SchuldInfo

Juridische info voor hulpverleners

 
 

Halvering beslagvrije voet ivm niet verstrekken bankafschriften

Bron: André Moerman

25/06/2017 09:36 uur

Het inkomen van de partner is van invloed op de hoogte van de beslagvrije voet. Wanneer de debiteur geen informatie verstrekt over het inkomen van de partner mag de deurwaarder de beslagvrije voet halveren. Maar welke bewijsstukken mag de deurwaarder hiervoor vragen? De rechtbank Overijssel moest oordelen over de situatie dat de deurwaarder de beslagvrije voet had gehalveerd vanwege het niet verstrekken van drie maanden bankafschriften.





De feiten
Debiteur X heeft per e-mail aan de deurwaarder doorgegeven dat zijn partner geen inkomen heeft. De deurwaarder nam hier geen genoegen mee en wilde bankafschriften over de voorgaande drie maanden hebben, op straffe van halvering van de beslagvrije voet. De bankafschriften werden niet verstrekt, waarop de beslagvrije voet werd gehalveerd.
De debiteur heeft, vertegenwoordigd door advocaat H.A. Stein, zowel de schuldeiser als het deurwaarderskantoor gedagvaard en onder meer teruggave van de teveel ingehouden bedragen gevorderd. De Rechtbank Overijssel oordeelt als volgt.


Wettelijk kader
De gevolgen voor het niet verstrekken van informatie over het inkomen van de partner is geregeld in art. 475g lid 2 Rv. Daarin staat:
“Zo lang als de schuldenaar desgevraagd niet aan de beslaglegger of diens vertegenwoordiger opgeeft of en hoeveel inkomen toekomt aan degene aan wie samen met hem gezinsbijstand zou kunnen toekomen, wordt de beslagvrije voet gehalveerd. “


Moeten bankafschriften worden verstrekt?
“De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bepaalde in artikel 475g lid 2 Rv niet zover strekt dat de daarin bedoelde opgave impliceert dat dit moet geschieden met overlegging van bescheiden als bankafschriften. Dat neemt niet weg dat onder omstandigheden de afgifte van zodanige stukken wel in redelijkheid kan worden verlangd, waarbij bij niet nakoming toepassing van de sanctie volgens genoemd artikellid gerechtvaardigd zou kunnen zijn. Bijvoorbeeld indien de beslaglegger onderbouwd aantoont dat de verstrekte informatie, i.c. de opgave dat er geen inkomen is aan de zijde van de vrouw, onjuist zou zijn.

Met de opgave van 18 februari 2017 inhoudende dat zijn partner geen inkomen geniet, heeft X naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter voldaan aan zijn verplichting ex artikel 475g lid 2 Rv. In zoverre was BoitenLuhrs niet gerechtigd om op basis van dat artikellid de beslagvrije voet te halveren om de reden dat X die verplichting niet zou hebben nageleefd.

In het onderhavige geval gaat de informatieverplichting naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet zover dat ook bankafschriften (hadden) moeten worden overgelegd met als sanctie halvering van de beslagvrije voet, op de grond dat de gedane inkomensopgave aantoonbaar onjuist was. BoitenLuhrs heeft bloot een vermoeden aangevoerd dat de partner van X mogelijk wel inkomen zou hebben vanwege door BoitenLuhrs kennelijk op het internet waargenomen informatie waaruit BoitenLuhrs pogingen om inkomen te verwerven afleidt. Gesteld noch gebleken is evenwel dat de partner van X (een) inkomen had. X heeft ter zitting volhardt in zijn stelling dat zodanig inkomen er niet is, ongeacht hetgeen op internet staat.

Dit brengt de voorzieningenrechter tot het voorlopig oordeel dat jegens X op onjuiste grondslag en onrechtmatig tot halvering van de beslagvrije voet is overgegaan.”


Restitutie teveel ingehouden bedragen
“X heeft gevorderd dat van het ten behoeve van Y c.s. onterecht ingehouden bedrag nog een bedrag van € 1.005,73 onverwijld aan hem terugbetaald moet worden, welke restitutie in verband met zijn financiële omstandigheden c.q. levensonderhoud voor hem van dringend belang is.
BoitenLuhrs heeft geen verweer gevoerd tegen de desbetreffende vordering (…) en heeft verklaard voor zover het in haar macht lag, het teveel geďnde namens Y c.s. reeds te hebben gerestitueerd. De door Y aangevoerde omstandigheid dat zij al lang op voldoening van hun schuld wachten, kan, zoals X heeft betoogd en Y c.s. niet hebben betwist, niet leiden tot verrekening van het teveel geďnde met die schuld.
Deze vordering zal dan ook worden toegewezen, zij het, gezien het vorenstaande, alleen jegens Y c.s. als opdrachtgever c.q. beslaglegger.”


Proceskostenveroordeling
“Y c.s. en BoitenLuhrs zullen hoofdelijk, des dat de een betalende de ander is bevrijd, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De voorzieningenrechter acht onvoldoende gronden aanwezig om over te gaan tot veroordeling van Y c.s. in de volledige proceskosten. Met toepassing van het liquidatietarief worden de kosten aan de zijde van X begroot op:
- dagvaarding         €   99,90
- griffierecht           €   78,00
- salaris advocaat   €  816,00
Totaal                    € 993,90


Meer informatie
- Rb Overijssel 23 juni 2017, C/08/202093 / KG ZA 17-167
- Achtergrondinfo verlaging beslagvrije voet ivm niet verstrekken informatie
Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht