SchuldInfo

Juridische info voor hulpverleners

 
 

Verhoog de beslagvrije voet voor verblijf in inrichting

Bron: André Moerman

25/02/2018 10:34 uur

Door een letterlijke interpretatie van de wet stellen deurwaarders de beslagvrije voet die geldt voor mensen die in een verpleeg- of verzorghuis verblijven zo’n 11 euro per maand te laag vast. Dit lijkt misschien weinig, maar de speciale beslagvrije voet die afgeleid is van de zogenaamde zak- en kleedgeldnorm, is een laag bedrag waarvoor elke euro telt. Wanneer je in de wetsgeschiedenis uit 2005 duikt wordt duidelijk dat de wetgever de wettekst anders bedoeld heeft. Grammaticale of wetshistorische interpretatie? De Wet vereenvoudiging beslagvrije voet die in het Staatsblad heeft gestaan, maar nog ingevoerd moet worden, bevestigt de wetshistorische interpretatie. Reden om niet te wachten op de wetswijziging maar nu de beslagvrije voet te verhogen!





Hoe staat het in de wet?
In art. 475d lid 3 Rv staat over de vaststelling van de beslagvrije voet bij verblijf in een verpleeg- of verzorghuis het volgende:

“Indien de schuldenaar ter verzorging of verpleging in een daartoe bestemde inrichting is opgenomen bedraagt de beslagvrije voet de prijs die is verschuldigd voor verzorging dan wel verpleging. De beslagvrije voet wordt verhoogd met twee derden van de bijstandsnorm genoemd in artikel 23 van de Participatiewet.”

Het basisbedrag is dus gelijk aan twee derden van de zogenaamde zak- en kleedgeldnorm. In art. 23 Participatiewet staat:

"1 Bij een verblijf in een inrichting is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder: € 314,13;
b. gehuwden: € 488,61.
2 Het bedrag van de norm, bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd met:
a. voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 34,00;
b. voor gehuwden € 81,00.
3 Indien een van de gehuwden in een inrichting verblijft, is de norm de som van de normen die voor ieder van hen als alleenstaande of alleenstaande ouder zouden gelden."



Grammaticale interpretatie
Wanneer je de wettekst letterlijk neemt dan is het basisbedrag van de beslagvrije voet gelijk aan twee derden van de norm in art. 23 Pw. Dit betekent dat de beslagvrije voet voor een alleenstaande ouder of alleenstaande gelijk is aan:
2/3 van ( 314,13 + 34 ) = 232,09.
Dit is het bedrag waar de meeste gerechtsdeurwaarders vanuit gaan.


Wetshistorische interpretatie
Wanneer je de totstandkoming van deze wettekst erbij betrekt dan wordt duidelijk dat de wetgever heeft bedoeld dat het basisbedrag van de beslagvrije voet voor een alleenstaande ouder of alleenstaande gelijk is aan:
(2/3 van 314,13 ) + 34 = 243,42. Dus ruim 11 euro meer!

De speciale bijstandsnorm opgenomen in art. 23 van de Participatiewet is namelijk met invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 gewijzigd. Voor 1 januari 2006 was een apart bedrag voor de ziekenfondspremie in de norm opgenomen. Dit kwam te vervallen. In de plaats daarvan moest de inrichtingsnorm verhoogd worden met de zogenaamde normpremie: voor alleenstaande (ouders) € 34 en voor gehuwden € 81. Dit bedrag is dus nodig om de zorgpremie te kunnen voldoen. In de toelichting bij deze aanpassing staat:

“Het uitgangspunt dat de premie voor een zorgverzekeraar die op grond van de Zorgverzekeringswet is verschuldigd, niet uit het normbedrag voor personen in inrichtingen bepaling die tot de invoering van de Zorgverzekeringswet is verschuldigd niet uit het normbedrag kan worden voldaan, blijft echter gelden. In verband hiermee wordt het normbedrag genoemd in dat artikel verhoogd met de uiteindelijk ten laste van de betrokkene blijvende premie.”

Deze verhoging is dus bedoeld om de zorgpremie te betalen en zou dan ook bij de beslagvrije voet volledig meegenomen moeten worden en niet slechts voor twee derden.

Zowel door de belastingdienst als voor de berekening van het vrij te laten bedrag (vtlb) voor de wsnp wordt uitgegaan van deze wetshistorische interpretatie


Wet vereenvoudiging beslagvrije voet bevestigt
De wetshistorische interpretatie zal na invoering van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet tot wet worden verheven. De wet wordt zo aangepast dat in het nieuwe art. 475e lid 4 Rv komt te staan:

"4. Indien de schuldenaar ter verzorging of verpleging in een daartoe bestemde inrichting is opgenomen, bedraagt de beslagvrije voet de prijs die is verschuldigd voor verzorging dan wel verpleging, verhoogd met:
a. twee derde van de bijstandsnorm, genoemd in artikel 23, eerste lid, van de Participatiewet;
b. het bedrag, genoemd in artikel 23, tweede lid, van de Participatiewet."


Uit de Memorie van toelichting blijkt dat hiermee geen wijziging is beoogd, maar slechts een verduidelijking:

“Het vierde lid vormt daarnaast een herhaling van het huidige artikel 475d, vierde lid. Waarbij verduidelijkt is dat het 2/3 deel enkel geldt voor de zak- en kleedgeldnorm en niet voor de verhoging op basis van onderdeel b.”


Verhoog de beslagvrije voet
In de toelichting op de wetswijziging wordt nog eens duidelijk onderstreept wat de wetgever bedoeld heeft. Daarover kan geen misverstand meer bestaan. Deurwaarders, wacht niet tot invoering van deze wet maar verhoog nu de beslagvrije voet!


Meer informatie
- Interpretatieverschillen hoogte beslagvrije voet verblijf inrichting
Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht