SchuldInfo

Juridische info voor hulpverleners

 
 

Slechts schorsing ondanks buitensporig hoge kosten

Bron: André Moerman

13/09/2014 16:39 uur

De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) heeft een klacht ingediend tegen twee deurwaarders in verband met het stelselmatig in rekening brengen van buitensporig hoge kosten. Het Hof Amsterdam oordeelt de klacht gegrond en schorst de ene deurwaarder gedurende vijf en de andere deurwaarder gedurende twee maanden. De feiten zijn dermate ernstig dat ontzetting uit het ambt meer op z’n plaats zou zijn. En waarom worden de namen niet openbaar gemaakt? Tot wie moet je je richten om je geld terug te halen?




In eerste aanleg heeft het Bureau Financieel Toezicht (BFT) in opdracht van de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders een onderzoek gedaan naar diverse dossiers van het betreffende deurwaarderskantoor. De feiten zijn onthutsend.

Dubbele bankbeslagen
Uit het rapport van het BFT blijkt dat in 2010 en 2011 door de gerechtsdeurwaarders structureel en in een groot aantal zaken over een langere periode (vrijwel gelijktijdig) onder ten minste twee banken beslag is gelegd. In ruim veertig procent van alle zaken - 2.702 in totaal - is ten laste van dezelfde debiteur onder ten minste twee banken beslag gelegd.
In ruim dertien procent van de gevallen (711) hebben de gerechtsdeurwaarders loonbeslag gelegd en tevens beslag onder één bank.
In ruim dertig procent van alle zaken - 1.915 in totaal - is een samenloop van een loonbeslag en beslag onder ten minste twee banken aan de orde. De gerechtsdeurwaarders hebben de door het BFT geschetste werkwijze in voornoemde periode erkend.

Het hof is van oordeel dat de werkwijze in dergelijke zaken dient te zijn dat na voorafgaand onderzoek in het desbetreffende dossier zo nodig loonbeslag onder de werkgever van de debiteur wordt gelegd en/of beslag op een bankrekening van een debiteur. In een voorkomend geval zal beslag onder twee banken kunnen worden gelegd. Hierbij zal telkens door een gerechtsdeurwaarder moeten worden beoordeeld of die wijze van aanpak niet onredelijk is, gelet op de daarbij te maken executiekosten die in beginsel voor rekening van de schuldenaar komen. Het hof acht het de gerechtsdeurwaarders te verwijten dat zij structureel en in een dermate groot aantal dossiers direct bij aanvang van de executie, vrijwel gelijktijdig, telkens onder twee banken beslag hebben gelegd. Dat de gerechtsdeurwaarders voorafgaand aan het leggen van het beslag contact hebben gehad met diverse banken die aan hen informatie over debiteuren verschaften, wat hiervan verder ook zij, doet hieraan niet af. De gerechtsdeurwaarders hebben in dit verband namelijk ter zitting in hoger beroep verklaard dat deze beslagen veelal geen doel troffen en meer exploten en beslagen moesten worden tegengeboekt en zij om die reden deze werkwijze hebben gewijzigd.

De omstandigheid dat de gerechtsdeurwaarders in voormelde periode een orderportefeuille inclusief personeel hebben overgenomen en dat die medewerkers de gewraakte werkwijze hanteerden, maakt het voorgaande niet anders. De gerechtsdeurwaarders zijn immers verantwoordelijk voor de inrichting van hun kantoororganisatie en het handelen van hun medewerkers, ook als aan die medewerkers een zekere zelfstandigheid wordt gegeven om hun werkzaamheden te verrichten. Dit dient tuchtrechtelijk voor rekening en risico van de gerechtsdeurwaarders te komen. (…)
Verder leidt deze werkwijze logischerwijs ertoe dat er extra kosten aan de debiteur in rekening worden gebracht, ook door de desbetreffende banken onder welke de beslagen zijn gelegd. De gerechtsdeurwaarders hebben in dit verband aangevoerd dat al tijdens de behandeling van de door het BFT bekeken dossiers kosten zijn gecrediteerd en dus niet bij de desbetreffende schuldenaar in rekening zijn gebracht. Nu dit niet nader is onderbouwd, is dit echter onvoldoende aannemelijk geworden.

Overbetekingen bankbeslagen
Uit het rapport van het BFT blijkt dat in 2011 in totaal 10.388 loon- en bankbeslagen zijn gelegd en in slechts 2.078 gevallen het beslag is overbetekend, d.w.z. dat een afschrift van de stukken van het beslag officieel overhandigd wordt aan de schuldenaar. Met de kamer is het hof van oordeel dat voor het feit dat in een dermate groot aantal zaken geen overbetekening heeft plaatsgevonden onvoldoende verklaring is gegeven. Het standpunt van de gerechtsdeurwaarders dat in een aantal gevallen het beslag is opgeheven voordat werd overbetekend, is niet nader onderbouwd en daarmee niet toereikend. Met de kamer is het hof van oordeel dat het tuchtrechtelijk verwijtbaar is dat de gerechtsdeurwaarders zich niet hebben gehouden aan de wettelijke bepalingen met betrekking tot het overbetekenen van een beslag.

Ontruimingskosten
Uit het rapport van het BFT blijkt dat in 42 dossiers 46 keer onder de noemer “ontruimingskosten” een bedrag van € 200,00 aan debiteuren in rekening is gebracht.
De kamer heeft het volgende overwogen. Ontruimingskosten kunnen eerst in rekening worden gebracht nadat zij daadwerkelijk zijn gemaakt. Indien het gaat om kosten ter voorbereiding van een ontruiming zal daarvoor een deugdelijke grondslag moeten bestaan. Een ontruimingstitel biedt geen grondslag voor de executie van dergelijke kosten. De wet biedt geen ruimte voor het doorberekenen van kosten voor het afstemmen met de gemeente en het afleggen van bijzondere huisbezoeken. In het belang van de rechtszekerheid mogen niet zonder meer willekeurige en ongespecificeerde kosten ten laste van een schuldenaar worden opgevoerd, omdat een schuldenaar op eenvoudige wijze moet kunnen nagaan of die kosten op de wet gebaseerd zijn.
Het hof deelt dit oordeel van de kamer en de gronden waarop dit oordeel berust. Hieraan wordt toegevoegd dat de door de gerechtsdeurwaarders gemaakte vergelijking met regelingskosten ter voorkoming van executie niet opgaat. Vergoeding van deze laatste kosten wordt kennelijk in de praktijk door een gerechtsdeurwaarder als voorwaarde gesteld in verband met een tussen een schuldenaar en een gerechtsdeurwaarder overeengekomen betalingsregeling. Wat hiervan ook zij, een dergelijke afspraak is hier niet aan de orde.

Conclusie en maatregel
Het hof tot het oordeel dat de klacht van de KBvG gegrond is. Gelet op de aard en de ernst van de handelwijze van de gerechtsdeurwaarders, met name de structurele basis van het handelen gedurende een langere periode in een groot aantal zaken, ziet het hof aanleiding aan elk van de gerechtsdeurwaarders een maatregel op te leggen. Het hof acht de handelwijze van de gerechtsdeurwaarders in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt en in strijd met de gedragsregel dat de gerechtsdeurwaarder geen onnodige kosten maakt. Bovendien schaadt een dergelijk handelen het vertrouwen dat men in de praktijk in de gerechtsdeurwaarder bij de uitoefening van zijn ambt stelt. (..) Het hof is van oordeel dat aan gerechtsdeurwaarder sub 1. de maatregel van schorsing in de uitoefening van zijn ambt voor de duur van vijf maanden en aan gerechtsdeurwaarder sub 2. de maatregel van schorsing in de uitoefening van zijn ambt voor de duur van twee maanden dient te worden opgelegd.

Slappe maatregel en niet openbaar

Wanneer je alle feiten op een rij ziet, dan is een schorsing van respectievelijk vijf en twee maanden echt een slappe maatregel. In de advocatuur zou je allang van het Tableau zijn geschrapt. Wat moet een deurwaarder dan doen om uit het ambt gezet te worden? En wat gaat er gebeuren met alle dossiers waarin teveel kosten zijn berekend? Wordt er op toegezien dat alles wordt teruggedraaid en het teveel geïnde geld aan de debiteur wordt terugbetaald? En zoals bekend brengen banken ook hoge kosten bij de debiteur in rekening voor het bankbeslag. Kunnen deze kosten op de deurwaarders worden verhaald?
En wie zijn deze deurwaarders? Tot wie moeten wij ons richten om de ten onrechte in rekening gebrachte kosten terug te halen? Waarom is niet besloten om de beslissing met naam en toenaam openbaar te maken? De Gerechtsdeurwaarderswet biedt deze mogelijkheid.

Meer informatie
- Hof Amsterdam 9 september 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:3735
- Kamer voor gerechtsdeurwaarders 11 maart 2014, ECLI:NL:TGDKG:2014:37 (eindbeslissing) 
- Kamer voor gerechtsdeurwaarders 5 februari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:YB0924 (tussenbeslissing)
Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht