SchuldInfo

Juridische info voor hulpverleners

 
 

Beslag onder belastingdienst: beslagvrije voet niet standaard op nihil!

Bron: André Moerman

13/03/2016 16:29 uur

Bij beslag op de voorlopige teruggaaf belastingen moet de deurwaarder rekening houden met de beslagvrije voet. Een veelvoorkomend probleem is dat deurwaarders standaard de beslagvrije voet op nihil zetten. De Kamer voor gerechtsdeurwaarders oordeelde dat dit geoorloofd is indien de debiteur ondanks een verzoek daartoe geen informatie heeft verstrekt. Het Hof Amsterdam ziet dit anders, vernietigt deze beslissing en legt de deurwaarder de maatregel van berisping op.





Beslagvrije voet voor de voorlopige teruggaaf
Met de introductie van de heffingskortingen in 2001 is geregeld dat de beslagvrije voet geldt bij beslag onder de belastingdienst op de periodieke uitbetaling van de voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting. De reden hiervoor is dat de heffingskorting bij een minimum inkomen een noodzakelijk inkomen is om aan het bestaansminimum te komen.
De aanleiding om de beslagvrije voet van toepassing te verklaren was de introductie van de heffingskortingen. De wet is echter zodanig geformuleerd dat de beslagvrije voet ook geldt bij beslag op een voorlopige teruggaaf om andere redenen, bijvoorbeeld vanwege de hypotheekrenteaftrek.


Geen informatie verstrekt
Om de beslagvrije voet vast te kunnen stellen is veel informatie nodig:
- alle inkomsten van de debiteur;
- alle inkomsten van de partner;
- woonkosten, w.o. de huurtoeslag
- premie ziektekostenverzekering, w.o. de zorgtoeslag;
- leeftijden minderjarige kinderen en het ontvangen kindgebonden budget.
Wanneer de debiteur geen informatie verstrekt kan dit in de volgende situaties gevolgen hebben voor de hoogte van de beslagvrije voet.

Echtgenoot / partner:
Zolang er geen informatie wordt verstrekt over het inkomen van de echtgenoot/partner, mag de beslagvrije voet gehalveerd worden.

Alleenstaande(ouder):
Indien het periodieke inkomen van de alleenstaande(ouder) bij de beslaglegger niet bekend is mag de beslagvrije voet vastgesteld worden op 72% in plaats van 90% van de toepasselijke bijstandsnorm.


Er zal wel een ander inkomen zijn…

Bij beslag onder de belastingdienst heeft de verlaging van de beslagvrije voet vanwege het niet verstrekken van informatie het bijzondere effect dat er feitelijk meestal niets onder het beslag zal vallen. De voorlopige teruggaaf zal immers vaak lager zijn dan 50% of 72% van de beslagvrije voet. Dat is de reden waarom deurwaarders de beslagvrije voet bij beslag onder de belastingdienst meestal op nihil zetten. De onderliggende veronderstelling is dat de debiteur over een ander inkomen beschikt waarop geen beslag is gelegd en dat in mindering mag worden gebracht op de beslagvrije voet.
Maar is deze werkwijze wel geoorloofd? De Kamer voor gerechtsdeurwaarders vond van wel. Het hof Amsterdam oordeelt in hoger beroep anders.


Oordeel Hof Amsterdam

Artikel 475g, lid 1, Rv schrijft voor dat een deurwaarder die beslag heeft gelegd verplicht is om aan de schuldenaar op te geven hoeveel zijn beslagvrije voet bedraagt, berekend volgens het bepaalde in artikel 475d Rv. Het hanteren van een beslagvrije voet van nihil kan, zoals blijkt uit artikel 475d, lid 6, Rv, gerechtvaardigd zijn als degene die recht heeft op de voorlopige teruggaaf voldoende voor beslag vatbare andere periodieke inkomsten geniet waarop geen beslag is gelegd. In deze procedure is echter niet gebleken dat [het kantoor] of de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder bekend was met andere voor beslag vatbare periodieke inkomsten van klager. Enkel is een vragenformulier aan het exploot van betekening van het verstekvonnis van 19 mei 2011 toegevoegd, waarin om de inkomsten van klager (en zijn eventuele partner) is gevraagd. Voor het zonder meer vaststellen van de beslagvrije voet op nihil ontbrak dus een wettelijke grondslag. Dat klager om informatie over zijn financiële situatie was gevraagd en hij daaraan geen gehoor had gegeven, was daartoe niet voldoende. Het voorgaande brengt mee dat dit klachtonderdeel gegrond zal worden verklaard.”

Het Hof vernietigt de beslissing van de Kamer voor gerechtsdeurwaarders, verklaart de klacht gerond en legt de deurwaarder de maatregel van berisping op.


Meer informatie
- Hof Amsterdam 1 maart 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:767
- Bestreden beslissing Kamer voor gerechtsdeurwaarders 1 september 2015, ECLI:NL:TGDKG:2015:239
- Achtergrondinfo: beslag onder de belastingdienst
Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht