SchuldInfo

Juridische info voor hulpverleners

 
 

Inkomen lager dan de beslagvrije voet (vervolg)

Bron: Andrι Moerman

24/02/2013 15:00 uur

In een eerder bericht op schuldinfo werd aangegeven dat de deurwaarder, in de maand waarin het vakantiegeld wordt uitbetaald, er rekening mee moet houden dat het inkomen in de voorgaande maanden lager was dan de beslagvrije voet. De rechtbank Rotterdam komt tot dezelfde conclusie.


De rechtbank Rotterdam moest oordelen over de volgende situatie.

De feiten
De gemeente heeft beslag gelegd op het AOW pensioen van X onder de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

De gemeente heeft de beslagvrije voet als bedoeld in artikel 475d Rv op € 1443,57 vastgesteld. Omdat de AOW uitkering € 1074,97 bedraagt, wordt op de maandelijkse AOW uitkering van X geen inhouding gepleegd.

Het X toekomende vakantiegeld ad € 707,30, te betalen in mei 2012, is door de SVB uitbetaald aan de gemeente. X heeft de gemeente doen sommeren via zijn gemachtigde om dit bedrag aan hem uit te betalen. Aan deze sommatie is in zoverre gehoor gegeven dat een bedrag van € 368,60 (= 1443,57 - 1074,97) aan X is overgemaakt.

Vordering
X vordert een verklaring voor recht inhoudende dat het volledige aan hem uit te keren vakantiegeld onder de beslagvrije voet valt alsmede dat de kantonrechter de gemeente zal veroordelen tot betaling van € 707,30. Tevens wordt veroordeling gevraagd tot betaling van de wettelijke rente over € 707,30 vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening.

Standpunt van X
Volgens de gemeente dient het voor beslag vatbare bedrag over mei 2012 te worden gesteld op € 1074,97 te vermeerderen met de gehele netto vakantieuitkering van € 707,30, derhalve totaal € 1782,27. Na aftrek van de beslagvrije voet van € 1443,57 resteert derhalve € 338,70 als aan de gemeente te betalen. Volgens X wordt echter het vakantiegeld opgebouwd per maand en het
maandelijks aldus opgebouwd bedrag blijft tezamen met de netto maandelijkse uitkering ruimschoots onder de vastgestelde beslagvrije voet.

Standpunt van de gemeente
De SVB stelt jaarlijks in mei vakantiegeld betaalbaar en het vakantiegeld is dus pas dan opeisbaar. De betaling eind mei is tijdig in de zin van art 475b lid 3, zodat het beslag op nabetalingen als in dat lid bedoeld - de som van de maandelijks verkregen aanspraken - geldig is.

Beoordeling

1. De vordering zal worden toegewezen. De bedoeling van de beslagvrije voet is dat de beslagene maandelijks minimaal 90% van - grofweg - de bijstandsnorm overhoudt. Deze norm wordt berekend als de optelsom van de maandelijkse uitkering plus de vakantiegeldopbouw per maand. Daarvan moet de beslagene 90% van de voor hem geldende bijstandsnorm overhouden. Dat is in casu niet het geval nu de netto uitkering plus de netto maandelijkse vakantieopbouw € 1074,97 + € 58,94 = € 1133,91 bedraagt, welk bedrag dus ruimschoots onder de voor X geldende beslagvrije voet ligt. Een andere interpretatie zou ertoe leiden dat X in geval van beslag op zijn uitkering op jaarbasis minder zou ontvangen als het vakantiegeld jaarlijks wordt uitbetaald dan wanneer het  maandelijks wordt uitbetaald als de maandelijkse beslagvrije voet hoger is dan zijn maandelijkse uitkering vermeerderd met de vakantiegeldopbouw. Vakantiegeld is een uitkeringsaanspraak die eenmaal per jaar wordt betaald om te bereiken dat mensen die ook voor vakantie aanwenden doch een uitkering blijft het.

2. De gevorderde verklaring voor recht zal worden afgewezen, nu deze te algemeen gesteld is en bij toewijzing consequenties kan hebben voor de toekomst die niet valt te overzien.

3. Dit betekent dat de vordering van X wordt toegewezen als hieronder zal worden bepaald.

4. Gelet op de afloop van het geding wordt de gemeente veroordeeld in de proceskosten.

5. Dat betekent dat wordt beslist als volgt.


BESLISSING

De kantonrechter:

i. veroordeelt de gemeente om aan X te betalen
- € 338,70 als betaling wegens het ten onrechte ingehouden bedrag;
- de wettelijke rente over € 338,70 vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;

ii. veroordeelt de gemeente in de kosten van het geding aan de zijde van X gevallen, tot op heden begroot op € 90,64 aan dagvaardingskosten, alsmede € 120,00 aan salaris voor zijn gemachtigde en € 73,00 voor het door X verschuldigde en door zijn gemachtigde betaalde griffierecht;

iii.  verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

iv.  wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. M.P.A.M. Fruytier, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 januari 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.

Naschrift
Let op: tegen deze uitspraak is cassatie in het belang der wet ingesteld. Zie: Conclusie AG Hammerstein 14 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:71

Meer informatie
- Rb Rotterdam 8 januari 2013
- Eerder bericht op schuldinfo: Inkomen lager dan de beslagvrije voet


Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn


« Nieuwsoverzicht