SchuldInfo

Juridische info voor hulpverleners

 
 

Rauwelijks gedagvaard vanwege incassokosten

Bron: André Moerman

21/06/2015 10:20 uur

Wanneer een rekening niet op tijd wordt betaald mag een schuldeiser incassokosten in rekening brengen. Voorwaarde is wel dat hij eerst een aanmaning stuurt waarin hij aankondigt hoeveel de incassokosten zullen bedragen indien niet alsnog binnen 14 dagen wordt betaald. Na het onbetaald laten verstrijken van deze termijn zijn de incassokosten verschuldigd. De Hoge Raad heeft bepaald dat hierna geen extra incassohandelingen nodig zijn. Maar betekent dit dat wanneer de hoofdsom wel, maar de incassokosten niet zijn betaald er meteen gedagvaard kan worden? Je zou verwachten dat griffierechten een drempel zou vormen om zonder aankondiging meteen te gaan procederen, maar kennelijk gebeurt het. De rechtbank Overijssel moest oordelen over zo’n kwestie waarbij de deurwaarder zich er op beroept dat een extra handeling voorafgaand aan een procedure volgens het arrest van de Hoge Raad niet nodig is. De rechtbank Overijssel oordeelt samengevat als volgt.



De feiten

Betrokkene heeft bij Menzis een zorgverzekering en een aanvullende zorgverzekering afgesloten. Over de maanden september en oktober 2014 is de premie, in totaal een bedrag van € 210,80, niet op tijd betaald.
De deurwaarder stuurt op 25 november 2014 een zogeheten veertiendagen brief als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW, waarin o.a. het volgende opgenomen:

“Wij hebben de opdracht gekregen om het openstaande bedrag bij u te innen. Wij verzoeken u het totaalbedrag binnen 14 dagen na de datum van deze brief te voldoen.
Indien u niet het volledige bedrag binnen de gestelde termijn betaalt zullen er vanaf de vijftiende dag na de datum van deze brief buitengerechtelijke incassokosten in rekening worden gebracht ad € 40,00 boven op het totaalbedrag van de vordering.
Omdat Menzis Zorgverzekeraar N.V. niet BTW-plichtig is, zal u over de kosten tevens BTW in rekening worden gebracht ad € 8,40.”


Op woensdag 3 december 2014 te 09:55 uur bericht gedaagde de incassogemachtigde van Menzis (hierna: GGN) het volgende:

"Op 25 november jl heb ik de brief van jullie ontvangen op het oude adres. Echter, heb ik deze gemist en de betaling voor Menzis voor de maand september 2014 op 26 november 2014 gedaan. […]
Ik zou graag willen vragen hoe nu verder. Als ik het juist heb blijft nu het bedrag van (hoofdsom 212,20 – betaling 105,40) = 106,70 over. Kan ik gebruik maken van de bestaande bijgevoegde acceptgiro ?
Aangezien het totale bedrag binnen 14 dagen na 25 november dient te worden overgemaakt zou ik graag een bevestiging van ontvangst willen ontvangen. Om eventuele problemen in de toekomst voor te zijn."


Op donderdag 4 december 2014 mailt gedaagde aan GGN:
"Graag zou ik een reactie op onderstaande ( mail 3 december, ktr) willen ontvangen."

Op vrijdag 12 december 2014 deelt GGN gedaagde via de mail het volgende mee:
"Bijgaand treft u onze reactie aan op uw schrijven. Volledigheidshalve verwijzen wij u naar de bijlage. In de bijlage is als totaal verschuldigd bedrag € 107,00 aangegeven."

Gedaagde heeft dit bedrag op 22 december 2014 betaald.


De vordering
Menzis vordert de veroordeling van gedaagde tot betaling van een bedrag van
€ 48,71, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening. Tevens vordert zij veroordeling van gedaagde in de kosten van het geding.

Menzis baseert haar vordering op de vaststaande feiten waarbij zij het navolgende nog heeft aangevoerd. Omdat van gedaagde geen betaling viel te verkrijgen, zag Menzis zich genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven. De kosten daarvoor bedragen € 48,40 en komen, evenals de op voorhand tot 9 januari 2015 berekende wettelijke rente ad € 1,91 voor rekening van gedaagde. In mindering kunnen strekken de twee betalingen van € 105,40 en € 107,00 zodat resteert een bedrag van € 48,71.

Naar aanleiding van het door gedaagde gevoerde verweer dat hem nimmer een termijn is gesteld voor betaling van de incassokosten verwijst Menzis naar de aanmaning van 25 november 2014 waarin wel degelijk een termijn is gegeven.
Tevens verwijst Menzis naar het arrest van de Hoge Raad d.d. 13 juni 2014 waarin bepaald is dat voor de verschuldigdheid voor de buitengerechtelijke kosten de verzending en ontvangst van de veertiendagenbrief van artikel 6:96 lid 6 BW en het verstrijken van de in die brief aangeduide termijn volstaat.


Het verweer
Gedaagde erkent de incassokosten verschuldigd te zijn. Hij betwist evenwel de uitleg die Menzis geeft aan het arrest van de Hoge Raad. Hij stelt niet in verzuim is geraakt met betrekking tot de betaling van de buitengerechtelijke kosten zodat Menzis ten onrechte tot dagvaarden is overgegaan.


De beoordeling
De vraag waar het in deze procedure feitelijk om draait is of de uitleg die Menzis geeft aan het arrest van de Hoge Raad d.d. 13 juni 2014 de juiste is.
Voormeld arrest is gewezen naar aanleiding van de navolgende, door een kantonrechter gestelde prejudiciële vraag aan de Hoge Raad:
“Dient art. 6:96 lid 6 BW aldus te worden uitgelegd dat na het verzenden van de daarin genoemde veertiendagenbrief vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten is verschuldigd, dus zonder dat de crediteur na het verzenden van die (veertiendagen)brief nog een nadere incassohandeling verricht?”

Die verschuldigdheid is in deze kwestie echter niet aan de orde: Gedaagde erkent ruiterlijk buitengerechtelijke kosten verschuldigd te zijn. Deze kosten, € 48,40, kunnen dan ook onverkort worden toegewezen.

De kantonrechter begrijpt het verweer van gedaagde aldus dat hij nimmer in de gelegenheid is gesteld de buitengerechtelijke kosten te betalen waarmee een gerechtelijke procedure voorkomen had kunnen worden.
Menzis verwijst in dat kader naar de aanmaning van 25 november 2014 waarin een termijn bepaald is. De in die aanmaning gegeven termijn is bedoeld voor de betaling van hoofdsom van dat moment. Daarbij wordt aangekondigd, niets meer of minder, dat er buitengerechtelijke kosten in rekening zullen worden gebracht indien de hoofdsom niet binnen de gestelde veertien dagen betaald is.
De kantonrechter constateert dat het bij die aankondiging is gebleven, dat Menzis niet adequaat heeft gereageerd op de e-mailberichten van gedaagde en dat gedaagde nimmer een bedrag van € 48,40 incl. btw in rekening is gebracht. Menzis stelt dat zij op grond van voormeld arrest daartoe ook niet gehouden was en geen nadere incassohandeling behoefde te worden verricht. In dit arrest luidt overweging 3.7.2 alsvolgt:

“Hetgeen hiervoor in 3.4 – 3.6 is overwogen brengt mee dat (ervan uitgaande dat de schuldeiser in redelijkheid tot het nemen van incassomaatregelen kon overgaan, hetgeen in de regel het geval is indien de schuldenaar in verzuim verkeert) de consument-schuldenaar de in het Besluit genormeerde incassokosten verschuldigd wordt indien hij, nadat de schuldeiser hem de veertiendagenbrief heeft gestuurd, zijn schuld niet binnen veertien dagen voldoet. Daartoe zijn geen nadere incassohandelingen van de zijde van de schuldeiser vereist."

Nadere incassohandelingen zijn dus niet nodig voor de verschuldigdheid van de buitengerechtelijke kosten. Op de beantwoording van de vraag of er nadere handelingen nodig zijn voor het incasseren van die verschuldigde kosten geeft de Hoge Raad in dezelfde rechtsoverweging 3.7.2 het volgende antwoord:

"Weliswaar is op een enkele plaats in de parlementaire stukken vermeld dat de schuldeiser na het sturen van de veertiendagenbrief toch nog nadere handelingen moet verrichten (zie bijv. de citaten in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.21.3 en 3.22.2, in het bijzonder de aldaar gecursiveerde passages). Maar mede gelet op de overige inhoud van de parlementaire stukken, is hiermee kennelijk niet bedoeld dat dit een vereiste is voor de verschuldigdheid van de door het Besluit genormeerde kosten, doch slechts dat in de praktijk bij het uitblijven van betaling na het verstrijken van de veertiendagentermijn veelal nog handelingen door de schuldeiser moeten worden verricht om de vordering (met inbegrip van de reeds verschuldigde incassokosten) daadwerkelijk te kunnen incasseren.”

In de conclusie van de Advocaat-Generaal is onder 3.21.3 het volgende opgenomen:
“[..] Daarmee is dan eigenlijk alleen gezegd, wat reeds vanzelf spreekt: wie na de veertiendagenbrief nog steeds zijn geld niet heeft, zal een vervolgstap moeten zetten. Brengt men dit echter in verband met de sub 18 bedoelde passage over het rauwelijks dagvaarden, dan zou men echter kunnen zeggen dat daaruit blijkt dat na de veertiendagenbrief nog een buitengerechtelijke stap moet worden gezet, alvorens tot dagvaarding kan worden overgegaan.”

Uit het vorenstaande volgt naar het oordeel van de kantonrechter dat voor het daadwerkelijk incasseren van de buitengerechtelijke kosten en in het verlengde daarvan, het overgaan tot dagvaarden, een vervolgstap nodig is. Alvorens tot dagvaarden over te gaan had Menzis die vervolgstap moeten maken in de vorm van een factuur waarbij zij de reeds aangekondigde buitengerechtelijke kosten definitief in rekening had gebracht.
Die kans had gedaagde geboden moeten worden al was het alleen maar om een gerechtelijke procedure met alle hoge kosten van dien te voorkomen.

Nu het beroep van Menzis op het arrest van de Hoge Raad d.d. 13 juni 2014 geen doel treft en Menzis geen vervolgstap heeft genomen zoals aangegeven door de Advocaat-Generaal en bevestigd door de Hoge Raad, is de conclusie dat gedaagde rauwelijks is gedagvaard. De proceskosten dienen om die reden voor rekening van Menzis te blijven.


De beslissing
Veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Menzis te betalen het bedrag van € 48,71 met de wettelijke rente hierover vanaf 9 februari 2015 tot de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt Menzis in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van gedaagde begroot op nihil.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen te Enschede door mr. M.H. van Rhijn, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 2 juni 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.


Meer informatie
- Rb Overijssel 2 juni 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:2816
- Mag je procederen voor enkel de incassokosten? (De bloggende advocaat)
- Achtergrondinfo incassokosten


Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht