SchuldInfo

Juridische info voor hulpverleners

 
 

Beslagvrije voet niet met terugwerkende kracht want geld is al afgedragen. Maar is dat wel zo?

Bron: André Moerman

12/07/2015 16:30 uur

Wanneer de beslagvrije voet te laag is vastgesteld, dan wordt er teveel aan de beslaglegger afgedragen. Indien dit het gevolg is van onwetendheid bij de schuldenaar dient op grond van de parlementaire geschiedenis het teveel afgedragene onverwijld terugbetaald of verrekend te worden. De Kamer voor gerechtsdeurwaarders heeft echter bepaald dat de deurwaarder geen blaam treft wanneer het geld al aan de opdrachtgeer is afgedragen. Menig verzoek tot terugbetaling wordt nu dan ook afgeketst met als argument: “het geld is al overgemaakt naar de schuldeiser”. Maar is dat daadwerkelijk zo? In onderhavige uitspraak bepaalt de Kamer voor gerechtsdeurwaarders dat de deurwaarder moet onderbouwen wanneer welke bedragen aan de opdrachtgever zijn afgedragen. Een verrekening met de door de opdrachtgever aan de deurwaarder verschuldigde kosten wordt door de Kamer niet gezien als een tussentijdse afdracht.




De Kamer oordeelt als volgt:

2.2 Bij de behandeling van het verzet is twijfel gerezen of de gerechtsdeurwaarder alle op grond van het beslag ingehouden bedragen al aan zijn opdrachtgever had doorbetaald. Met name omdat klager heeft weersproken dat dit ook voor het bedrag van € 700,00 aan vakantiegeld gold.

2.3 De Kamer heeft daarom in de tussenbeschikking bepaald dat van de gerechtsdeurwaarder een overzicht werd verwacht waaruit zou blijken welke ingehouden bedragen aan de opdrachtgever tussentijds zijn afgerekend en wanneer dat is gebeurd.

2.4 De gerechtsdeurwaarder heeft in zijn nadere reactie aangevoerd dat de inhoudingen welke hebben plaatsgevonden op de uitkering van klager in de periode mei 2013 tot en met maart 2014 direct zijn verrekend met de door de opdrachtgever aan de gerechtsdeurwaarder verschuldigde kosten. Volgens de gerechtsdeurwaarder dient deze verrekening te worden beschouwd als een tussentijdse betaling die heeft plaatsgevonden. Mede gezien het tijdsverloop tussen de inhoudingen en het verzoek tot restitutie kan op basis van de hieraan ten grondslag liggende afspraken niet worden verwacht dat de ingehouden gelden, waarvan de afdracht inmiddels heeft plaatsgevonden, door middel van verrekening worden gerestitueerd.  

2.5 De Kamer is van oordeel dat de gerechtsdeurwaarder met dit antwoord op geen enkele wijze inzicht heeft gegeven in de omvang van de bedragen die volgens hem zouden zijn afgedragen en de tijdstippen waarop dit heeft plaatsgevonden. Zijn verweer tegen de klacht dat hij niet in staat was tot restitutie, omdat de geleden al aan zijn opdrachtgever waren doorbetaald, is daarmee onvoldoende onderbouwd. Een tussentijdse afdracht is bovendien niet hetzelfde als interne verrekening van kosten met de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder. In het laatste geval blijven de gelden in de macht van de gerechtsdeurwaarder en kan hij deze aanwenden voor de terugbetaling aan de debiteur zo daartoe aanleiding is. Het recht van een debiteur op terugbetaling van te veel ingehouden bedragen wordt niet opzij gezet doordat de ontvangen gelden worden bestemd ter dekking van gemaakte kosten. De gelden blijven immers in de acht van de gerechtsdeurwaarder.

Klager heeft in zijn nadere reactie in dit verband ook terecht gesteld dat de gerechtsdeurwaarder heeft gesproken over een tussentijdse verrekening met zijn kosten. Die gelden zijn dus niet doorbetaald aan de opdrachtgever. Dit laatste kan naar het oordeel van de Kamer nu inderdaad niet worden vastgesteld. Daarmee dient de  klacht alsnog gegrond te worden verklaard, omdat niet is gebleken dat de gerechtsdeurwaarder niet in staat was tot restitutie en door de gerechtsdeurwaarder niet is weersproken dat klager voor die restitutie op zich wel in aanmerking kwam. Het is tuchtrechtelijk laakbaar indien bij een beslaglegging teveel ingehouden gelden die in beginsel dienen te worden gerestitueerd, niet onverwijld worden terugbetaald. Gelet op de ernst van de gedraging acht de Kamer na te melden maatregel op zijn plaats.  

3. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.


BESCHIKKING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

- verklaart het verzet gegrond;

- verklaart de klacht alsnog gegrond;

- legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.
 

Aldus gegeven door mr. J.H.C. Schouten, voorzitter, mr. M. Nijenhuis en M.W. de Ruijter, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 februari 2015 in tegenwoordigheid van de secretaris.


Meer informatie
- Kamer voor gerechtsdeurwaarders 24 februari 2015 ECLI:NL:TGDKG:2015:48 (eindbeslissing) 
- Kamer voor gerechtsdeurwaarders 12 januari 2015, ECLI:NL:TGDKG:2015:47 (tussenbeslissing)
- Achtergrondinfo: Terugwerkende kracht aanpassen beslagvrije voet
Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht