SchuldInfo

Juridische info voor hulpverleners

 
 

Basisvoorwaarden om te verrekenen

De werkgever of uitkerende instantie mag een openstaande vordering verrekenen met het uit te betalen loon of uitkering. Voorwaarde is wel dat zowel de vordering, als het te betalen loon of uitkering opeisbaar zijn.
Als de vordering verjaard, en dus niet meer afdwingbaar is, mag deze nog wel worden verrekend.
Om er voor te zorgen dat men over voldoende inkomen blijft beschikken geldt dat bij het verrekenen van loon of uitkering rekening moet worden gehouden met de beslagvrije voet.

Verrekenen tijdens dienstverband

De werkgever kan tijdens het dienstverband slechts in een beperkt aantal situaties een vordering met het loon verrekenen, namelijk:

  • de werknemer is aan de werkgever schadevergoeding verschuldigd;
  • door de werkgever opgelegde boetes, maximaal 1/10 van het loon;
  • een verstrekt voorschot op het loon, mits dit schriftelijk is vastgelegd;
  • teveel verstrekt loon (onverschuldigd betaald);
  • huur van door de werkgever verstrekte woonruimte, gereedschappen e.d.


De werkgever dient bij het verrekenen rekening te houden met de beslagvrije voet.
Een beding waardoor de werkgever een ruimere bevoegdheid tot verrekenen krijgt is vernietigbaar.
Als de werkgever ten onrechte of teveel verrekent, heeft de werknemer een loonvordering op zijn werkgever. Deze loonvordering kan worden verhoogd met wettelijke rente en de wettelijke verhoging vanwege te late betaling, die kan oplopen tot 50%.

Vanaf 1 januari 2016 geldt de Wet aanpak schijnconstructies. Wanneer de beslagvrije voet lager is dan het minimumloon, geldt het minimumloon als ondergrens. Omdat dit in de praktijk tot problemen leidde zijn er per 1 januari 2017 een aantal uitzonderingen geformuleerd. Zo mag de werkgever onder bepaalde voorwaarden de premie ziektekostenverzekering en de huur in mindering brengen op het loon, waarbij de huur niet meer mag bedragen dan 25% van het minimumloon. Voor werknemers werkzaam bij een sociale werkvoorziening geldt een ruimere regeling.

Als het dienstverband beëindigd is mag de werkgever ook met andere soorten vorderingen verrekenen, bijvoorbeeld met de ontslagvergoeding of de nog uit te betalen vakantiedagen.

Voor ambtenaren gelden, behalve dat rekening gehouden moet worden met de beslagvrije voet, geen beperkingen om te verrekenen.

Verrekenen of beslag: wat gaat voor?

Indien de werkgever of uitkerende instantie een vordering wil verreken en er ligt of er wordt beslag op het loon of de uitkering gelegd, is het de vraag wat vóór gaat: het beslag of het verrekenen? Er zijn twee situaties te onderscheiden:

Dezelfde rechtsverhouding

Indien de vordering voortvloeit uit dezelfde rechtsverhouding als waar de uitbetaling van het loon of de uitkering voortvloeit, dan mag dit ten alle tijde worden verrekend. Dus ondanks een beslaglegging.
Bijvoorbeeld: De belastingdienst heeft beslag gelegd op een bijstandsuitkering. Vervolgens blijkt dat de sociale dienst teveel bijstand heeft verstrekt. Dit teveel verstrekte bijstand mag worden verrekend met nog te betalen bijstand (= dezelfde rechtsverhouding), waarbij de beslaglegging door de belastingdienst wordt opgeschort. Dit geldt ondanks dat de vordering van de belastingdienst meer preferent is dan de vordering van de sociale dienst.

Niet dezelfde rechtsverhouding

Indien de vordering niet voortvloeit uit dezelfde rechtsverhouding als waar de uitbetaling van het loon of de uitkering voortvloeit, dan mag dit ondanks beslaglegging alleen worden verrekend indien de vordering ontstaan en opeisbaar is geworden voor de beslagdatum.
Bijvoorbeeld: Een werknemer heeft in het kader van een ‘Fietsplan’ een lening ontvangen van de werkgever en in de overeenkomst staat dat maandelijks een vast bedrag ingehouden wordt op het salaris. Vervolgens wordt er beslag gelegd. De vordering van de werkgever is weliswaar ontstaan voor de beslagdatum, maar is niet in z’n geheel voor de beslagdatum opeisbaar. Dus de beslaglegging gaat voor het recht op verrekenen.

Verrekenen of WSNP: wat gaat voor?

Als de WSNP van toepassing is op een vordering van een schuldeiser, dan mag de schuldeiser deze vordering alleen verrekenen met hetgeen hij zelf verschuldigd is, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: de vordering en de schuld moeten beiden zijn ontstaan vóór de uitspraak tot toepassing van de schuldsanering.

Kan een vordering vanwege teveel verstrekte uitkering waarop de WSNP van toepassing is, verrekend worden met een maandelijks uit te betalen uitkering, welke is toegekend voor datum uitspraak WSNP? Dit hangt af van de vraag of het recht op uitkering maandelijks ontstaat, of vanaf het moment van toekenning van de uitkering.

De Hoge Raad oordeelde in een soortgelijke situatie dat de uitkering van een gewezen militair niet maandelijks ontstaat, maar vanaf het moment dat zijn ontslag is ingegaan. Dit had tot gevolg dat de vordering en de schuld (de maandelijks te betalen uitkering) beiden zijn ontstaan voor toepassing WSNP, met het gevolg dat het USZO wel mag verrekenen.
De Rechtbank Utrecht oordeelde dat het recht op ZW-uitkering, afhankelijk van het voortduren van de arbeidsongeschiktheid, per dag ontstaat. Het UWV mocht daarom niet verrekenen tijdens de WSNP.
De Rechtbanken Assen en Zwolle oordelen vergelijkbaar over het recht op WWB-uitkering dat per maand ontstaat. De sociale dienst mag niet verrekenen tijdens de WSNP.

Verwijzen naar deze pagina: www.schuldinfo.nl/verrekenen