SchuldInfo

Juridische info voor hulpverleners

 
 

Combinatie van bronheffing en verrekenen op uitkering

Bron: André Moerman

30/05/2013 18:59 uur

De Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden LOSR/MOgroep heeft onlangs aandacht gevraagd voor het probleem dat uitkeringsinstanties te veel verrekenen wanneer het College van Zorgverzekeringen (CVZ) tevens een bestuursrechtelijke premie van € 160,12 op de uitkering laat inhouden (bronheffing). Staatssecretaris Klijnsma geeft in een reactie aan het essentieel te vinden dat de beslagvrije voet gehandhaafd wordt. Mensen moeten in hun levensonderhoud kunnen voorzien en dat geldt ook bij samenloop van bronheffing en verrekening. Ze kondigt aan in de eerstvolgende verzamelbrief aandacht aan deze problematiek te besteden.


Verrekenen en beslagvrije voet
Wanneer gemeenten, UWV en SVB een terugvordering van teveel verstrekte uitkering op de uitkering inhouden, dient daarbij rekening te worden gehouden met de beslagvrije voet. Voor de invordering van teveel ontvangen uitkering en voor de inning van de daarmee samenhangende boetes geldt dat gemeenten, UWV en SVB rekening moeten houden met de beslagvrije voet. Dit is ook het geval wanneer de vordering direct op de uitkering wordt ingehouden (verrekend). Dat de beslagvrije voet van toepassing is heeft o.a. tot gevolg dat de beslagvrije voet verhoogd moet worden indien:

  • de huur- en/of zorgtoeslag niet ontvangen wordt omdat er beslag op ligt, of omdat deze verrekend wordt;
  • in plaats van de gewone premie ziektekostenverzekering, de veel hogere bestuursrechtelijke premie verschuldigd is.

Verrekenen en de bestuursrechtelijke premie
Als op de uitkering een verrekening plaatsvindt en het CvZ verzoekt de uitkeringsinstantie om via bronheffing de bestuursrechtelijke premie ad. € 160,12 af te dragen, dan dient de de beslagvrije voet derhalve opnieuw te worden vastgesteld. Sociaal raadslieden constateren echter bij veel gemeenten De UWV en SVB deze correctie niet uit eigen beweging plaatsvindt. Betrokkene komt daardoor onder het bestaansminimum terecht, met alle gevolgen van dien.

Reactie staatssecretaris
Schuldeisers zijn wettelijk verplicht om de beslagvrije voet te respecteren. Afhankelijk van de huishoudsituatie en leeftijd gelden verschillende basisbedragen, in beginsel 90% van de toepasselijke bijstandsnorm. Wanneer er via bronheffing een bestuursrechtelijke premie wordt geïnd door het CVZ, mogen andere schuldeisers, zoals gemeenten, UWV en de SVB, alleen verrekenen tot de beslagvrije voet (zie de artikelen 475 e.v. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in combinatie met artikel 4:93 van de Algemene wet bestuursrecht). Gemeenten zijn wettelijk verplicht zelf na te gaan of een betrokkene nog blijft beschikken over een inkomen dat minstens gelijk is aan de beslagvrije voet. Bij een samenloop met bronheffing moeten zij opnieuw het bedrag van de beslagvrije voet vaststellen en eventueel corrigeren. De gemeente beschikt bij verrekening doorgaans over voldoende gegevens van een betrokkene om het voor die persoon toepasselijke bedrag van de beslagvrije voet te kunnen bepalen. Als dat niet zo is, kan een betrokkene worden verplicht aanvullende gegevens te leveren (zie artikel 60, eerst lid, van de WWB). Als iemand desgevraagd geen informatie verstrekt dan is een uitzondering op de beslagvrije voet wettelijk toegestaan (zie o.a. artikel 60, zesde lid, van de WWB).

De LOSR/MOgroep schetst in de brief de situatie dat door de inning van de bestuursrechtelijke premie door het CVZ de eigen verrekeningsmogelijkheden kleiner worden. Uit signalen van de VNG, Divosa, het UWV en de SVB kan ik opmaken dat die geschetste situatie wordt herkend. Gemeenten, UWV en SVB geven ook aan in die gevallen het bedrag van de beslagvrije voet opnieuw te berekenen en waar nodig te wijzigen. Dit gebeurt op basis van de bekende kerngegevens, aan de hand van beschikbare rekenmodules of op basis van de benodigde informatie die door de betrokkene wordt verstrekt. De SVB geeft aan op verzoek tussentijds te wijzigen. In januari heeft de SVB de bestaande groep waar een bestuursrechtelijke premie bij wordt ingehouden geïnformeerd over eventuele consequenties voor het bedrag van de beslagvrije voet. Nieuwe gevallen ontvangen deze brief ook. Daarnaast onderzoekt de SVB ambtshalve jaarlijks of de beslagvrije voet aanpassing behoeft, ongeacht of er sprake is van een samenloop met de bestuursrechtelijke premie. De uitvoeringsinstanties informeren betrokkenen proactief dat verandering in inkomen invloed kan hebben op de voor hen geldende beslagvrije voet. Het UWV voert vaak een individueel inkomensonderzoek uit.

Gemeenten, UWV en SVB geven aan dat een aanpassing van de bedragen voor de beslagvrije voet uitvoeringstechnisch vrij bewerkelijk is. Met name wanneer dit met enige regelmaat per individuele klant moet gebeuren. Ook pakt, alhoewel dit wel vaak wordt verwacht, een correctie niet altijd uit in het voordeel van de klant. Kennis over het berekenen van de beslagvrije voet en communicatie binnen de organisatie alsmede naar de klant is belangrijk. Binnen UWV loopt momenteel een traject dat betrekking heeft op het terug- en invorderingstraject en de gevolgen voor de beslagvrije voet. Hierin worden concrete voorstellen gedaan voor het verbeteren van het kennisniveau bij de medewerkers middels een interne voorlichtingscampagne. Hiermee is inmiddels gestart. Daarnaast verbetert het UWV op korte termijn de voorlichting aan klanten door de brieven die zij verzenden aan te passen. Ook worden voorstellen gedaan om op langere termijn systemen aan te passen en te komen tot geautomatiseerde processen. Gemeenten grijpen ook verschillende mogelijkheden aan om voorlichting te geven aan klanten. Bijvoorbeeld bij loket schuldhulpverlening en via sociaal raadslieden. De SVB heeft op het gebied van beslag en de beslagvrije voet begin 2012 haar (interne) instructies herschreven en heeft in 2013 eveneens aanvullende educatie aan haar medewerkers over de beslagvrije voet en invordering ingepland. Daarnaast wordt de standaardcorrespondentie bij beslag bezien en aangepast.

Gemeenten, het UWV en de SVB moeten bij de samenloop van bronheffing en verrekeningen de beslagvrije voet respecteren. Zij hebben mij laten weten hieraan uitvoering te geven en de voorlichting en instructies waar nodig te verbeteren. Hierin komen de uitvoeringsinstanties voldoende tegemoet aan de wens van de LOSR/MOgroep dat de overheid haar verantwoordelijkheid neemt en de wettelijk vastgelegde beslagvrije voet proactief als bestaansminimum respecteert. Naar aanleiding van eerdere Kamervragen omtrent dit onderwerp wordt in de eerstvolgende verzamelbrief naar gemeenten hier aandacht aan besteed.

Meer informatie
- Reactie staatssecretaris Klijnsma op brief LOSR
- Brief LOSR aan staatssecretaris Klijnsma
- Paritas Passé (zie hoofdstuk 8)
- Richtlijnen gemeenten voor het vorderen van schulden (binnenlands bestuur)
- Achtergrondinfo wanbetalersregeling zorgverzekering


Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht