Vorderen huurschuld en ontbinding huurovereenkomst
Wanneer de huurder niet of niet op tijd betaalt kan de verhuurder gaan dagvaarden. Daarbij zijn twee vorderingen mogelijk:
- betalen van de huurachterstand;
- ontbinding van de huurovereenkomst.
In bepaalde situaties is het op zichzelf de vraag of de verhuurder meteen kan dagvaarden. Bijvoorbeeld, er zijn problemen met de uitbetaling van de huurtoeslag en de verhuurder weet dit, of de verhuurder besluit van de een op de andere dag dat de huur vóór de eerste van de maand betaald moet zijn.
Veelal zal de verhuurder ook ontbinding van de huurovereenkomst vorderen. Ontbinding heeft voor de huurder grote gevolgen want dit betekent dat bij toewijzing ontruiming kan plaatsvinden. Niet elke huurachterstand rechtvaardigt een ontbinding. Over het algemeen wordt aangenomen dat er minimaal een huurachterstand van drie maanden moet zijn. Wanneer de huurder herhaaldelijk te laat betaalt, ligt dit veelal anders en kan bij een kleinere huurachterstand ontbonden worden.
Vaak geeft de rechter een ‘terme de grace’, d.w.z. een termijn waarbinnen de vordering in z’n geheel voldaan moet zijn om ontruiming te voorkomen.
Wanneer de huurder geen verweer voert zal de rechter alleen kijken of aan de vereiste formaliteiten is voldaan en of de vordering hem niet onrechtmatig of ongegrond voor komt. Wanneer het in orde is zal hij de vordering bij verstek toewijzen. Tegen een verstekvonnis kan de huurder nog in verzet komen door de verhuurder te dagvaarden. Dit moet binnen 4 weken gebeuren nadat het verstekvonnis aan hem in persoon is betekend of op andere wijze bekend is geworden.
Uitspraken:
- Huurachterstand als gevolg van uitblijven huurtoeslag: ten onrechte dagvaarden
- Huur vóór de maand voldoen ook al wordt uitkering aan eind maand ontvangen
- Aanscherping invorderingsbeleid had ruim van te voren kenbaar gemaakt moeten worden
- Hoogte huurachterstand voldoende voor ontbinding wegens eerdere huurachterstand
- Niet de hoogte van het bedrag maar aantal maanden huurachterstand is bepalend
- Bij 3 maanden achterstand geen ontbinding vanwege hoge leeftijd huurder
- Afwijzing gevorderde ontbinding vanwege huurachterstand van 2 maanden
- Geen ontbinding huurachterstand 1 maand ondanks eerdere veroordeling 3 maanden
- Huurachterstand voldaan binnen terme de grace: ontbinding afgewezen
- Betalingsachterstand rechtvaardigt niet de ontbinding van de huurovereenkomst
- Huurachterstand ontstaan door loonbeslag andere schuldeisers: wel ontbinding
- Herhaaldelijk te laat huur betalen rechtvaardigt ontbinding
- Hoogte huurachterstand rechtvaardigt niet ontbinding huurovereenkomst
- Huurachterstand rechtvaardigt niet ontbinding huurovereenkomst
- Vordering niet mede ingesteld tegen echtgenoot: ontbinding afgewezen
- Veroordeling tot ontruiming tenzij verzoek om schuldhulp wordt geaccepteerd
- Na ontbinding niet opnieuw dagvaarden voor gebruikersvergoeding: er is al een vonnis
Ontruiming misbruik van bevoegdheid
Wanneer een vonnis, waarbij de huurovereenkomst is ontbonden, onherroepelijk is geworden, dan is het slechts in uitzonderingssituaties mogelijk om ontruiming toch tegen te houden. Dat zal het geval kunnen zijn indien:
- het vonnis een evidente (juridische of feitelijke) misslag bevat, of;
- na het vonnis nieuwe feiten hebben voorgedaan of bekend zijn geworden, waardoor aan de zijde van de huurder een noodtoestand zou ontstaan en een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard, danwel;
- de verhuurder met de tenuitvoerlegging van het vonnis (anderszins) misbruik maakt van zijn bevoegdheid.
Het zal duidelijk zijn dat dakloosheid op zichzelf geen noodtoestand oplevert. Hiervan kan wel sprake zijn wanneer bijvoorbeeld de huurder na het vonnis ernstig ziek is geworden.
Er kan ook sprake zijn van misbruik van bevoegdheid wanneer een betalingsregeling nagekomen wordt, terwijl overeengekomen is of de verwachting werd gewekt dat met de betaling de ontruiming geen doorgang zou vinden. Het is dus van groot belang om bij een betalingsvoorstel duidelijk overeen te komen dat er niet zal worden ontruimd.
Uitspraken:
- Noodtoestand situatie huurder: ten uitvoerlegging vonnis misbruik van bevoegdheid
- Na niet nakomen betalingsregeling alsnog ontruimen: geen misbruik van bevoegdheid
- Verhuurder gebonden aan toezegging deurwaarder dat betaling de ontruiming voorkomt
- Verwachting gewekt dat betaling ontruiming voorkomt: verhuurder had niet mogen ontruimen
- Vordering wederom vlak voor ontruiming voldaan: toch ontruiming
- Huurder krijgt de gelegenheid om alsnog vordering te voldoen, om ontruiming te voorkomen
- Verhuurder hoeft niet meer in te stemmen met een betalingsregeling
- Misbruik van bevoegdheid: verhuurder wil ontruiming voor ander doel (overlast) gebruiken
- Beëindiging wsnp: ontruiming misbruik van bevoegdheid bij nakoming betalingsregeling
Beslag op de huurtoeslag
Er geldt een beslagverbod voor huurtoeslag. Er is echter één uitzondering: De verhuurder kan voor een huurschuld beslag op de huurtoeslag leggen. In de wet staat dat beslag op de huurtoeslag mogelijk is voor: “een vordering tot nakoming van een betalingsverplichting wegens een geleverde prestatie waarbij de betalingsverplichting ter zake van die prestatie oorzaak is voor de tegemoetkoming”. (art. 45 Awir)
Deze formulering roept de vraag op hoe nauw het verband moet zijn tussen de huurschuld en de huurtoeslag om beslag te mogen leggen. De te betalen huur moet immers ‘oorzaak zijn’ voor de huurtoeslag. Nu de huurtoeslag per kalenderjaar wordt vastgesteld is het verdedigbaar dat er geen beslag mogelijk is voor een huurschuld die betrekking heeft op een periode voorafgaand aan dit kalenderjaar. De Rechtbank Almelo oordeelde echter anders: een beslag op de kinderopvangtoeslag is ook mogelijk voor een oude kinderopvangschuld.
Wanneer geldig beslag op de huurtoeslag is gelegd valt de gehele huurtoeslag onder het beslag. De beslagvrije voet is bij beslag op de huurtoeslag niet van toepassing. Wat betekent dit wanneer naast beslag op de huurtoeslag, er ook beslag op het inkomen ligt, of op het inkomen wordt verrekend? Als er niets gebeurt zou dit betekenen dat de debiteur ernstig in de financiële problemen komt. De beslagvrije voet moet echter vanwege de hogere woonkosten hoger worden vastgesteld. De beslagvrije voet wordt namelijk verhoogd met de woonkosten, na aftrek van de normhuur en de ontvangen huurtoeslag (zie art. 475d lid 5 onder b Rv). De rechtbank Den Bosch heeft bepaald dat wanneer beslag op de toeslag is gelegd, de beslagvrije voet die geldt voor beslag op het inkomen, niet met de toeslag mag worden verminderd. Betrokkene kan immers feitelijk niet over de toeslag beschikken.
Er geldt bij beslag op de huurtoeslag dus geen beslagvrije voet. Bij een laag inkomen kan dit tot gevolg hebben dan het totale inkomen lager is dan de beslagvrije voet. Er bestaat dan de mogelijkheid dat de kantonrechter op verzoek de beslagvrije voet van toepassing kan verklaren. Voorwaarde is wel dat de debiteur aantoont over onvoldoende middelen van bestaan te beschikken. Zie onder uitspraken en meer informatie.
Uitspraken:
- Hoogte beslagvrije voet loonbeslag wanneer ook beslag op (huur)toeslag is gelegd
- Beslag op (huur)toeslag niet voor oude (huur)schuld toegestaan
- Beslag op (kinderopvang)toeslag ook voor oude (kinderopvang)schuld toegestaan
- Rechter past beslagvrije voet toe bij beslag op huurtoeslag (Rb Arnhem)
- Rechter past op verzoek beslagvrije voet toe bij beslag op (huur)toeslag (Rb Den Haag)
- Rechter past beslagvrije voet toe bij beslag op huur- en zorgtoeslag (Rb Arnhem)
- Geen beslagvrije voet bij beslag op toeslag. beslagvrije voet loonbeslag moet worden aangepast
Meer informatie:
- Verbod beslag op huurtoeslag door vorige verhuurder
- Proefprocedure KBvG-LOSR over gevolgen beslag op toeslag
- Rechter past beslagvrije voet toe bij zorgtoeslag
- Verzoek om de beslagvrije voet bij beslag op de huurtoeslag van toepassing te verklaren
- Hoogte beslagvrije voet wanneer zorg- of huurtoeslag niet ontvangen wordt
- Combinatie beslag inkomen en beslag / verrekenen toeslag
Huurschuld en wsnp
Bij een bedreigende situatie kan de debiteur een verzoek tot toepassing van de wsnp indienen en tegelijk om een voorlopige voorziening vragen. Van een bedreigende situatie is sprake bij:
- een gedwongen ontruiming;
- beëindiging van de levering van gas, elektra of water;
- opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering.
Indien de rechtbank de voorlopige voorziening verleent mag gedurende 6 maanden niet worden ontruimd, afgesloten en de zorgverzekering mag niet worden opgezegd of ontbonden.
Wanneer de debiteur is toegelaten tot de wsnp kan de verhuurder de huurovereenkomst niet opgezeggen of ontbinden vanwege een huurschuld die betrekking heeft op de periode voorafgaand aan de wsnp. Een vonnis tot ontruiming wordt gedurende de wsnp opgeschort, mits de lopende huurtermijnen worden voldaan. Opzegging en ontbinding van een tijdens de wsnp ontstane huurschuld is wel mogelijk.
Uitspraken:
- Huurachterstand van vóór toepassing WSNP: afwijzing verzoek ontbinding
- Na ontruiming niet nakomen betalingsregeling te wijten aan psychiatrische problematiek
- Niet voorshands onaannemelijk dat verzoeker toegelaten wordt tot schuldsaneringsregeling
- Belang schuldenaar bij oplossing schulden weegt zwaarder dan belang verhuurder
- Moratorium ivm ontruiming toegewezen voor 2 maanden met verlenging 4 maanden
- Criterium moratorium: de intentie hebben om tot een fatsoenlijke schuldhulpregeling te komen
- Afwijzing: Alleenstaande man 35 jaar: twee keer eerder veroordeeld vanwege huurachterstand
- Afwijzing: Verzoek onvoldoende onderbouwd, geen ontruiming gepland
Inboedel bij ontruiming
Als een ontruiming niet meer te voorkomen is doet de huurder er verstandig aan zelf zijn inboedel uit de woning te halen en ergens op te slaan. Dit bespaart veel kosten en de inboedel blijft bewaard.
Wanneer de huurder niets onderneemt zal de deurwaarder tot ontruiming overgaan. De taak van de deurwaarder is beperkt tot het leeg halen van de woning. Door de inboedel aan de straat te zetten heeft de deurwaarder in principe zijn taak volbracht.
Meestal verbiedt de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) het aan de openbare weg laten staan van goederen. Dat is ook de reden dat de deurwaarder de gemeente op de hoogte dient te brengen van datum en tijdstip van de ontruiming. De gemeente heeft dan de bevoegdheid de goederen af te voeren en op te slaan. Wanneer de eigenaar de goederen niet binnen 13 weken tegen betaling van de afvoer- en opslagkosten ophaalt, is de gemeente bevoegd de goederen te verkopen, te schenken of te vernietigen.
Er zijn gemeenten die vinden het de verantwoordelijkheid van de verhuurder om er voor te zorgen dat de inboedel niet op straat komt te liggen. Zij doen dit door middel van een preventieve aanzegging van bestuursdwang: De verhuurder dient er voor te zorgen dat de inboedel niet op straat komt te liggen. Mocht dit wel gebeuren dan zal de gemeente de inboedel op kosten van de verhuurder verwijderen. Deze werkwijze is volgens de Raad van State geoorloofd.
Uitspraken:
- Bij ontruiming deel goederen terecht vernietigd
- Deurwaarder gerechtigd na ontruiming inboedel aan de openbare weg te plaatsen
- Taak deurwaarder bij ontruiming t.a.v. inboedel 1
- Taak deurwaarder bij ontruiming t.a.v. inboedel 2
- Aansprakelijkheid verhuurder verloren gegane inboedel (bewijslast)
- Verhuurder aansprakelijk voor verloren gegane inboedel
- Schade inboedel ontruiming: niet verrekenen met nieuwe huur, onvoldoende samenhang
- Verhuurder heeft na 6 weken opslag inboedel terecht afgevoerd naar grof vuil
- Gemeente niet aansprakelijk vanwege het niet opslaan van inboedel
- Preventieve bestuursdwang: verhuurder verantwoordelijk voor inboedel 1
- Preventieve bestuursdwang: verhuurder verantwoordelijk voor inboedel 2
- Preventieve bestuursdwang: verhuurder verantwoordelijk voor inboedel 3
- Aanzegging preventieve bestuursdwang niet ontvangen
- Deurwaarder heeft gemeente wel op de hoogte gebracht van ontruiming
- Politie dient bij verlenen assistentie bevoegdheid deurwaarder te controleren
- Ten onrechte vernietigde inboedel
- Apart vonnis nodig om kosten ontruiming (opslag, vernietiging e.d.) te verhalen
- Deurwaarder handelt zorgvuldig door bij ontruiming dierenambulance in te schakelen
