SchuldInfo

Juridische info voor hulpverleners

 
 

Beslagvrije voet bij hoge woonlasten

Bron: André Moerman

04/02/2018 13:57 uur

Mensen met hoge woonlasten kunnen bij loonbeslag vaak de huur of hypotheek niet meer betalen. Bij de berekening van de beslagvrije voet wordt namelijk maar voor een beperkt deel rekening gehouden met deze woonlasten. De rechtbank Midden-Nederland heeft in een geschil beslist dat in deze individuele situatie op grond redelijkheid en billijkheid rekening moet worden gehouden met de werkelijke woonlasten. Het is echter niet zeker hoe de rechter in een andere individuele situatie zal oordelen. De Wet vereenvoudiging beslagvrije voet bevat een regeling voor hoge woonlasten en moet uitkomst gaan bieden.





Verhoging beslagvrije voet gemaximeerd

De beslagvrije voet wordt verhoogd met de woonkosten en verminderd met de normhuur (2018: € 208,14) en de ontvangen huurtoeslag. De verhoging van de beslagvrije voet, mag in totaal niet meer mag bedragen dan het huurtoeslagbedrag waarop betrokkene, uitgaande van de laagste inkomenscategorie ten hoogste aanspraak heeft.
Dit betekent bijvoorbeeld dat bij een alleenstaande de beslagvrije voet maximaal verhoogd kan worden met € 354,99 aan woonkosten. Zie totaaloverzicht met alle maximumbedragen.


Voorbeeld
Bij een alleenstaande zijn de volgende gegevens van toepassing:
- loon € 2500
- huur € 1000
- premie ziektekostenverzekering € 120

De beslagvrije voet bedraagt dan
- basisbedrag beslagvrije voet €   892,91
- verhoging woonkosten           €   354,99
- verhoging ivm premie             €     86,00
Beslagvrije voet                         € 1161,90

Dit voorbeeld maakt duidelijk dat deze beslagvrije voet zelfs al niet voldoende is om de vaste lasten mee te betalen. Dit terwijl goedkoper wonen, zeker gelet op het inkomen, vaak geen optie is.


Uitspraak rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland moest oordelen over een vordering tegen de belastingdienst om de loonvordering (vereenvoudigd loonbeslag) rekening te houden met hoge woonlasten. De voorzieningenrechter overweegt:

“Gelet op hetgeen [eiseres] over haar financiële situatie naar voren heeft gebracht is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk geworden dat zij bij hantering van de huidige beslagvrije voet in een noodsituatie komt te verkeren. Vast staat dat de werkelijke woonlasten van [eiseres] (€ 1.013,60) ruim € 700,00 hoger liggen dan de woonlasten waarmee de Belastingdienst rekening heeft gehouden (€ 309,23). Daarbij heeft [eiseres] ter zitting voldoende onderbouwd dat er voor haar geen mogelijkheden zijn om in Amsterdam en omgeving, aan welke omgeving zij gebonden is vanwege haar schoolgaande kinderen, een betaalbare woning te vinden. De Belastingdienst heeft ter zitting erkend dat zij bekend is met de lastige woningmarkt in Amsterdam. De gemachtigde van [eiseres] heeft daarnaast verklaard dat zelfs indien [eiseres] haar huidige woning zou moeten verlaten, [eiseres] ondanks de urgentieverklaring die zij dan zou krijgen, niet direct een betaalbare woning kan vinden nu er in Amsterdam nog 100 mensen zijn die een urgentieverklaring hebben.”

Het verzoek om met terugwerkende kracht aanpassen van de beslagvrije voet wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd:

“Omdat er sprake is van een uitzonderingssituatie waarbij wordt afgeweken van een dwingendrechtelijke bepaling, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de Belastingdienst deze procedure niet had kunnen voorkomen en dat in die zin ook niet gezegd kan worden dat de Belastingdienst in het ongelijk wordt gesteld. De voorzieningenrechter ziet dan ook aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.”


Wetswijziging
De stap naar de rechter om de beslagvrije voet verhoogd te krijgen is een enorme drempel. Bovendien is de uitkomst niet zeker en zal van geval tot geval verschillen. Wet vereenvoudiging beslagvrije voet moet uitkomst gaan bieden. Deze wetswijziging bevat een speciale regeling voor mensen met hoge woonlasten. Bij woonkosten hoger dan € 782 kan de beslagvrije voet op verzoek voor een periode van 6 maanden met het meerder worden verhoogd. Dit kan nog met een extra periode van 6 maanden worden verlengd onder voorwaarde dat de vordering in deze periode kan worden voldaan.
Ten opzichte van de huidige situatie is dit een enorme verbetering. De periode van maximaal 12 maanden is echter wel beperkt. De wetgever heeft hiervoor gekozen vanuit de gedachte dat de schuldenaar ‘de tering naar de nering moet zetten’. Met een hoog inkomen goedkoper gaan wonen is echter in de praktijk vaak moeilijk realiseerbaar. Meestal zal het inkomen te hoog zijn om volgens de lokale woningtoewijzingsystemen voor een goedkopere woning in aanmerking te komen.
De wetswijziging gaat naar verwachting in per 1 januari 2019.


Verzoek aan schuldeiser / deurwaarder
De aangekondigde wetswijziging maakt duidelijk dat de wetgever oog heeft voor het probleem dat de huidige berekening van de beslagvrije voet onvoldoende rekening houdt met hoge woonlasten. Schuldeisers / deurwaarders zouden hierop moeten anticiperen door een goed onderbouwd verzoek om verhoging van de beslagvrije voet te honoreren. Een te lage beslagvrije voet leidt immers tot nieuwe schulden.
Wordt het verzoek afgewezen dan is een executiegeschil te overwegen. Maar let wel, de uitkomst hiervan is bepaald niet zeker omdat je dan vraagt af te wijken van een wettelijke regeling, c.q. te anticiperen op toekomstige wetgeving.


Meer informatie
- Rb Midden-Nederland 24 januari 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:204
- Hof Amsterdam 11 augustus 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:3271
- Rb Arnhem 14 maart 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BP7560 (voorlopige voorziening WSNP) 
- Bestaansminimum beter beschermd. Over de wet vereenvoudiging beslagvrije voet


Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht