met BTW, zie hieronder  
Uitspraken Meer informatie

Incassokosten berekenen

Bepaal met de IncassoCalculator of en hoeveel incassokosten maximaal in rekening mag worden gebracht. Bepaal tevens of en hoeveel BTW over de incassokosten verschuldigd is.

 

IncassoCalculator
  Factuurbedrag     €  . . . . . . . . .  
  Max. incassokosten €  . . . . . . . . .      
  BTW 21 % €  . . . . . . . . .      
        €  . . . . . . . . .  +
        €  . . . . . . . . .  
  Factuurbedrag (excl. rente)
  Eerdere aanmaning ontvangen met
betalingstermijn 14 dagen?
Ja Nee
  Heeft de schuldeiser de inning uitbesteed? Ja Nee
  Is de schuldeiser BTW-plichtig? Ja Nee
 
     

Eerste aanmaning (14-dagenbrief)

Voordat er incassokosten in rekening mogen worden gebracht moet de schuldeiser eerst een aanmaning sturen met een betalingstermijn van minimaal 14 dagen. In deze aanmaning moet tevens staan:

  • een aankondiging van de gevolgen indien niet op tijd wordt betaald;
  • in het bijzonder de hoogte van de incassokosten die dan verschuldigd is;
  • en indien van toepassing (zie verderop) de hoogte van de BTW die dan over de incassokosten berekend zal worden.

Het versturen van een aanmaning die voldoet aan de hierboven vermelde eisen is een harde voorwaarde om bij een volgende stap incassokosten in rekening te mogen brengen. Zo nodig zal de schuldeiser moeten aantonen dat deze brief is verstuurd en door de debiteur is ontvangen.
Wanneer deze verplichte aanmaning een hoger bedrag aan incassokosten vermeldt dan wettelijk toegestaan, dan is dit geen geldige aanmaning. Bij uitblijven van betaling mogen er dan geen incassokosten berekend worden (zie rapport BGK-integraal).
Na de verplichte aanmaning is er geen extra incassohandeling nodig voordat er incassokosten berekend mogen worden. De Hoge Raad heeft dit n.a.v. een prejudiciële vraag bepaald.

Wanneer meerdere termijnen samenvoegen?

Wanneer een schuldeiser meerdere schulden of termijnen van de debiteur te vorderen heeft is het de vraag of hij deze voor de berekening van de incassokosten moet samenvoegen. Het samenvoegen van de termijnen zal immers vaak tot gevolg hebben dat er minder incassokosten verschuldigd zijn, dan wanneer de incassokosten over de afzonderlijke termijnen berekend worden.
In de wet staat dat indien de debiteur voor meer dan een vordering door een schuldeiser kan worden aangemaand (de 14-dagen-aanmaning), dat in één aanmaning moet geschieden. Voor de berekening van de incassokosten worden de hoofdsommen van deze vorderingen bij elkaar opgeteld. Het volgende voorbeeld maakt duidelijk wanneer de hoofdsom wel en wanneer niet hoeft te worden samengevoegd.

Voorbeeld wanneer wel samenvoegen:
Er is drie maanden ad. € 20 niet betaald. Vervolgens wordt een aanmaning verstuurd. Dan moet dat voor één bedrag ad. € 60 gebeuren. Wanneer vervolgens niet binnen 14 dagen wordt betaald mag de vordering worden verhoogd met maximaal € 40 aan incassokosten.

Voorbeeld wanneer niet samenvoegen:
Er is drie maanden ad. € 20 niet betaald. Na afloop van iedere maand is een aanmaning verstuurd. Wanneer vervolgens niet binnen 14 dagen wordt betaald mag voor iedere maand het minimum ad. € 40 berekend worden. Dus in dit voorbeeld drie keer € 40, derhalve € 120.

Deze regeling kan dus zeer onredelijk uitpakken wanneer bij een duurovereenkomst maandelijks een klein bedrag verschuldigd is, en over elke termijn € 40 aan incassokosten berekend wordt. Wanneer dit over een langere periode gebeurt kan de redelijkheid met zich meebrengen dat de schuldeiser de incassohandelingen moet combineren om zo de kosten te beperken. Zie rapport BGK-integraal.

Wanneer BTW over incassokosten?

Over de incassokosten mag bij de debiteur alleen BTW in rekening worden gebracht indien aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan:

  • de schuldeiser heeft de invordering uit handen geven, bijvoorbeeld aan een incassobureau of deurwaarder, en;
  • de schuldeiser is niet BTW-plichtig en kan dus de verschuldigde BTW aan het incassobureau of deurwaarder niet verrekenen.


De volgende schuldeisers zijn niet BTW-plichtig waardoor er wel BTW over de incassokosten berekend mag worden:

  • verhuurders;
  • onderwijsinstellingen;
  • banken;
  • verzekeringsmaatschappijen;
  • medische beroepen;
  • de overheid.


Wanneer de schuldeiser zelf de verplichte aanmaning (14-dagen-brief) heeft verstuurd met daarin de aankondiging van de hoogte van de incassokosten en de vordering wordt vervolgens uit handen gegeven aan een incassobureau of deurwaarder, dan mag de BTW pas berekend worden wanneer eerst de verplichte aanmaning (14-dagen-brief) met een aankondiging van de BTW-verhoging verstuurd is, indien niet binnen 14 dagen wordt betaald.

Wanneer een schuldeiser BTW-plichtig is en zijn vorderingen verkoopt (bv telefoonvorderingen), wordt door de nieuwe schuldeiser veelal BTW over de incassokosten berekend. Dat is echter aanvechtbaar. Zie hier voor meer info.

Verborgen dubbele incassokosten

Vóór 1 juli 2012 kwam het regelmatig voor dat er dubbele incassokosten in rekening werden gebracht. De schuldeiser had dan eerst zelf al een eigen incassotraject met eigen incassokosten in gang gezet en vervolgens werd de verdere invordering uitbesteed aan een incassobureau. Het incassobureau berekende dan ook nog eens incassokosten. Dubbele incassokosten dus.
Zie onderstaand voorbeeld. Het is nadrukkelijk de bedoeling van de wet maximering incassokosten dat deze praktijken niet zijn toegestaan. er mogen slechts één keer incassokosten berekend worden. Wanneer de schuldeiser de kosten al in rekening heeft gebracht en de vordering vervolgens uitbesteedt, dan mag het incassobureau niet nogmaals kosten in rekening brengen.

Voorbeeld van vóór 1 juli 2012
Het incassobureau Vesting Finance int een vordering voor energiebedrijf Eneco. Op de specificatie staat een hoofdsom van € 270. In werkelijkheid is de hoofdsom eigenlijk € 195 want Eneco heeft zelf al € 75 aan kosten berekend. Op de specificatie van Vesting Finance zijn deze kosten opgenomen in de hoofdsom met het gevolg dat er € 138 (373%) te veel berekend wordt. Dit komt neer op een ‘kostenverdriedubbelaar’.

Specificatie   De werkelijke kosten   Te veel berekend  
Hoofdsom € 270 Hoofdsom € 195 Berekend € 175
Rente tot heden € 4,03 Rente tot heden € 4,03 Volgens Voorwerk € 37
Incassokosten € 100 Incassokosten € 100 Te veel € 138
    Kosten schuldeiser € 75    
Totaal € 374,03 Totaal € 374,03 Procentueel 373%

Voorbeeldbrieven om bezwaar te maken tegen incassokosten

Maak gebruik van de voorbeeldbrieven op schuldinfo om bezwaar te maken tegen de hoogte van incassokosten. Maak bezwaar in de volgende situaties:

  • geen of onjuiste aanmaning ontvangen;
  • te hoge of dubbele incassokosten berekenen;
  • ten onrechte niet samenvoegen van termijnen;
  • ten onrechte in rekening brengen van BTW.

Ga naar standaardbrieven incassokosten

Geen incassokosten wanneer maken kosten niet redelijk

Er zijn situaties waarin het maken van incassokosten op zichzelf niet redelijk is en door de rechter wordt afgewezen. Op basis van de regels zoals deze tot 1 juli 2012 gelden is er verschillende rechtspraak beschikbaar en mogelijk ook daarna nog bruikbaar. Hieronder een aantal voorbeelden: 

  • Wanneer van meet af aan duidelijk is dat betrokkene de vordering niet wil betalen, bijvoorbeeld omdat hij het er niet mee eens is, is het maken van incassokosten niet redelijk. Het sturen van meerdere aanmaningen is dan zinloos. De schuldeiser had dan meteen kunnen dagvaarden.
  • Wanneer de schuldeiser enerzijds teveel ontvangen premie terug stort en tegelijkertijd nog premie te innen heeft, had de schuldeiser eenvoudig kunnen verrekenen. De incassokosten en de proceskosten (kosten dagvaarding e.d.) komen dan voor eigen rekening van de schuldeiser.
  • Wanneer de schuldeiser de vordering mee had kunnen nemen in een eerder procedure omdat de vordering ook toen al opeisbaar was, komen de incassokosten en proceskosten (kosten dagvaarding e.d.) voor eigen rekening.
Uitspraken Meer informatie

Rechtspraak:

Tuchtrecht:

Geen incassokosten bij krediettransacties

Als sprake is van een krediettransactie waarop de Wet op het consumentenkrediet van toepassing is, dan mag het incassobureau of de deurwaarder geen incassokosten in rekening brengen. Dit is het geval bij een geldlening, huurkoop of koop op afbetaling. De wet is echter niet van toepassing indien:

  • betaling binnen drie maanden nadat de geldsom beschikbaar is gesteld of het product is geleverd;
  • er sprake is van een overeenkomst tussen particulieren;
  • de effectieve rente niet meer bedraagt dan de wettelijke rente;
  • de lening meer bedraagt dan € 40.000,--;
  • de lening onder hypothecaire zekerheid is verleend.


Wanneer aan een betaalrekening geen kredietfaciliteit gekoppeld is en er ontstaat een roodstand, dan is er op zichzelf geen sprake van een krediettransactie. Zo'n ongewilde roodstand gaat echter wel onder de bescherming van de Wet op het consumentenkrediet vallen indien de bank onvoldoende actie onderneemt. De bank mag dan geen incassokosten in rekening brengen. Om dit te voorkomen dient de bank:

  1. de roodstand expliciet aan te merken als wanprestatie;
  2. tot ingebrekestelling en directe opeising over te gaan, d.w.z. tot incasso van de vordering overgaan of een schriftelijk vastgelegde betalingsregeling overeenkomen (vóór 25 mei 2011 gold dat dit binnen 3 maanden moest plaatsvinden, deze termijn is geschrapt);
  3. en, bij bedragen boven de € 453,78, de roodstand bij het BKR te melden.

Ten onrechte leges berekenen

Soms brengt het incassobureau ook leges in rekening. Leges zijn kosten voor officiële stukken. De meest bekende zijn leges voor een afschrift uit de gemeentelijke basisadministratie (gba). Als het incassobureau leges in rekening brengt is het zeer de vraag of er ook daadwerkelijk kosten zijn gemaakt. Gemeenten zijn namelijk niet bevoegd om aan incassobureaus informatie uit de gba te verstrekken. De Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens bepaalt namelijk dat aan twee voorwaarden moet zijn voldaan:

  1. de informatie moet noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een wettelijke taak;
  2. de verzoeker is uit hoofde van ambt of beroep gewoonlijk met gerechtelijke werkzaamheden belast.


Aan de eerste voorwaarde wordt bijvoorbeeld voldaan indien de adresverificatie nodig is om een dagvaarding op het juiste adres te betekenen. In de incassofase, waarin deurwaarders aanmaningen sturen, wordt nog niet aan de voorwaarde voldaan. Deurwaarders hebben dan geen inzage en mogen dan ook geen legeskosten in rekening brengen. Dit blijkt ook uit hun Privacygedragscode.

De tweede voorwaarde wordt door de rechter op basis van de wetsgeschiedenis beperkt uitgelegd. Het moet namelijk gaan om “personen die, vanuit hun juridische deskundigheid en gebonden door beroeps- of gedragscodes, een essentiële bijdrage leveren aan het publieke belang dat gelegen is in een juiste rechtshandhaving.” Deurwaarders en advocaten vallen hier wel onder, incassobureaus niet.

Incassokosten bij de overheid als schuldeiser

Voor de overheid gelden afwijkende regels. Wanneer de overheid geld te vorderen heeft zal de invordering veelal plaatsvinden door middel van een dwangbevel op grond van de Algemene wet bestuursrecht. De kosten voor betekening en tenuitvoerlegging van het dwangbevel kunnen op de debiteur worden verhaald. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten.

De gerechtelijke kosten zijn de kosten voor het verrichten van zogenaamde ambtshandelingen door een gerechtsdeurwaarder. De hoogte van deze kosten zijn geregeld in het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders.  Zie ‘kosten deurwaarder'.

Buitengerechtelijke kosten zijn bijvoorbeeld kosten die voortvloeien uit het voeren van herinneringstelefoontjes en het treffen van een betalingsregeling. Deze kosten mag de overheid in rekening brengen  voor zover ze redelijk zijn, met als maximum 15% van de hoofdsom.  Dit is geregeld in het Besluit buitengerechtelijke kosten
De beperking ‘voor zover redelijk’ moet er voor zorgen dat bij grote geldbedragen niet de volledige 15% in rekening wordt gebracht omdat er anders een buitenproportioneel  bedrag aan kosten berekend zou worden. Volgens het rapport BGK-integraal is het redelijk om voor de hoogte van de incassokosten aansluiting te zoeken bij de maximum incassokosten die gelden in het privaatrecht.

Verder gelden nog de volgende afwijkende regels:

  • De buitengerechtelijke kosten mogen alleen berekend worden wanneer ze daadwerkelijk zijn gemaakt;
  • Er mag geen BTW over de buitengerechtelijke kosten berekend worden;
  • Naast de buitengerechtelijke kosten mogen nog apart kosten voor het verzenden van een aanmaning berekend worden.


Voor de invordering van belastingschulden, administratieve sancties voor verkeersovertredingen  en strafrechtelijke boetes gelden afwijkende regels. Zie:
- Kosten invordering belastingschulden
- CJIB-vorderingen

Hoogte incassokosten tot 1 juli 2012

Voor vorderingen die opeisbaar zijn geworden vóór 1 juli 2012 blijven de oude regels gelden. Dat wil zeggen dat in de wet geen maximumbedragen zijn opgenomen maar dat de rechter de kosten ambtshalve kan matigen. Rechters hanteren hierbij doorgaans de regels zoals opgenomen in het Rapport Voorwerk II. Volgens dit rapport gelden bij procedures bij de kantonrechter de volgende maximumtarieven:

Hoofdsom + rente: t/m Hoogte incassokosten Inclusief BTW (19%)*
€ 250,00 € 37,00 € 44,03
€ 500,00 € 75,00 € 89,25
€ 1.250,00 € 150,00 € 178,50
€ 2.500,00 € 300,00 € 357,00
€ 3.750,00 € 450,00 € 535,50
€ 5.000,00 € 600,00 € 714,00
€ 10.000,00 € 700,00 € 833,00
€ 20.000,00 € 800,00 € 952,00
€ 40.000,00 € 1.000,00 € 1.190,00
€ 100.000,00 € 1.500,00 € 1.785,00
€ 200.000,00 € 2.500,00 € 2.975,00
€ 400.000,00 € 3.500,00 € 4.165,00
€ 1.000.000,00 € 4.500,00 € 5.355,00
meer € 5.500,00 € 6.545,00
* Wanneer BTW? Zie hierboven.    

Totstandkoming wet maximering incassokosten

 

 

Op 10 november 2008 is het rapport 'Incassokosten, een bron van ergernis!' van de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden (LOSR) in Tros Radar gepresenteerd. Het rapport beschrijft aan de hand van voorbeelden wat er misgaat bij het in rekening brengen van incassokosten.

 

 

 


De kosten worden vergeleken met de incassokosten die volgens het rapport Voorwerk II maximaal in rekening mogen worden gebracht. Uit de vergelijking komt het volgende naar voren:

  • Schuldeisers, w.o. water- en energiebedrijven brengen zelf veel te hoge kosten in rekening.
  • Incassobureaus hanteren hogere incassokosten dan de maximumtarieven volgens het rapport Voorwerk II. Zo rekenen de bij de Nederlandse Vereniging van Incasso-Ondernemingen aangesloten bureau's standaard € 25 per dossier teveel.
  • Indien de schuldeiser zelf al kosten heeft berekend, dan rekent het incassobureau en de deurwaarder daaroverheen extra incassokosten.
  • Daarnaast komt het voor dat de incassokosten te hoog zijn, omdat dossiers niet worden samengevoegd.


Op 11 november 2008 is de minister van justitie onder druk van de Tweede Kamer overstag gegaan. Een jaar later is een ontwerp wetsvoorstel via internetconsultatie aan belanghebbenden voorgelegd en daar is door allerlei organisaties op gereageerd. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in een definitief wetsvoorstel dat per 1 juli 2012 van kracht is geworden. De wettelijke regeling voor incassokosten is een feit.

Verwijzen naar deze pagina: www.schuldinfo.nl/incassokosten