SchuldInfo

Juridische info voor hulpverleners

 
 

Wanneer geldt een beslagvrije voet?

Op een deel van het inkomen mag de deurwaarder geen beslag leggen. Dit is de zogenaamde 'beslagvrije voet'.
Voor de volgende periodieke inkomsten geldt een beslagvrije voet:

  • loon;
  • uitkeringen op grond van sociale zekerheidswetten (uitgezonderd kinderbijslag);
  • pensioen en lijfrente;
  • levens-, invaliditeits-, ongevallen- of ziekengeldverzekering;
  • alimentatie;
  • bezoldiging voor ambtenaren;
  • voorlopige teruggaaf heffingskortingen.


Deze opsomming is limitatief. Er geldt dus geen beslagvrije voet voor o.a.:

  • freelance-inkomen;
  • VUT-uitkeringen;
  • vergoeding gemeenteraadslid;
  • huurtoeslag;
  • zorgtoeslag.

Wanneer de beslagvrije voet niet direct van toepassing is, kan de kantonrechter op verzoek de beslagvrije voet van toepassing verklaren. Voorwaarde is wel dat de debiteur aantoont over onvoldoende middelen van bestaan te beschikken.

Basisbedrag beslagvrije voet

Afhankelijk van de huishoudsituatie en leeftijd gelden verschillende basisbedragen, in beginsel 90% van de toepasselijke bijstandsnorm.

Zie voor de actuele normen het beslagvrije voet normenoverzicht.

Voor jongeren van 18 t/m 20 jaar die niet bij de ouders thuis wonen, geldt een erg lage bijstandsnorm en dus ook een erg lage beslagvrije voet. Beslag op het inkomen heeft dan tot gevolg dat de huur en .andere kosten niet meer betaald kunnen worden. De belastingdienst houdt bij beslaglegging of het doen van een vordering hier wel rekening mee. De beslagvrije voet wordt dan op eenzelfde wijze berekend als bij 21 jaar en ouder.

Voor de hoogte van de beslagvrije voet is niet de bijstandnorm die men ontvangt, maar de leefvorm bepalend. Dit betekent dat wanneer de sociale dienst een bijstandsuitkering naar de norm voor een alleenstaande ouder verstrekt, omdat de echtgenoot geen geldige verblijfsvergunning heeft, voor de beslagvrije voet toch uitgegaan moet worden van de gezinsnorm.
Voor echtparen die niet op hetzelfde adres wonen is alleen de gezinsnorm van toepassing indien men niet duurzaam gescheiden leeft. Indien men wel duurzaam gescheiden leeft geldt, afhankelijk van de situatie, de alleenstaande of alleenstaande ouder norm.

Verblijf in een inrichting, een verpleeg- of verzorghuis

Bij verblijf in een inrichting (een verpleeg- of verzorghuis) geldt een veel lagere beslagvrije voet. De hoogte is gelijk aan de bijdrage die verschuldigd is voor de verpleging of verzorging, verhoogd met tweederde van de speciale bijstandsnorm voor verblijf in een inrichting.
Een extra verhoging vanwege woonkosten is hier niet aan de orde. Wel dient de beslagvrije voet nog te worden verhoogd met een deel van de premie ziektekostenverzekering. Zie rekenschema.

Over de hoogte van de beslagvrije voet bij verblijf in een inrichting zijn verschillende interpretaties mogelijk, namelijk:

  • grammaticale interpretatie: eigen bijdrage voor verpleging of verzorging + 2/3 bijstandsnorm + 2/3 normpremie
  • wetshistorische interpretatie: eigen bijdrage voor verpleging of verzorging + 2/3 bijstandsnorm + normpremie


Zie voor een toelichting onder 'meer informatie'.

Verhoging woonkosten

De beslagvrije voet wordt verhoogd met de woonkosten, na aftrek van de normhuur en de ontvangen huurtoeslag of woonkostentoeslag.

Woonkosten€ ..........  
Normhuur (per 1 januari 2014)€ 199,54 -/-
Ontvangen huurtoeslag, woonkostentoeslag€ ..........   -/-   
Verhoging beslagvrije voet€ ..........   

De deurwaarder (of uitkeringsinstantie) gebruikt bij de berekening van de woonkostencomponent soms een bedrag gelijk aan de basishuur in plaats van de normhuur. De basishuur wordt gebruikt voor berekening van de huurtoeslag. Voor berekening van de beslagvrije voet moet echter uitgegaan worden van de normhuur, die ongeveer € 27,-- lager is dan de basishuur. Zie rapport.

De verhoging van de beslagvrije voet, mag in totaal niet meer mag bedragen dan het huurtoeslagbedrag waarop betrokkene, uitgaande van de laagste inkomenscategorie ten hoogste aanspraak heeft. Zie maximumbedragen.

Bij huurwoningen wordt voor berekening van de beslagvrije voet de rekenhuur genomen. Dat is de kale huur vermeerderd met een aantal servicekosten. De rekenhuur staat vermeld op de beschikking huurtoeslag.

Bij koopwoningen is onduidelijk wat aangemerkt mag worden als woonkosten. Het ligt voor de hand aan te sluiten bij de berekeningswijze van het 'vrij te laten bedrag' (vtlb) dat geldt voor de WSNP. Volgens het vtlb-rapport van Recofa moet rekening gehouden worden met: hypotheekrente, erfpacht, premie opstalverzekering, eigenaarsdeel OZB, polder en waterschapslasten en klein onderhoud. Met de aflossing van de hypotheekschuld en de premies voor een kapitaalverzekering wordt uiteraard geen rekening gehouden.
Betaling van hypotheekrente levert ook fiscaal voordeel op. Dit belastingvoordeel wordt niet in mindering gebracht op de woonkosten, maar moet als inkomen worden meegeteld en dus volledig in mindering worden gebracht op de beslagvrije voet.

De verhuurder kan onder bepaalde voorwaarden beslag op de huurtoeslag leggen met het gevolg dat de gehele huurtoeslag niet uitbetaald wordt. De beslagvrije voet is bij beslag op de huurtoeslag namelijk niet van toepassing. Wat betekent dit wanneer naast beslag op de huurtoeslag, er ook beslag op het inkomen ligt, of op het inkomen wordt verrekend? Als er niets gebeurt zou dit betekenen dat de debiteur ernstig in de financiële problemen komt. De beslagvrije voet moet echter vanwege de hogere woonkosten hoger worden vastgesteld. De beslagvrije voet wordt namelijk verhoogd met de woonkosten, na aftrek van de normhuur en de 'ontvangen huurtoeslag' (zie art. 475d lid 5 onder b Rv). De rechtbank Den Bosch heeft bepaald dat wanneer beslag op de toeslag is gelegd, de beslagvrije voet die geldt voor beslag op het inkomen, niet met de toeslag mag worden verminderd. Betrokkene kan immers feitelijk niet over de toeslag beschikken.

Verhoging premie ziektekostenverzekering

De beslagvrije voet wordt verhoogd met de premie ziektekostenverzekering, na aftrek van de ontvangen zorgtoeslag en de in de bijstandsnorm begrepen normpremie. In schema ziet dit als volgt er uit:

Premie ziektekostenverzekering (incl. aanv. verzekering) of bestuursrechtelijke premie CVZ€ .........
Normpremie*€ ......... -/-
Ontvangen zorgtoeslag€ ......... -/-
Verhoging beslagvrije voet€ .........

* normpremie voor alleenstaanden en alleenstaande ouders bedraagt in 2014 € 39,00 en is voor (echt-)paren € 84,00.

De zorgverzekeraar kan beslag op de zorgtoeslag leggen, waardoor deze niet aan betrokkene wordt uitbetaald. Als daarnaast beslag op het inkomen ligt, of op het inkomen verrekend wordt zou dit tot gevolg hebben dat de debiteur ernstig in de financiële problemen komt. In de wet staat echter dat de beslagvrije voet wordt verhoogd met de vervallen zorgpremie, verminderd met de voor eigen rekening komende normpremie en verminderd met de ontvangen zorgtoeslag (zie art. 475d lid 5 onder a Rv). De rechtbank Den Bosch heeft bepaald dat wanneer beslag op de toeslag is gelegd, de beslagvrije voet die geldt voor beslag op het inkomen, niet met de toeslag mag worden verminderd. Betrokkene kan immers feitelijk niet over de toeslag beschikken.

Bij 6 maanden premieachterstand gaat het College van Zorgverzekeraars (CVZ) een bestuursrechtelijke premie innen van 130% van de standaardpremie. CVZ kan de werkgever of uitkeringsinstantie verzoeken deze premie in te houden (bronheffing).
Wanneer er ook beslag op het inkomen ligt, dan moet de beslagvrije voet met de 130% bestuursrechtelijke premie verhoogd worden. In de berekening van de beslagvrije voet komt de bestuursrechtelijke premie dan in de plaats van de premie ziektekostenverzekering. Dit heeft dus tot gevolg dat er minder ruimte is voor beslag.

Verlaging vanwege ander inkomen

De beslagvrije voet wordt voor ten hoogste de helft verlaagd met het niet onder beslag liggend inkomen inclusief aanspraak op vakantietoeslag van de echtgenoot of partner.
De beslagvrije voet wordt volledig verlaagd met het niet onder beslag liggend inkomen van de debiteur. Hiermee wordt voorkomen dat de schuldeiser op alle inkomens afzonderlijk beslag zou moeten leggen. De voorlopige teruggaaf heffingskortingen die maandelijks door de belastingdienst wordt uitbetaald is ook inkomen dat in mindering moet worden gebracht op de beslagvrije voet.
Mocht er wel op meerdere inkomsten door verschillende schuldeisers beslag gelegd zijn, dan moet de beslagvrije voet naar rato van de hoogte van de inkomsten worden verdeeld. Zie meer info.

Verlaging vanwege niet verstrekken informatie

De deurwaarder zal de debiteur informatie vragen om de beslagvrije voet vast te kunnen stellen. Wanneer de debiteur geen informatie verstrekt kan dit in de volgende situaties gevolgen hebben voor de hoogte van de beslagvrije voet.

  • partner: Wanneer geen informatie verstrekt wordt over het inkomen van de partner, mag de beslagvrije voet gehalveerd worden.
  • Alleenstaande en alleenstaande ouder van 21 tot 65 jaar: Het niet verstrekken van informatie heeft tot gevolg dat uitgegaan mag worden van het laagste basisbedrag. Zie basisbedrag beslagvrije voet

Bij terugvordering van teveel ontvangen uitkering heeft het niet verstrekken van informatie nog grotere gevolgen. De beslagvrije voet mag dan op nihil worden gesteld.

Niet in Nederland wonen of vast verblijven

Wanneer betrokkene niet in Nederland woont of vast verblijft geldt er geen beslagvrije voet. Dus wanneer men bijvoorbeeld in Spanje woont en vanuit Nederland een AOW-uitkering ontvangt, dan zal wanneer er beslag op deze uitkering wordt gelegd, de gehele uitkering naar de beslaglegger gaan. Slechts indien de debiteur aantoont over onvoldoende middelen van bestaan te beschikken zal de kantonrechter op verzoek alsnog een beslagvrije voet vaststellen. De bewijslast van de inkomenspositie ligt dan bij betrokkene.
De hoogte van de beslagvrije voet in deze situatie hoeft niet gelijk te zijn aan de beslagvrije voet zoals deze normaal berekend wordt. Er kan rekening gehouden worden met het prijspeil en levensstandaard in het betreffende land.
Het komt wel eens voor dat bij een dak- of thuisloze in Nederland de beslagvrije voet op nihil wordt gesteld. Dit is echter niet juist. Iemand zonder vaste verblijfplaats in Nederland, heeft nog wel een vast verblijf in Nederland. Wanneer in de gemeentelijke basisadministratie staat 'vertrokken onbekend waarheen', gaat de deurwaarder er kennelijk vanuit dat betrokkene in het buitenland zal verblijven. Pas wanneer betrokkene aantoont toch in Nederland te verblijven wordt de beslagvrije voet toegepast (piepsysteem).

Wijze van informatie inwinnen door deurwaarders

De deurwaarder dient de hoogte van de beslagvrije voet vast te stellen. Daarvoor zijn allerlei gegevens nodig, o.a.: hoogte van het inkomen, de huur en de premie ziektekostenverzekering. In de praktijk komen sociaal raadslieden de volgende knelpunten hierbij tegen:

  1. De deurwaarder informeert niet bij de debiteur naar gegevens die nodig zijn om de beslagvrije voet correct vast te stellen.
  2. De deurwaarder informeert wel bij de debiteur naar de gegevens, maar het formulier is niet volledig. Het bevat niet de beslagvrije voet verhogende omstandigheden (hoogte huur en premie ziektekosten).
  3. De deurwaarder informeert wel, maar het inwinnen van de informatie gebeurt ondoorzichtig. Bijvoorbeeld: Bij de overbetekening van het beslag wordt het formulier waarop de gegevens ingevuld kunnen worden om de beslagvrije voet vast te stellen, aan het exploot bevestigd. De officiële stukken van een deurwaarder zijn voor de gemiddelde burger niet te volgen. Een formulier gehecht aan het exploot valt dan niet op. Bovendien wordt veelal niet aangegeven waar het voor dient.

Het komt nog wel eens voor dat de deurwaarder na elkaar of tegelijkertijd verschillende beslagen legt. De Nationale ombudsman heeft geoordeeld dat de deurwaarder eerder ingewonnen informatie ook moet aanwenden bij een volgend beslag.

Onverwijld met terugwerkende kracht aanpassen

De hoogte van beslagvrije voet kan om diverse redenen wijzigen:

  • wijziging van huishoudsituatie;
  • wijziging van leeftijd;
  • wijziging van het inkomen dat niet onder het beslag valt;
  • wijziging van inkomen van echtgenoot of partner;
  • wijziging van premie ziektekosten of woonkosten;
  • wijziging bijstandsnorm.


Met wijziging van omstandigheden die de beslagvrije voet verhogen, moet de beslaglegger 'onverwijld' rekening houden (art. 475d lid 7 Rv). Dit betekent dat de beslagvrije voet direct aangepast moet worden.
Echter wanneer de hoogte van de beslagvrije voet al een bepaalde periode niet juist is, mag/moet de deurwaarder deze dan met terugwerkende kracht aanpassen?

Wanneer de beslagvrije voet te hoog is vastgesteld, bijvoorbeeld omdat uitgegaan wordt van de echtparennorm terwijl betrokkene al een tijdje alleenstaand is, dan mag dit niet met terugwerkende kracht aangepast worden.

Wanneer de beslagvrije voet te laag is vastgesteld (bijvoorbeeld halvering vanwege het niet verstrekken van informatie) en de debiteur verstrekt alsnog de informatie, dan moet de deurwaarder volgens de wetgever de beslagvrije voet wel met terugwerkende kracht aanpassen. In het Memorie van Antwoord staat namelijk: 

"is in onwetendheid te veel aan de beslaglegger betaald, dan moet hij dat onverwijld teruggeven of verrekenen."

Deze interpretatie is zowel door de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders als de Nationale Ombudsman overgenomen. Zo overweegt de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

"Het is (...) de bedoeling van de wetgever om de wettelijk voorgeschreven beslagvrije voet zoveel mogelijk correct toe te passen hetgeen met zich brengt dat de beslagvrije voet met terugwerkende kracht gecorrigeerd dient te worden indien achteraf alsnog de juiste gegevens voor toepassing van een hogere beslagvrije voet worden geleverd."

Voor de invordering van uitkeringen gelden overigens afwijkende regels. De beslagvrije voet is nihil zolang de debiteur geen informatie verstrekt. Wanneer de debiteur alsnog de informatie verstrekt hoeft de beslagvrije voet in dit geval niet met terugwerkende kracht aangepast te worden.

Uitspraken Meer informatie

Valt een nabetaling onder het beslag?

Wanneer beslag op inkomen is gelegd en vervolgens wordt een nabetaling uitbetaald, valt deze dan volledig onder het beslag?
Wanneer de nabetaling betrekking heeft op een periode dat er nog geen beslag ligt, dan valt deze niet onder het beslag.

Bijvoorbeeld.
Per 1 maart wordt een uitkering aangevraagd. Op 1 april wordt beslag gelegd. Op 1 mei wordt de uitkering met ingang van 1 maart toegekend. Het deel van de nabetaling dat betrekking heeft op de maand maart valt niet onder het beslag. Het deel van de nabetaling dat betrekking heeft op de maand april, voor zover dit meer bedraagt dan de beslagvrije voet, valt wel onder het beslag.

De uitbetaling van vakantiegeld in de maand mei is geen nabetaling, maar een tijdige betaling. Dat betekent dat het vakantiegeld volledig onder het beslag valt ongeacht het moment waarop beslag is gelegd.

Voorbeeldbrieven correctie beslagvrije voet

Maak gebruik van de voorbeeldbrieven op schuldinfo die je kunt gebruiken om de beslagvrije voet te corrigeren:

  • aanpassen beslagvrije voet (eenvoudig)
  • aanpassen beslagvrije voet (met berekening)
  • klacht beslagvrije voet niet onverwijld aanpassen
  • klacht beslagvrije voet niet met terugwerkende kracht aanpassen
  • toepassen beslagvrije voet bij uitwinning bankbeslag
  • toepassen beslagvrije voet bij beslag op huur- of zorgtoeslag

Ga naar standaardbrieven beslagvrije voet

Verwijzen naar deze pagina: www.schuldinfo.nl/beslagvrijevoet