SchuldInfo

Juridische info voor hulpverleners

 
 

Herziening toeslag

Indien na de toekenning uit een wijziging van de inkomensgegevens blijkt dat de toeslag tot een te hoog of te laag bedrag is toegekend herziet de Belastingdienst Toeslagen de tegemoetkoming. De herziening vindt plaats binnen 8 weken nadat de inkomensgegevens bij de Belastingdienst Toeslagen bekend zijn geworden. Deze herziening kan dus leiden tot een uit te betalen of terug te vorderen bedrag.

De Belastingdienst Toeslagen kan de toekenning ook om andere redenen herzien, namelijk: op grond van feiten of omstandigheden waarvan de Belastingdienst Toeslagen bij de toekenning redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de tegemoetkoming tot een te hoog bedrag is toegekend, of; indien de tegemoetkoming tot een te hoog bedrag is toegekend en betrokkene of diens partner dit wist of behoorde te weten. Wanneer de toekenning van de toeslag lager is dan de verstrekte voorschotten of wanneer de Belastingdienst Toeslagen de toekenning tot een lagere toeslag herziet, wordt de teveel verstrekte toeslag teruggevorderd.

Wanneer de bezwaartermijn is verstreken kan betrokkene nog om herziening in het voordeel verzoeken, binnen 5 jaar na het berekeningsjaar. Herziening is niet mogelijk:

  • bij wijziging jurisprudentie;
  • bij wijziging beleidsregels;
  • indien een afzonderlijke termijn is gesteld, zoals bij verzoek ok bijzondere situaties;
  • indien een andere toeslag te hoog is vastgesteld en deze niet kan worden herzien.
Uitspraken Meer informatie

Bijzondere situaties huurtoeslag

Indien de debiteur huurtoeslag moet terugbetalen is het nog van belang na te gaan of er sprake is van een bijzondere situatie op grond waarvan een partner of inkomensbestanddeel niet meetelt. Het gaat om de volgende situaties:

Langdurig verblijf buitenshuis.
Een huurder, partner of medebewoner die in de brp staat ingeschreven kan op verzoek voor de vaststelling van het recht op huurtoeslag buiten beschouwing blijven indien hij vanwege een bijzondere omstandigheid langer dan een jaar elders verblijft. Van een bijzondere omstandigheid is sprake in het geval van een verblijf in:
a. een verpleeghuis;
b. een psychiatrische inrichting;
c. een penitentiaire inrichting.

Verzorgingsbehoefte.
Een partner of medebewoner kan voor de vaststelling van het recht op huurtoeslag onder bepaalde voorwaarden buiten beschouwing worden gelaten indien in het huishouden sprake is van een verzorgingsrelatie. De verzorgingsbehoefte moet van dien aard zijn dat betrokkene zonder de zorg niet thuis zou kunnen wonen. Door voor de huurtoeslag onder voorwaarden het inkomen en vermogen buiten beschouwing te laten wordt bevorderd dat gehandicapten/ zorgbehoevenden zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen, waardoor opname in een verpleeginstelling kan worden voorkomen.

Afkoop pensioenen.
Wanneer een pensioen- of nabestaandenuitkering op jaarbasis niet meer zal bedragen dan € 465,94 (2016) bruto is het pensioenfonds of de verzekeraar bevoegd het pensioen zonder toestemming van betrokkene af te kopen. Op verzoek blijft deze afkoopsom voor de vaststelling van de hoogte van de huurtoeslag buiten beschouwing. Het kunnen meerdere afgekochte pensioenen betreffen, mits ze afzonderlijk het maximumbedrag niet te boven gaan. Het kan zowel om verplichte afkoop als vrijwillige afkoop gaan.

Nabetalingen.
Wanneer men een nabetaling ontvangt die betrekking heeft op een periode voorafgaand aan het toeslagjaar, kan dit tot gevolg hebben dat de huurtoeslag geheel of gedeeltelijk wordt teruggevorderd. Voorbeelden van veel voorkomende nabetalingen zijn:
- Aan het eind van het jaar (bv november 2014) wordt een uitkering aangevraagd en de toekenning vindt plaats in januari 2015. De maanden november en december zijn dan verwerkt in de jaaropgave 2015.
- De sociale dienst betaalt een belastingaanslag. In feite is dat een nabetaling bijstand die in de jaaropgave wordt verwerkt. Zie meer info.

Voor de huurtoeslag is geregeld dat op verzoek, onder bepaalde voorwaarden, de nabetaling buiten beschouwing kan blijven, namelijk:
- Een nabetaling van € 2300 of minder gemiddeld per jaar waarover is nabetaald, kan zonder nadere voorwaarden buiten beschouwing blijven.
- Een nabetaling die gemiddeld per jaar waarover is nabetaald meer dan € 2300 per jaar is, moet worden herberekend: Hoeveel huurtoeslag zou betrokkene hebben ontvangen indien de betalingen in de juiste jaren waren gedaan? Alleen als het nadeel van de nabetaling groter is dan het voordeel in het jaar waarop de nabetaling betrekking heeft, mag de nabetaling buiten beschouwing blijven.

Toeslag hulpbehoevendheid.
De diverse arbeidsongeschiktheidsuitkeringen bieden de mogelijkheid voor een extra toeslag indien betrokkene hulpbehoevend is waarvoor extra kosten voor oppas en verzorging worden gemaakt. Deze ‘toeslag hulpbehoevendheid’ is dus bedoeld voor hele specifieke kosten. Op verzoek kan deze toeslag, voor de bepaling van het recht op huurtoeslag, buiten beschouwing blijven.

Standaard betalingsregeling

Het terug te betalen bedrag moet in beginsel binnen twee maanden betaald worden. Indien niet binnen twee maanden is terugbetaald biedt de Belastingdienst Toeslagen de standaard betalingsregeling aan. Het maandelijks bedrag is minimaal € 20 en de vordering dient binnen 24 maanden terugbetaald (of verrekend) te worden.

Bij terugbetaling van meerdere toeslagen geldt deze regeling per terug te betalen toeslag afzonderlijk. Dus wordt zowel de huur- als de zorgtoeslag teruggevorderd, dan geldt twee keer de regeling van € 20 binnen 24 maanden.

Wanneer tijdens de looptijd van een standaardregeling een nieuwe terugvordering voor dezelfde toeslag ontstaat, vindt herziening van de standaard betalingsregeling plaats. Het bedrag van de nieuwe terugvordering wordt opgeteld bij het nog resterende bedrag van de terugvordering waarvoor de standaardregeling loopt. Voor het totaalbedrag geldt dan weer de aflossingssystematiek van ten minste € 20 per maand gedurende maximaal 24 maanden.

Verrekenen teveel ontvangen toeslag

Nadat de betalingstermijn van 2 maanden is verstreken kan de Belastingdienst Toeslagen een toeslagschuld verrekenen met een uit te betalen toeslag of belastingteruggaaf. Dit ongeacht de soort toeslag en ongeacht het jaar waarop de toeslag betrekking heeft. Indien het te verrekenen bedrag te hoog is, kan de debiteur om een persoonlijke betalingsregeling vragen. Zie hierna.
Het omgekeerde kan niet: een te betalen belastingaanslag mag niet verrekend worden met uit te betalen toeslagen.

Persoonlijke betalingsregeling en buiten invorderingstelling

Het maandelijks te betalen (te verrekenen) bedrag kan bij de standaardregeling voor betrokkene te hoog zijn. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een hoge toeslagschuld of bij terugbetaling van meerdere toeslagschulden. Het is dan mogelijk om een persoonlijke betalingsregeling voor de totale toeslagschulden aan te vragen. Op bijna dezelfde wijze als voor kwijtschelding belastingen geldt, wordt dan de betalingscapaciteit vastgesteld.

Als de betalingscapaciteit wel voldoende is om de toeslagenschuld binnen 24 maanden terug te betalen, maar het maandelijks bedrag is lager dan € 20, dan wordt een betalingsregeling getroffen volgens dit lagere bedrag.

Als de betalingscapaciteit niet voldoende is om de toeslagenschuld binnen 24 maanden terug te betalen, dan wordt een betalingsregeling getroffen volgens deze betalingscapaciteit. Na 12 maanden wordt de betalingscapaciteit opnieuw vastgesteld.

Na 24 maanden betalen conform de betalingscapaciteit, of direct indien er geen betalingscapaciteit is, wordt het restant van de vordering buiten invordering gesteld. Hiervoor geldt wel de voorwaarde dat gedurende 3 jaar eventuele toeslagen en belastingteruggaven, voor zover deze niet in maandelijkse termijnen worden uitbetaald, zullen worden verrekend.

De persoonlijke betalingsregeling is niet mogelijk wanneer de toeslagschuld is ontstaan vanwege opzet of grove schuld. Wel dient dan de belastingdienst toeslagen op verzoek bij het verrekenen rekening te houden met de beslagvrije voet. Zie hierna.

Uitspraken Meer informatie

Rechtspraak:

Nationale ombudsman:

Verzoek toepassing beslagvrije voet

Wanneer de toeslagschuld is ontstaan door opzet of grove schuld is een persoonlijke betalingsregeling niet mogelijk. Wel kan de belastingdienst worden verzocht om bij het verrekenen rekening te houden met de beslagvrije voet. Dit kan alleen bij het verrekenen van huurtoeslag, zorgtoeslag en het kindgebonden budget en dus niet bij het verrekenen van de kinderopvangtoeslag.
De belastingdienst stelt bij een toeslagschuld die is ontstaan door opzet of grove schuld als extra voorwaarde, dat aannemelijk wordt gemaakt dat men niet meer over de ten onrechte ontvangen toeslagen kan beschikken.
Gebruik voor het verzoek het standaardformulier onder 'meer informatie'.

Dwanginvordering van toeslagschulden

De dwanginvordering van toeslagschulden vindt grotendeels op dezelfde wijze plaats als de invordering van belastingschulden. Als de aanslag niet op tijd wordt betaald stuurt de ontvanger een aanmaning met een betalingstermijn van 10 dagen. Bij het uitblijven van betaling zal de ontvanger in de regel een dwangbevel uitvaardigen met een 'bevel' om binnen 2 dagen te betalen. De betekening van dit dwangbevel kan per gewone post. Het dwangbevel is een executoriale titel, op grond waarvan de belastingdeurwaarder, net als de gewone deurwaarder, beslag op inkomen, inboedel of bankrekening kan leggen. Daarnaast kan de ontvanger nog bij de werkgever, uitkeringsinstantie of bank van de belastingschuldige vorderen dat zij de belastingaanslag betalen (een vereenvoudigd derdenbeslag).

Tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel (beslaglegging, de vordering) is verzet mogelijk bij de rechtbank. Hiervoor is een advocaat nodig. Het verzet kan zich niet richten tegen de hoogte van de toeslagschuld, want daartegen is bezwaar en beroep mogelijk. Het verzet kan bovendien niet gebaseerd zijn op de stelling dat de beschikking, de aanmaning en/of het dwangbevel niet ontvangen is. Verzet treft echter wel doel wanneer achteraf blijkt dat het dwangbevel naar het verkeerde adres is gestuurd.
In de volgende situaties kan het zin hebben om in verzet te gaan:

  • toeslagschuld is al betaald;
  • dwangbevel is naar het verkeerde adres gestuurd;
  • vordering is verjaard (in beginsel 5 jaar);
  • wijze van tenuitvoerlegging is disproportioneel (is op minder ingrijpende wijze mogelijk).

Kijk voor meer informatie bij het onderdeel: belastingen.

Toeslagschulden en wsnp

Indien de rechtbank de debiteur toelaat tot de wsnp dient de ontvanger de invorderingsmaatregelen te stoppen en de toeslagschuld ter verificatie aan te melden bij de bewindvoerder.
Wanneer ná toelating tot de wsnp een toeslagschuld ontstaat, dient vastgesteld te worden of de schuld meegenomen moet worden in de wsnp. Dit is het geval indien de toeslagschuld betrekking heeft op een periode vóór datum toelating WSNP (materieel criterium). De ontvanger dient de schuld dan ter verificatie aan te melden bij de bewindvoerder.
Wanneer de toeslagschuld betrekking heeft op een periode ná toelating wsnp dient (volgens de Leidraad invordering) de ontvanger te overleggen met de bewindvoerder of de schuld uit de boedel voldaan moet worden. Wanneer dit niet kan, is een individuele betalingsregeling mogelijk.

Toeslagschulden na minnelijk traject of WSNP (schone lei)

Wanneer het minnelijk traject of WSNP met succes is afgerond kan het gebeuren dat er een toeslagschuld ontstaat die betrekking heeft op de periode waarin het minnelijk traject of de wsnp van toepassing was. De belastingdienst zal dan op verzoek afzien van invordering mits aannemelijk is dat de schuldhulpverlenende instelling of de bewindvoerder:

  • de aan de terugvordering voorafgaande voorschotten voldoende op juistheid heeft getoetst; en
  • over de resultaten van die toetsing in voorkomend geval tijdig contact heeft opgenomen met de belastingdienst.

Beslag op de toeslag

Er geldt een beslagverbod voor toeslagen, behalve in de volgende situaties:

  • De verhuurder kan vanwege een huurschuld beslag op de huurtoeslag leggen.
  • De zorgverzekeraar kan vanwege een premieschuld voor de basisverzekering beslag op de zorgtoeslag leggen. Dit geldt niet voor de aanvullende verzekering.
  • Een kinderopvanginstelling kan vanwege een kinderopvangschuld beslag op de kinderopvangtoeslag leggen.


In de wet staat namelijk dat beslag op toeslagen mogelijk is voor: “een vordering tot nakoming van een betalingsverplichting wegens een geleverde prestatie waarbij de betalingsverplichting ter zake van die prestatie oorzaak is voor de tegemoetkoming”. (art. 45 Awir)

Deze formulering roept de vraag op hoe nauw het verband moet zijn tussen de vordering en de toeslag om beslag te kunnen leggen. Duidelijk is in ieder geval dat er geen beslag gelegd kan worden voor de aanvullende premie ziektekostenverzekering. De zorgtoeslag wordt immers verstrekt voor de basisverzekering en niet voor de aanvullende verzekering.

Een andere vraag is hoe het zit met oude schulden. Kan een verhuurder uit het verleden beslag leggen op de huurtoeslag die bedoeld is voor een woning van een andere verhuurder. Zowel het Hof Den Bosch als het Hof Amsterdam zijn van oordeel dat beslag op een toeslag vanwege een oude schuld onrechtmatig is. Dit betekent dat al de geïnde bedragen inclusief kosten kunnen worden teruggevorderd (verjaringstermijn is 5 jaar).

Wanneer geldig beslag op een toeslag is gelegd valt de gehele toeslag onder het beslag. Er geldt in beginsel geen beslagvrije voet. Bij een laag inkomen kan dit tot gevolg hebben dan het totale inkomen lager is dan de beslagvrije voet. Er bestaat dan de mogelijkheid dat de kantonrechter op verzoek de beslagvrije voet van toepassing kan verklaren. Voorwaarde is wel dat de debiteur aantoont over onvoldoende middelen van bestaan te beschikken.
Richt het verzoek eerst aan de schuldeiser/deurwaarder. Deze moet dit verzoek zelf beoordelen en mag niet standaard naar de kantonrechter verwijzen. Dit blijkt uit de parlementaire behandeling.Gebeurt dit toch, dien dan een klacht in. Zie voorbeeldbrief.
De vaste jurisprudentie staat onder druk sinds een arrest van het Hof Den Haag dat, in tegenstelling tot het Hof Arnhem-Leeuwarden, van oordeel is dat er geen beslagvrije voet kan gelden bij beslag op een toeslag. Dit oordeel is echter zeer aanvechtbaar. Kijk hier voor meer info.

Uitspraken Meer informatie

Rechtspraak:

Tuchtrecht:

Nationale ombudsman:

Combinatie beslag inkomen en beslag/verrekenen toeslag

Wanneer de huur- en/of zorgtoeslag niet ontvangen wordt omdat er beslag op is gelegd, of omdat de Belastingdienst Toeslagen verrekent, en er tevens beslag op het inkomen ligt, dan heeft het niet ontvangen van de toeslag gevolgen voor de beslagvrije voet. De rechtbank Den Bosch heeft namelijk bepaald dat de beslagvrije voet die geldt voor beslag op het inkomen, niet met de toeslag mag worden verminderd. Betrokkene kan immers feitelijk niet over de toeslag beschikken.

Huurtoeslag:
De beslagvrije voet wordt verhoogd met de woonkosten, na aftrek van de normhuur en de ontvangen huurtoeslag (zie art. 475d lid 5 onder b Rv). Wanneer door beslag of verrekenen geen huurtoeslag meer ontvangen wordt, dient de beslagvrije voet met dit bedrag te worden verhoogd.

Zorgtoeslag:
De beslagvrije voet wordt verhoogd met de premie zorgverzekering, na aftrek van de normpremie en de ontvangen zorgtoeslag (zie art. 475d lid 5 onder a Rv). Wanneer door beslag of verrekenen geen zorgtoeslag meer ontvangen wordt, dient de beslagvrije voet met dit bedrag te worden verhoogd.

Soms komt het voor dat de deurwaarder voor dezelfde schuldeiser zowel beslag op het inkomen als beslag op de toeslag legt. Aangezien het tweede beslag per saldo, na aanpassing van de beslagvrije voet, niets extra's oplevert, is een dergelijk beslag slechts kostenverhogend en dus tuchtrechtelijk laakbaar.

Belastingdienst, een bron van armoede?

Op 7 december 2014 verscheen het rapport “Belastingdienst, een bron van armoede?” van de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden (LOSR/MOgroep). Het rapport beschrijft de gevolgen van de wijze van invordering van belasting- en toeslagschulden door de belastingdienst. Het is mogelijk om de belastingdienst te vragen om bij de invordering rekening te houden met de beslagvrije voet die het bestaansminimum garandeert. Dit is echter bijzonder ingewikkeld en tijdrovend. Zo ontstaan snel schulden en vervallen gezinnen, burgers in armoede. De LOSR doet 25 aanbevelingen. De eerste drie aanbevelingen zijn:

Aanbeveling 1
Harmoniseer de verschillende regels die gelden voor de invordering van belasting- en toeslagschulden.

Aanbeveling 2
Neem als uitgangspunt dat de burger één betalingscapaciteit heeft. Wanneer de betalingscapaciteit voor de terugbetaling van een belasting- of toeslagschuld is vastgesteld en er ontstaat een nieuwe belasting- of toeslagschuld, voeg deze dan samen. Schakel dan over naar een persoonsgerichte invordering.

Aanbeveling 3
Neem als uitgangspunt één formulier, één postbus. Ga er ambtshalve vanuit dat de burger de meest gunstige regeling wil. Wanneer de burger hiervoor niet in aanmerking komt beoordeel dan ambtshalve of betrokkene voor de minder gunstige regeling in aanmerking komt.


N.a.v. het rapport zijn Kamervragen gesteld.

Verwijzen naar deze pagina: www.schuldinfo.nl/toeslagen