SchuldInfo

Juridische info voor hulpverleners

 
 

Deurwaarder berispt ivm schending beslagvrije voet bij bankbeslag

Bron: André Moerman

19/11/2016 19:30 uur

Bij beslag op de bankrekening geldt geen beslagvrije voet. Het banksaldo wordt volledig afgedragen aan de deurwaarder. Wel kan de uitwinning van het bankbeslag onder omstandigheden misbruik van bevoegdheid opleveren, namelijk wanneer dit het enige bedrag is dat de schuldenaar heeft om mee rond te komen. Het is aan de schuldenaar om dit aannemelijk te maken. Wanneer er geen bereidheid is om een deel van het banksaldo, bijvoorbeeld gelijk aan de beslagvrije voet, vrij te laten, kan de schuldenaar tegen de beslaglegger een executiegeschil starten. Voor menig schuldenaar een behoorlijk hoge drempel. Klagen bij de tuchtrechter had tot voor kort weinig kans van slagen, omdat de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders alleen een bewuste omzeiling van de beslagvrije voet tuchtrechtelijk laakbaar achtte. In verschillende uitspraken wordt de klager naar de executierechter verwezen. Daar lijkt verandering in te komen. De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders en in hoger beroep het Hof Amsterdam leggen een deurwaarder een berisping op, omdat ondanks dat de schuldenaar alle informatie heeft verstrekt, er geen rekening werd gehouden met de beslagvrije voet.




Aanleiding
Een deurwaarder heeft beslag op een bankrekening gelegd. Op de bankrekening was net het salaris gestort. Het bankbeslag had tot gevolg dat dit volledige bedrag werd afgedragen aan de deurwaarder. De schuldenaar heeft verzocht rekening te houden met de beslagvrije voet en hiervoor gegevens overlegt aan de deurwaarder. De deurwaarder heeft dit verzoek niet gehonoreerd. Een klacht tegen de deurwaarder bij de Kamer voor gerechtsdeurwaarders werd door de voorzitter als kennelijk ongegrond afgedaan. De schuldenaar heeft hiertegen verzet aangetekend  en met succes. De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders geeft de schuldenaar gelijk en legt de deurwaarder een berisping op. De deurwaarder is het hiermee niet eens en gaat in hoger beroep. Het Hof Amsterdam oordeelt als volgt.


Beoordeling

6.1.
Het hof stelt het volgende voorop. De wetgever heeft aan vorderingen tot periodieke betaling van onder meer loon en uitkeringen een beslagvrije voet verbonden, teneinde te waarborgen dat de beslagene in staat blijft om tenminste nog de kosten van de primaire levensbehoeften te voldoen. Aan een vordering van een beslagene op zijn bankinstelling is geen beslagvrije voet verbonden, zodat bij een bankbeslag in beginsel geen rekening hoeft te worden gehouden met de beslagvrije voet. Onder omstandigheden kan echter sprake zijn van misbruik van recht indien beslag wordt gelegd op een bankrekening die uitsluitend door een uitkering of loon wordt gevoed, terwijl de beslagene geen ander inkomen heeft, waaruit zijn primaire levensbehoeften kunnen worden voldaan en de gerechtsdeurwaarder met die omstandigheid bekend is of moest zijn.

6.2.
Volgens klager heeft hij aan de gerechtsdeurwaarder de nodige stukken verstrekt, waaronder bankafschriften van zichzelf, zijn vriendin en zijn dochter, op grond waarvan de gerechtsdeurwaarder had kunnen vaststellen dat ten aanzien van de bewuste bankrekening het loon van klager de enige bron van inkomsten was. De gerechtsdeurwaarder heeft de door klager bedoelde stukken ontvangen; tevens maken zij deel uit van het dossier waarover het hof beschikt. De gerechtsdeurwaarder heeft het standpunt ingenomen dat hij terecht geen beslagvrije voet heeft toegepast.

6.3.
Op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting acht het hof aannemelijk dat klager aan de gerechtsdeurwaarder afdoende stukken heeft verstrekt op basis waarvan deze onder de omstandigheden van het geval tot toepassing van de beslagvrije voet had moeten overgaan. Er was onvoldoende aanleiding om te veronderstellen dat de beslagen bankrekening door andere inkomsten dan het loon van klager werd gevoed of dat er nog andere inkomsten zouden zijn. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de gerechtsdeurwaarder heeft verklaard ook niet via de weg van artikel 475g lid 4 Rv (UWV-polis) te hebben geïnformeerd naar bronnen van inkomsten van klager. Door in dit geval niet onverwijld over te gaan tot toepassing van de beslagvrije voet, nadat klager hem daartoe had verzocht en de benodigde gegevens had verstrekt, heeft de gerechtsdeurwaarder naar het oordeel van het hof tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

Een en ander klemt des te meer, nu uit de stukken blijkt dat het bankbeslag doel trof voor een lager bedrag dan de beslagvrije voet die voor klager gold, zodat te verwachten was dat klager door het bankbeslag in ernstige financiële problemen zou geraken en niet meer in zijn primaire levensbehoeften zou kunnen voorzien, terwijl het, gezien het moment van beslaglegging, bovendien nog geruime tijd zou duren alvorens hij opnieuw loon zou ontvangen.

Dat er na het leggen van het beslag nog diverse afschrijvingen hebben plaatsgevonden, zoals in de e-mail van de gerechtsdeurwaarder van 4 augustus 2015 is vermeld, doet aan het voorgaande niet af. Uit de stukken blijkt immers dat deze afschrijvingen slechts hebben kunnen plaatsvinden doordat gebruik is gemaakt van de door de bank aan de rekening toegekende kredietruimte en klager hierdoor dus ‘rood’ kwam te staan.

6.4.
Het voorgaande houdt in dat de kamer de klacht terecht gegrond heeft verklaard. Gezien de ernst van het feit is het hof van oordeel dat de maatregel van berisping passend en geboden is, zoals ook door de kamer opgelegd. Het hof zal de beslissing van de kamer dan ook bevestigen.

6.5.
Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.

6.6.
Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.


Beslissing

Het hof bevestigt de bestreden beslissing.


Meer informatie
- Hof Amsterdam 15 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4538
- Voorbeeldbrief verzoek toepassing beslagvrije voet bij bankbeslag
- Achtergrondinfo bankbeslag


Voorbeelden van eerdere tuchtuitspraken
- Kamer voor gerechtsdeurwaarders 12 mei 2015, ECLI:NL:TGDKG:2015:93
- Kamer voor gerechtsdeurwaarders 3 maart 2015, ECLI:NL:TGDKG:2015:26
- Kamer voor gerechtsdeurwaarders 20 mei 2014, ECLI:NL:TGDKG:2014:93
- Kamer voor gerechtsdeurwaarders 7 januari 2014, ECLI:NL:TGDKG:2014:3
- Kamer voor gerechtsdeurwaarders 7 januari 2014, ECLI:NL:TGDKG:2014:2
Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht